Leesimpressies

  • Ngugi wa Thiong O

  • Nr. 39 - 2015
  • Als kandidaat voor de Nobelprijs voor literatuur had ik dit jaar al mijn geld gezet op Ngugi wa Thiong’O. Zijn naam zingt al een poos rond als medio oktober nadert en de naam van de winnaar uitnodigt tot speculaties. Het is al weer bijna dertig jaar geleden dat de uitverkorene een zwarte Afrikaan was in de persoon van de Nigeriaan Wole Soyinka. De Nobelprijs of het nu om vrede of literatuur gaat, mag zich verheugen in politieke en diplomatieke overwegingen. Bij literatuur valt de keuze op een romancier met af en toe een uitstapje naar een dichter of een toneelschrijver. Vrouwen worden niet veronachtzaamd en een zekere spreiding naar continent en taalgebied maakt deel uit van de etiquette. De maatschappelijk geëngageerde Ngugi wa Thiong’O beschikte over goede papieren. De jury besliste anders. Krijgt Ngugi wa Thiong’O voor Kenia een rol toebedeeld die in Nederland tegenwoordig is weggelegd voor Cees Nooteboom en daarvoor voor Harry Mulisch, Hugo Claus en Simon Vestdijk. Een kandidaat mag natuurlijk niet te gedoodverfd zijn. Dat aspect had ik over het hoofd gezien. Het werk van de Keniaanse schrijver is in het Nederlands moeilijk verkrijgbaar. Met wat moeite zijn er bij antiquariaten twee romans verkrijgbaar.

    De roman Slechts een korrel graan dateert uit 1967. Tien jaar later verscheen Bloesems van bloed. De romans spelen tegen de achtergrond van het dekolonisatieproces in Kenia waarbij zowel gebeurtenissen van voor als van na de onafhankelijkheid van 1963 figureren. De dorpsgemeenschap vormt het decor met op afstand een bijrol voor hoofdstad Nairobi. De personages kenmerken zich door een grote drang naar vrijheid die slechts met grote moeite gerealiseerd kan worden. Bron van ergernis is het feit dat de kolonisator het land van de plaatselijke bewoners heeft afgenomen. Het bezit van land is niet alleen een noodzaak voor een economisch bestaansrecht maar kent daarnaast een psychologische dimensie. Het bezit van eigen land maakt deel uit van de eigen identiteit. Ngugi wa Thiong’O schetst niet alleen een beeld van de gewone Keniaan tegenover de buitenlandse overheerser maar ook van een strijd tussen de lokale bevolking onderling. Onderwijs en missie helpen de kolonisator bij het behoud van macht. Sommige personages in de romans compromitteren zich aan de bezetter en anderen weigeren dat. Wie niet meewerkt loopt het risico op een verblijf in een detentiekamp. Dat gaat gepaard met geweld en verraad. Ook de persoonlijke verwikkelingen, bijvoorbeeld in de concurrentiestrijd om een vrouw, dragen bij aan getroebleerde verhoudingen. De auteur geeft uiting aan zijn verontwaardiging. Hij laakt zowel de overheersende bezetter als de landgenoten die het spel uit eigen gewin meespelen.

    De blanke woonde op ons land. Hij at wat wij kweekten en kookten. Zelfs de kruimels van zijn tafel wierp hij nog voor zijn honden. Daarom zijn wij het woud ingetrokken. Wie niet aan onze kant stond, was tegen ons. Daarom hebben we onze zwarte broeders gedood, omdat ze inwendig blanken waren


    De romans van Ngugi wa Thiong’O zijn in bepaalde opzichten geen makkelijk leesvoer. Hij vertelt zijn verhaal door voortdurend sprongen in de tijd te maken. Ook ruimt hij niet alleen een plek in voor de werkelijkheid. Veelvuldig maakt hij melding van dromen en visioenen. Dat laatste maakt wellicht een onlosmakelijk onderdeel uit van zijn personages maar spreekt mij als lezer niet erg aan. Dan is er in de stijl van schrijven iets dat op den duur ook een belemmering opwerpt. De schrijver heeft de gewoonte om over zijn personages eerst te melden wat zij denken of voelen om hen vervolgens dat zelfde te laten uitspreken. Soms ook nog gevolgd door een bijbehorende actie. Je krijgt soms drie keer hetzelfde voorgeschoteld. Het begint met een gedachte die uitgedrukt wordt in een uitspraak waarna de daad bij het woord gevoegd wordt.
    In beide romans werkt Ngugi wa Thiong’O toe naar een climax die bestaat uit een schuldbekentenis. In Slechts een korrel graan bestaat die uit het opbiechten door een alom gerespecteerd persoon dat hij zijn vriend verraden heeft met diens dood als gevolg. Die boetedoening vindt plaats tijdens een massale feestelijke bijeenkomst. In Bloesems van bloed gaat het om de bekentenis van een misdrijf waar verschillende verdachten voor in hechtenis zijn genomen. Het lijkt erop dat de auteur wil zeggen dat het persoonlijke geweten de belangrijkste maatstaf is op grond waarvan iemand het boetekleed dient aan te trekken. Schuld is iets van de dader en minder een aspect van een juridisch systeem.
    De auteur heeft zijn romans in het Engels geschreven. Later is hij in de taal van zijn volk gaan publiceren en heeft hij zijn oude naam James Ngugi ingeruild voor de schrijversnaam waaronder hij nu bekend is. Hij wilde voor zijn volk schrijven en dan kom je uit bij de taal van dat volk. Tegen die redenering valt weinig in te brengen. De lezer krijgt een duidelijk beeld van waar de auteur voor staat. Wat mij betreft leidt dat lovenswaardige uitgangspunt niet automatisch tot een aansprekende roman.