Leesimpressies

  • Nadine Gordimer: July’s people

  • Nr. 11 - 2009
  • Onlangs kwam er een nieuwe verhalenbundel van Nadine Gordimer in Nederland uit. Hoewel de schrijfster de tachtig is gepasseerd, blijkt ze in haar werk onverminderd vitaal, vol aandacht voor de wereld. Gordimer heeft dat gemeen met schrijvers als Jose Saramago, Martin Walser en bij ons Remco Campert al is die pas 79. Een mooi vooruitzicht voor de menselijke soort. Voorbij de acht kruisjes maar gewoon doorgaan met je passie, in dit geval schrijven. In het titelverhaal Beethoven was 1/16 zwart voert Gordimer een blanke radiopresentator op die melding maakt dat bij de componist een stroompje zwart bloed door de aderen vloeide. In het Zuid-Afrika van nu is zwart de norm zodat dit soort feitjes relevantie heeft gekregen. Decennia was dat anders. In mijn bibliotheek staat al lange tijd een roman van Gordimer die de omkering tussen zwart en blank als thema heeft. Een aanbeveling voor July’s people had ik ergens gelezen al stond me niet meer bij waar noch van wie. Proberen dus maar.

    Gordimer publiceerde July’s people in 1981. De roman speelt in Zuid-Afrika tijdens de apartheid. Voor de omstandigheden, waarin de personages verkeren, koos de schrijfster een macaber toekomstvisioen. We kenden de opstanden in Sharpeville en later Soweto. Nu is er een escalatie van geweld met de omvang van een burgeroorlog. De blanken zoeken een veilig heenkomen. Hun huizen gaan in brand. Tegen die achtergrond maken we kennis met de liberale familie Smales, bestaande uit vader Bam, moeder Maureen en hun drie jonge kinderen. De openingsscene voert huisbediende July ten tonele die voor het ontbijt thee serveert zoals ‘his kind’ dat gewoon is te doen voor ‘their kind’. Het architectengezin woont in een voorstad van Johannesburg in een huis met zeven kamers plus zwembad als de onlusten losbarsten. Het is te laat voor een vlucht naar het buitenland.


    Een roman is beter in staat de werkelijkheid uit te beelden dan daartegen stelling te nemen


    Het gezin brengt zichzelf in veiligheid door samen met July te vertrekken naar de plek waar hij vandaan komt, een verzameling hutten waar zijn extended family leeft. Dat gebeurt na een lange tocht met de auto, bakkie genaamd. Er vindt voor alle betrokkenen een confrontatie plaats die een nieuw licht werpt op oude verhoudingen. De relatie tussen blank en zwart maar ook tussen meester en knecht krijgt een nieuwe definitie. Gordimer laat aan de hand van dagelijkse voorvallen subtiel de verschillen zien. July blijft loyaal maar de aanspreektitel master verdwijnt en zelfs zwaait hij als dat zo uitkomt naar de Smales. Zijn familie is te gereserveerd om de nieuwkomers een gevoel van welkom te geven. Het blanke gezin kan moeilijk uit de voeten met de oncomfortabele situatie. De privacy is weg en het meegenomen toiletpapier raakt op. De kinderen slagen er beter dan hun ouders in om aansluiting te vinden bij hun nieuwe omgeving. Hun aanpassingsvermogen is het grootst.

    Via de radio sijpelen er berichten door over de gewelddadigheden in de buitenwereld. Gevoelens van dreiging nemen bij Bam en Maureen toe wat versterkt wordt als het geweer uit hun hut ontvreemd raakt. Gordimer vertelt het verhaal vanuit het perspectief van een alwetende verteller. Hoofdstukken beginnen vaak met het opvoeren van een he, she of they. De lezer heeft even nodig om wegwijs te raken welk personage aan zet is. Dit geeft de roman een afstandelijk en vervreemdend karakter. De scenès tussen enerzijds July en anderzijds Bam en vooral Maureen kennen een bijzondere psychologische lading. July’s people roept daarom herinneringen op aan de film van Joseph Losey The servant uit de jaren zestig naar een scenario van Harold Pinter met een onvergetelijke rol van Dirk Bogarde als butler. De verhoudingen komen op hun kop te staan. Gordimer heeft in haar leven steeds stelling genomen tegen racisme. Tegelijk heeft zij altijd de vrijheid geclaimd om in haar fictie de werkelijkheid naar eigen behoefte te modelleren. Een schrijver behoort in zijn roman niet te preken is een adagium dat teruggaat tot Flaubert. Een indringende verbeelding van een werkelijkheid is de uitdagende opdracht en die zal zonder commentaar bij de lezer des te meer effect te weeg brengen. De lezer behoudt ruimte voor een eigen beoordeling. Wie wil weten wat Gordimer zelf vindt, kan terecht in haar essaybundels. Over apartheid zegt zij in Living in hope and history onder meer het volgende. “Men are not born brothers; they have to discover each other, and it is this discovery that apartheid seeks to prevent.” In deze roman is het Gordimer gelukt om zo’n ontdekking scherp zichtbaar te maken. Het boek eindigt met de komst van een helikopter waarvan het onduidelijk is of dit voor de Smales goed dan wel slecht nieuws betekent. Desondanks laat Maureen alles achter zich en holt zij het toestel tegemoet. Dat laat een onbestemd gevoel achter en heeft iets onbevredigends. Bij dit slotbeeld herinner ik me weer dat William Boyd juist dat einde in zijn bespreking veroordeelde. Het was zijn recensie in Bamboo die ooit mijn nieuwsgierigheid wekte. De vermelding daarvan is een gepaste dankbetuiging voor de suggestie.