Leesimpressies

  • Mia Couto: Vrouwen van as

  • Nr. 29 - 2017
  • De algemene ontwikkeling van iedereen kent blinde vlekken. Zo weet ik weinig tot niets van de tribale verhoudingen in het Mozambique aan het eind van de negentiende eeuw. De roman van Mia Couto speelt zich af tegen juist die achtergrond. Je leest een roman en je algemene ontwikkeling krijgt in één moeite door een nieuwe impuls. Er spelen meer gespannen verhoudingen tussen volkeren een rol. Er is de moeizame relatie tussen de Portugese overheerser en de lokale bevolking. Mozambique vormde toen een provincie van Portugal welke situatie tot 1975 zou voortduren. En dan is er nog de kinnesinne tussen de Britse kolonisator en Portugal. De trotse Britse machthebbers met hun wereldrijk als kroonjuweel vonden dat de Portugezen met veel te weinig mensen aanwezig waren om geloofwaardig hun heerschappij over delen van Afrika uit te oefenen. Tot zover de achtergrond. Op de voorgrond is er de kennismaking met enkele bijzondere personages met als grote blikvanger de even jeugdige als mooie Imani. Dat is een naam die ‘wie is daar’ betekent. Haar moeder noemt haar As en na de verdrinkingsdood van haar zusjes gaat zij als de Levende door het leven. De naam Imani is de keuze van haar vader. De kwestie van de naamgeving is besproken met tante Rosi, de waarzegster van de familie.

    Imani behoort tot de stam van de VaChopi’s. De leden van deze stam verzetten zich tegen een invasie door de VaNguni’s, een machtig volk onder aanvoering van keizer Ngungunyane. De auteur heeft een herschepping gemaakt van een situatie die gebaseerd is op feiten en werkelijke personen. De VaChopi’s hebben ter verzekering van hun eigen veiligheid de kant van de Portugezen gekozen. Feitelijk wordt die veiligheid gewaarborgd door sergeant Germano de Melo, die een eenmanspost beheert in het dorp van Imani. De lange arm van Lissabon kan geen vuist maken in het kroondomein. De sergeant kan rekenen op steun van een hulpje. Assistentie wordt geleverd door Mwanatu het zwakbegaafde broertje van Imani. Eerst was hij het hulpje van een winkelier maar nadat de sergeant zijn intrek in de winkel had genomen en deze daarmee omvormde tot kazerne, werkte hij voor een nieuwe baas gehuld in een oude legerjas en met een politiepet op zijn hoofd. Ook Imani wordt ter beschikking gesteld van het huishouden van de sergeant. Broer en zus spreken Portugees wat een bepaald contact mogelijk maakt. Dat hebben zij te danken aan de lessen van de paters. Toch overheersen de misverstanden. Als er voor het eerst een blanke te paard zijn opwachting maakt denkt de plaatselijke bevolking dat mens en paard een geheel vormen. De sergeant realiseert zich dat hij nauwelijks geëquipeerd is om zijn taak naar behoren uit te oefenen. Hij beheert een schijnkazerne en geeft leiding aan een niet bestaand leger.

    Hoe kunnen wij regeren over mensen die wij zo slecht kennen? Welk leger zullen wij kunnen verslaan als we nauwelijks iets weten over onze vijand? Wij geloven dat de negers mensenvlees eten en zij denken dat wij kannibalen zijn


    De cultuurkloof die in het hele boek aanwezig is, krijgt extra nadruk door de vorm waar Mia Couto voor gekozen heeft. Hij laat afwisselend Imani en de sergeant aan het woord. De opvattingen van de sergeant komen aan bod door de brieven die hij richt aan de staatsraad, zijn superieur de edelachtbare heer José d’Almeida. Zij eenzaamheid krijgt gestalte door in de brieven steeds meer over te schakelen van ambtelijke berichtgeving naar persoonlijke ontboezemingen. In de hoofdstukken van Imani komt naar voren hoe zij greep op haar eigen leven probeert te krijgen wat voor een vrouw in die omstandigheden een bijna onmogelijke klus is. De contrastwerking via twee verschillende getuigenissen is een kunstgreep die Couto graag toepast. In de roman Slaapwandelend land is er de afwisseling van het gezamenlijke vluchtverhaal van een oude man en een jongen met het in schriften neergelegd verslag van een idealistische strijder. In De bekentenis van de leeuwin gebruikt Couto opnieuw de getuigenis van een vrouw in een afhankelijke positie tegenover het dagboek van de jager die moet afrekenen met de leeuwen die mensen hebben aangevallen. Door telkens de ene zienswijze te spiegelen aan de andere krijgt het eigene van elk verhaal meer accent.
    Mia Couto is geboren en getogen in Mozambique als zoon van blanke ouders. Hij is door zijn achtergrond in staat om de verschillende werelden die hij in zijn boeken naar voren haalt met overtuiging over het voetlicht te brengen. In Afrika gaat men anders om met bijvoorbeeld de aarde en met de dood. Doden blijven na hun heengaan invloed uitoefenen. De nabestaanden voeren gesprekken met hen overigens zonder hun naam te noemen want dat brengt ongeluk. Begrip tussen mensen ontstaat niet vanzelf. Sergeant De Melo vat dit op een bepaald moment kernachtig samen. “In dit land van jou zou Jezus werkloos zijn, beste Mwanatu: hier verricht iedereen wonderen.”