Leesimpressies

  • Nikos Kazantzakis: Leven en wandel van Zorbas de Griek

  • Nr. 15 - 2015
  • Er is een fase in je leven dat je aan een Griekse kust wakker wordt, omringd door pikkend pluimvee. Je lievelingsfilms zijn op dat moment Zorba de Griek en de politieke thriller Z van Costa-Gavras. De kolonels zijn nog aan het bewind maar dat mag de pret niet drukken. Later zul je de hemel bestormen maar eerst moet de hoofdpijn zakken. Kan iemand die lege flessen Ouzo niet eens weggooien? Langzaam vervagen de herinneringen. Zou Zorba de Griek nog steeds indruk maken? Sommige films uit vervlogen tijden blijven onverminderd hun kracht behouden zoals The Graduate. Van anderen zoals Midnight Cowboy overleven slechts enkele scènes met Dustin Hoffman. En de soundtrack Everybody’s talkin door Harry Nilsson. Van Zorba, geschreven door Nikos Kazantzakis, is een nieuwe vertaling uitgebracht. De goede man blijkt Zorbas te heten. Een goed moment voor een kritisch zelfonderzoek. Het boek heb ik nooit eerder gelezen. De sirtaki heb ik nimmer gedanst, meen ik zeker te weten. Die sirtaki blijkt in het boek overigens niet eens voor te komen. Gedanst wordt er wel. Sommige zekerheden blijven overeind. Zorba is ondertussen in Nederland geëvolueerd tot een populaire naam voor een Grieks restaurant.

    Meer nog dan een portret van Zorbas bevat de roman van Kazantzakis de confrontatie tussen hem en de ik-verteller. Het betreft de vriendschap tussen twee tegenpolen. Zorbas vertegenwoordigt het gevoel, de man die leeft naar wat zijn impulsen hem ingeven. Hij is een levensgenieter. De ik-verteller is beschouwelijker van aard. Hij laat zich leiden door zijn verstand. De doener staat tegenover de denker. De roman heeft de vorm van een raamvertelling dat te boek is gesteld nadat de wegen van de hoofdpersonen weer gescheiden zijn. Het startpunt ligt bij hun ontmoeting op een regenachtige dag in een cafeetje in Piraeus. De ik-verteller wacht op het vertrek van zijn boot naar Kreta waar hij ter exploitatie een bruinkoolmijn heeft gehuurd. Dat is een vermetele poging om zijn bespiegelende karakter met daadkracht te doorbreken. Hij zoekt een eenvoudig leven en wil samen met de plaatselijke arbeiders aan de slag. Tot dat moment worden zijn gedachten in beslag genomen door Boeddha over wie hij nadenkt en schrijft. Zorbas maakt bij zijn opkomst een imposante indruk. Uit de toevallige ontmoeting wordt direct een compagnonschap geboren. De ik-verteller zal directeur zijn, Zorbas de voorman. Het avontuur kan beginnen.

    Wat ik begreep, was dat deze Zorbas de man was die ik al die tijd zocht en maar niet vond: een levend hart, een warme keel, een onbewerkte grote ziel waarvan de navelstreng nog niet losgesneden was van Moeder Aarde


    Een vergelijking tussen twee mensen, tussen natuur en cultuur, kan een interessante krachtmeting opleveren. Het probleem met deze roman is het asymmetrische karakter. De loop van de geschiedenis wordt opgediend door de verteller en hij koestert een grenzeloze bewondering voor zijn metgezel. Andersom is de relatie minder uitgesproken. De verteller, die vermoedelijk veel weg heeft van Kazantzakis, vraagt Zorbas het hemd van het lijf. Zorbas ergert zich over deze nieuwsgierigheid en doet vervolgens ruimhartig verslag van zijn heldendaden. Hij vertelt over de oorlogen waarin hij heeft gevochten, over de vrouwen die hij heeft bemind en over die keer dat hij zelf zijn vinger heeft afgehakt omdat die in de weg zat bij het pottenbakken. Zorbas is de oermens die weet hoe je moet leven. De verteller, door Zorbas baas genoemd, is maar een armzalige pennenlikker of papiermol. Die stereotype rolverdeling gaat mij als lezer tegenstaan. Er zijn meer kleuren dan zwart en wit.
    Tijdens de avonden aan de zuidkust van Kreta voeren de twee lange gesprekken over de zin van het leven. Er wordt raki gedronken, Zorbas maakt een dansje en speelt op de sandouri. Daarnaast zijn er de contacten met de plaatselijke bewoners. Twee vrouwen spelen een rol: madame Hortense, een heupwiegende zeekoe, en de weduwe. In de omgang met vrouwen wijst Zorbas de weg. Naar bed gaan met je eigen vrouw, daar is geen aardigheid aan, net eten zonder peper. Alleen gestolen vlees smaakt goed.
    Om de mijn te stutten zijn houtstammen noodzakelijk. Zorbas is het hele boek in de weer om een kabelbaan te construeren die het vervoer vanaf de heuvel naar het strand zal vergemakkelijken. De juiste hellinghoek is het geheim. Hij gaat een paar dagen naar Heraklion om inkopen te doen..Daar jaagt hij het geld van de baas er doorheen en blijft langer weg vanwege Lola. Je bent een gevoelsmens of je bent het niet. De opening van de kabelbaan is een groot feest maar resulteert in de ondergang van de onderneming.
    Wat het lezen er ook al niet aangenamer op maakt is de gezwollen toon. Nooit las ik een boek waarin vaker het woord agonie voorkwam. Waarom is het nodig de vitaliteit van Zorbas zo pathetisch te beschrijven? Misschien is het de tijdgeest. Kazantzakis schreef het boek begin jaren veertig. Het verhaal speelt zich af rond 1930. Het is mogelijk een idee eens een modernere Griekse roman te proberen.