Leesimpressies

  • Michael Cunningham: Bij het vallen van de avond

  • Nr. 22 - 2011
  • Het einde van het leesjaar is in zicht en het is tijd om de balans op te maken. Het jaar 2011 bracht een opmerkelijke trend aan het licht. Opeens dienden zich romans aan waarbij een heteroseksuele man zich op latere leeftijd bekende tot homoseksualiteit. Waar komt zoiets vandaan? In de huidige tijd, zeker in de Westerse wereld, is homoseksualiteit een bekend en grotendeels geaccepteerd verschijnsel. Vroeger, in de duistere dagen van onwetendheid, was het aannemelijk dat het onderkennen van homoseksualiteit als taboe gold. Je wist misschien niet dat je het was of in ieder geval niet dat een dergelijk etiket hoorde bij je gevoelens. Homoseksualiteit is iets dat je bent, niet iets dat je wordt. Dat is althans de heersende opvatting zo valt onder meer af te leiden uit de hersens van Dick Swaab. Dus in een open samenleving is er geen aanleiding voor een late bekering. Toch kwam dat onderwerp aan bod in de prachtige roman van Jonathan Coe: De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim. Idem dito in de bijzondere debuutroman van Chad Harbach: The art of fielding. En dan is er ook nog de laatste roman van Michael Cunningham. Tenslotte mag de onlangs verschenen roman Vossenbloed van Rascha Peper niet ongenoemd blijven al was zij wel zo eerlijk om in een noot te melden dat Cunningham voor haar een inspiratiebron was geweest.

    Michael Cunningham laat zijn roman Bij het vallen van de avond spelen in het New Yorkse kunstmilieu. We maken kennis met het echtpaar Peter en Rebecca Harris. Hij handelt in kunst en zij schrijft erover. Zij wordt knap genoemd maar nooit lief; hij wordt gerespecteerd maar niet gevreesd. Het echtpaar is begin veertig en heeft een nu eens wel dan weer niet studerende dochter in Boston met wie de verstandhouding problematisch is. Aan het begin van het boek komt de broer van Rebecca, een nakomertje met drie bevoogdende zussen boven zich, bij het echtpaar logeren. Aan het eind van het boek verdwijnt broer Mizzy weer maar niet zonder veel overhoop gehaald te hebben. Mizzy is een begaafde en verwende nietsnut. Er is een verleden met drugsgebruik. Pas heeft hij een periode in Japan doorgebracht om naar vijf stenen te gaan zitten kijken. Nu komt hij naar New York want misschien wil hij wel iets met kunst gaan doen.


    Waarom laten schrijvers min of meer tegelijk een rijpere hetero opeens homoseksueel worden? Zet deze trend door? Komt Jeroen Pauw in 2012 uit de kast?


    Het onverwachte gebeurt. Peter wordt verliefd op het broertje van zijn zus, hoewel hij zich realiseert dat Mizzy oppervlakkig en inhoudsloos is. Kun je van een andere man houden zonder homo te zijn, is de vraag die hij zich stelt. De gevoelens van Peter en Mizzy monden uit in en blijven bij een intense kus. Daarna moet Mizzy weer verder. De verwarring waaraan Peter ten prooi valt zet ook zijn relatie met Rebecca op het spel. Moeten zij wel samen verder?

    Wat Cunningham open laat is de intentie waarmee Mizzy het avontuur aangaat. Peter is kennelijk op hem verliefd geworden maar hoe is dat andersom. Peter heeft ontdekt dat Mizzy weer drugs gebruikt en overweegt dat zijn vrouw te vertellen. Mizzy wil dat niet om gespaard te blijven voor de machinaties van de oudere zussen bestaande uit gedwongen afkicken. Door Peter te verleiden kan hij hem chanteren en zo verzekerd blijven van zijn stilzwijgen.

    Ooit was ik onder de indruk van de eerste romans van Cunningham. Zowel in A home at the end of the world als in Flesh and blood was er sprake van een overtuigende karaktertekening. Cunningham dringt diep door in de ziel van zijn personages. Daarna volgden twee boeken die mij minder boeiden. Eentje geënt op Virginia Woolf en de ander op Walt Whitman. Mijn voorkeur ligt bij de Cunningham die zonder pastiches op eigen benen staat. De personages in het laatste boek overtuigen minder. Door te kiezen voor het artistieke wereldje van Manhattan ligt het gevaar op de loer dat figuren modieuze trekjes krijgen. De volgende typering illustreert dat. “In de loop van de jaren heeft Peter er beter slag van gekregen zich te kleden als de man die zich uitgeeft voor de man die hij is.” Personages met een overdreven zelfbewustzijn werpen voor de lezer een dam op om zich mee te identificeren. Zij nemen zoveel plaats in beslag dat er voor jou geen ruimte overblijft.

    Misschien mag ik nog even stilstaan bij mijn eigen zelfbewustzijn. Enkele jaren geleden, het was een zonnige ochtend in september, bevond ik mij op de veerboot van Boston naar Provincetown op Cape Cod. Enkele meters bij mij vandaan trok een man de aandacht die het middelpunt vormde van een groepje bestaande uit vijf tot zes personen. Na enige aarzeling drong de volgende vraag zich op: is dat niet de schrijver Michael Cunningham? Nooit heb ik op die vraag een antwoord gekregen? Die onzekerheid zal in 2012 voortduren.