Leesimpressies

  • Mercè Rodoreda: Gebroken spiegel

  • Nr. 17 - 2008
  • Over het persoonlijk leven van Merce Rodoreda is weinig bekend. Op de achterflappen van haar in het Nederlands vertaalde boeken wordt al getwist over het geboortejaar. De Bezige Bij houdt het op 1909, Meulenhoff op 1908. Over het sterfjaar 1983 bestaat consensus. Verder weten we dat zij haar leven vooral in Barcelona doorbracht. Die stad vormt het decor voor haar literaire werk. Catalaans is de taal waarin ze schreef. Drie van de vier in Nederland uitgebrachte boeken dragen een vrouwennaam als titel. Gebroken spiegel vormt de uitzondering. Die keuze valt te rechtvaardigen. In de romans Colometa en Aloma staan de levens van de gelijknamige meisjes uit het volk centraal. In Gebroken spiegel doet Rodoreda een bredere gooi. Daar volgen we de levensloop van een hele familie.


    Ook hier begint het verhaal met een jonge schoonheid van eenvoudige komaf, Teresa. Zij assisteert haar moeder in een viskraam. Een hevige verliefdheid met een getrouwde lantaarnaansteker leidt tot een zwangerschap. Een buitenechtelijke zoon wordt geboren. Teresa beschikt over het talent vooruit te willen in het leven. Via een huwelijk met een veel oudere bankier raakt ze in goede doen en heeft zij de gelegenheid bij te dragen aan de opvoeding van haar afgestane zoon. De oude bankier doet waartoe hij is voorbestemd: overlijden. Voor Teresa ligt de weg open naar een rijker bestaan.

    Na een gepaste rouwperiode treedt Teresa opnieuw in het huwelijk. Ook deze gegadigde, Salvador Valldaura geheten, is ouder en welgesteld. Salvador is in diplomatieke dienst en heeft in standplaats Wenen een verdrietige affaire achter de rug met als uitkomst de zelfmoord van zijn geliefde. Later blijkt in een aantekenboekje van Salvador de volgende ontboezeming over zijn huwelijk te lezen. “Ik heb van Teresa gehouden, maar ik ben niet de man die zij nodig had; want de toegang tot een belangrijk deel van mijn leven was haar voorgoed onthouden.” Dit is een vast patroon in het boek. Een ontmoeting tussen een man en een vrouw leidt steevast tot een verliefdheid bij tenminste één van de betrokken partijen. Mensen trouwen maar niet met de persoon die hen de grootste passie ontlokt. Dat legt een doem over alle personages. Zij proberen er het beste van te maken ondanks het gemis dat zij ervaren. De troost ligt vaak dicht bij huis.

    Je kunt het standpunt verdedigen dat niet de familie maar het landhuis, waar Teresa en Salvador hun intrek nemen, de hoofdrol in het boek vervult. De villa staat aan de rand van Barcelona en de buitenwereld dringt er nauwelijks door. De periode die de roman omvat loopt van 1870 tot en met de Spaanse burgeroorlog. De huiselijke omstandigheden bieden genoeg afleiding. Binnenshuis zijn er de meubelstukken, sieraden en spiegels, erbuiten de bloemen, de laurierboom en het gevogelte bestaande uit pauwen, fazanten en parelhoenders. De laurier is in het verhaal van symbolische waarde. Verder is er een heel leger aan personeel. Via subtiele signalen wordt duidelijk dat tijden wel degelijk veranderen. Koetsier Climent gaat, chauffeur Miguel komt.

    Teresa en Salvador krijgen een dochter Sofia. De relatie tussen moeder en dochter is koel.

    Sofia trouwt op haar beurt met Eladi. Van zijn kant een huwelijk uit berekening en niet uit hartstocht. Die heeft hij gereserveerd voor een zangeres met wie hij in dezelfde tijd een kind krijgt als met zijn vrouw. De twee kinderen groeien samen op en vatten een onmogelijke liefde op aanvankelijk onwetend dat ze halfbroer en halfzus zijn. De zus pleegt zelfmoord en de broer verlaat de familie. Eladi zoekt ondertussen verpozing bij vele minnaressen vooral gerekruteerd uit de zich immer verjongende kring van dienstmeisjes. Teresa merkt hoe de veilige beschutting van het landhuis geen garantie kan vormen tegen verlies. Ze wordt voor de tweede keer weduwe. Teresa heeft drie mannen gekend. De eerste was een engel in oude vodden, daarna kwamen twee mannen van aanzien. Haar liefdesdorst werd uiteindelijk gelest door een vierde man, door de met de familie bevriende notaris.

    Rodoreda schildert met een breed palet. Drie generaties komen in vaart voorbij. Toch is er een verstild evenwicht met de details die de lezer krijgt voorgeschoteld. Deze vormen de ankerpunten in een ongelukkig bestaan. Via kleine bijzonderheden krijgen de levens een betekenis die uitstijgt boven de kale trits van geboorte, huwelijk en dood. De villa met toebehoren verschaft het genoegen dat de bewoners elkaar nauwelijks kunnen geven. Aan het eind van het boek verkeert het landhuis echter in vervallen staat. De dood heeft velen weggerukt. Sofia, haar zoon en de chef van de huishouding zijn overgebleven. De herinnering aan het huis wordt uitgewist. Sofia kiest voor de sloop en wil een appartementencomplex laten verrijzen. Rodoreda besluit het boek met een hoofdstuk waarin een rat op de bouwval het rijk alleen heeft waar eens de familie de scepter zwaaide. De mensen hebben hun tijd gehad. “Van hun ijdelheid, van hun haat, van hun kruimels liefde bleef slechts stof over en een treurige aanblik van vergane glorie.” Wat rest is de vergankelijkheid.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: