Leesimpressies

  • Martha Nussbaum: Not for profit

  • Nr. 1 - 2011
  • De teloorgang van het onderwijs kent vele verschijningsvormen. De parlementaire onderzoekcommissie onderwijsvernieuwingen geeft een uitgebreid overzicht. De ene vernieuwing is nog niet op zijn pootjes terechtgekomen of de volgende buitelt daar al overheen. De politiek heeft de neiging op de stoel van de inhoudelijk betrokkenen te gaan zitten. Bovendien is de politiek vooral bezorgd over het politieke draagvlak voor een verandering zonder zich te verdiepen in de vraag of er voldoende maatschappelijke steun is bij ouders, schoolbesturen en docenten. Sinds de kweekschool is opgegaan in de pedagogische academie kennen we onderwijzers die moeite hebben met tot tien tellen. Als je berichten leest dat middelbare scholieren zelf klagen over het te lage aantal lesuren dan is duidelijk hoe erg de nood is gestegen. Dan zijn er nog de ingebouwde perverse prikkels. Naarmate een instelling in kortere tijd meer studenten een diploma verschaft, ontvangt zij meer geld. Daar weten bestuurders wel raad mee. Spookstudenten verzekeren het management van een auto met chauffeur. Gesneefde Amsterdamse wethouders kunnen altijd in het hbo terecht. Als je een Noord/Zuidlijn in de drassige soep laat lopen dan lukt dat ook met de begroting van een hbo-instelling. Is er een betere definitie van cynisme denkbaar dan de benoeming van een zwaarlijvige liefhebber van heroïnehoertjes tot lector obesitas?

    De internationaal vermaarde filosofe Martha Nussbaum heeft in een recent boek nog een andere kwaal van het moderne onderwijs blootgelegd. Haar reputatie stoelt vooral op rechtsfilosofische publicaties wat de onderwijswereld tot een interessant uitstapje maakt. In Not for profit bekritiseert zij de eenzijdige ontwikkeling die het curriculum in het onderwijs ondergaat. Zij constateert dat het in het onderwijssysteem steeds meer gaat om het klaarstomen van studenten voor de markt. Wat de economie vraagt, dicteert het vakkenpakket. De meer vormende vakken verdwijnen naar de marge. Nuttigheid prevaleert. Nussbaum spreekt over de ‘humanities and the arts’ die het onderspit delven. Zonder afbreuk te doen aan het belang van de economie, stelt zij voor het onderwijs meer in dienst te stellen van de democratie.


    Democracy is built upon respect and concern, and these in turn are built upon the ability to see other people as human beings, not simply as objects


    Nussbaum bestrijdt de verdediging van de huidige situatie dat het versterken van de economische groei vanzelf zal resulteren in meer democratie. Zij noemt China ter illustratie. De economie is er ongekend booming maar met de democratie wil het nog steeds niet vlotten. Opleiden tot meer democratie veronderstelt de bereidheid om open te staan voor mensen met opvattingen die afwijken van de jouwe. Contact met mensen uit andere culturen is in een globaliserende wereld onontkoombaar. Onderwijs dient de vaardigheid tot wederzijds respect en tot zelfkritiek te ontwikkelen. Leerlingen dienen vorming te krijgen tot kritische en onafhankelijk denkers en niet louter tot goede rekenaars.

    Een belangrijk deel van het boek wijdt Nussbaum aan de behandeling van verschillende onderwijsvernieuwers die handelden conform haar visie. Met waardering schrijft zij over het werk van Dewey en Tagore. Ook komen aan bod: Johann Pestalozzi, Bronson Alcott, Horace Mann en Friedrich Froebel. Zij stelt de nadruk op het van buiten leren van blote feiten, rote learning, ter discussie. De Socratische methode, waarbij vragenderwijs alles ter discussie komt, is een veel zinvoller methode tot opvoeden. Dat laatste wakkert het vermogen tot inleving aan. Naast logica is er de noodzaak om verbeeldingskracht te stimuleren. Aandacht voor literatuur helpt daarbij. Speelse vormen helpen bij het leren. Een randvoorwaarde om haar aanpak tot gelding te laten komen is wel dat er sprake is van kleinere klassen. Massaliteit van het onderwijs is een struikelblok om de visie van Nussbaum tot bloei te laten komen. En dat heeft budgettaire consequenties.

    Nussbaum heeft een pamflet geschreven en geen empirische studie verricht. Hoewel haar betoog een overtuigende argumentatie bevat, was het verhaal sterker geweest als er meer onderbouwing via onderzoek in de strijd zou zijn gegooid. Juist beleidsmakers met een voorliefde voor de nadruk op economie zijn het best te overtuigen met harde gegevens. Op het moment dat te weinig aandacht voor democratie de economie niet in gevaar brengt, missen zij de prikkel om het roer om te gooien. Zolang dat niet is aangetoond, zullen de beleidsmakers het adagium business as usual hanteren. Te vrezen valt dat Nussbaum nu alleen bij medestanders op instemming mag rekenen. Die zorg wordt versterkt door haar eigen constatering dat de toegevoegde waarde van kwalitatieve aspecten in het onderwijs waarvoor zij pleit, moeilijk meetbaar en dus testbaar is. Wie gaat iets veranderen dat niet of nauwelijks aantoonbaar is?

    Voor mij is Martha Nussbaum de afsluiting van een tweede serie van honderd leesimpressies. Tijd voor een korte adempauze. Andere zaken vragen om aandacht. Een nieuwe stapel boeken wacht. Later mogelijk meer. De winterstop duurt in ieder geval tot april.