Leesimpressies

  • Nuruddin Farah: Kaarten

  • Nr. 17 - 2010
  • Na met veel enthousiasme het werk van Chimamanda Ngozi Adichie gelezen te hebben, had ik me voorgenomen meer leestijd te besteden aan romans van zwarte Afrikaanse schrijvers. Ooit heb ik kennis gemaakt met het werk van Chinua Achebe, Ben Okri en Wole Soyinka net als Chimamanda Adichie allen afkomstig uit Nigeria. Tijd voor een ander land hoewel voor Afrikanen het volk waaruit iemand stamt meer bepalend is voor de identiteit dan de staat waartoe iemand behoort. De staat is vaak een kunstmatig gedrocht bedacht door overheersers van buiten. Nuruddin Farah, geboren in 1935 en deel uit makend van het gedrocht Somalië, wordt gerekend tot de vooraanstaande schrijvers van het Afrikaanse continent. De roman Kaarten dateert uit 1986 en speelt tegen de achtergrond van het conflict tussen Ethiopië en Somalië over de Ogaden, het grensgebied tussen beide landen. Het boek volgt de jeugd van de wees Askar, wiens moeder stierf in het kraambed en de vader op het slagveld.

    Askar groeit op onder de vleugels van Misra, eens het dienstmeisje van de familie. Misra heeft kort voordien zelf een baby verloren. Zij vervult haar rol als surrogaatmoeder met grote passie. Tussen Misra en Askar ontstaat een nauwe band die ook in lichamelijk opzicht intens is. De twee zijn voor elkaar de vervulling van een gemis. Hoewel Misra en Askar volledig in elkaar opgaan, maken we verder kennis met Qorrax, een oom van Askar van vaderskant, en Aw-Addan een geestelijke die een Koranschool bestiert. Op gezette tijden fungeren zowel Qorrax als Aw-Adan als de minnaar van Misra. Askar moet niets van hen hebben. Verder is er Karin, een buurvrouw, die zich over Askar ontfermt als Misra, door de maandelijkse cyclus geveld, daar niet toe in staat is.


    Hoe ze hem waste, tweemaal per dag zijn lichaam inwreef met olie, hoe ze haar vingers over zijn gladde huid liet glijden, hoe die vingers ergens halt hielden, op onderzoek uitgingen wanneer ze op een krasje, een slecht verzorgd wondje of een zwak plekje stuitten


    De eerste jaren van Askar spelen zich af in een plaatsje in het gebied van de Ogaden. Askar identificeert zich sterk met het Somalische standpunt. Misra is echter geen Somalische. Zij behoort tot het andere kamp. Ze spreekt een andere taal. Dat is meteen een aspect van het boek dat voor een westerling moeilijk is na te voelen. Waarom vereenzelvigt Askar zich niet met de afkomst van de vrouw die alles voor hem betekent? Van de Somalische representanten uit zijn directe omgeving moet hij immers niks hebben. Is dat toch de loyaliteit aan de vader die hij nooit heeft gekend? Naarmate de krijgshandelingen tussen de strijdende partijen meer oplaaien wordt de verblijfplaats van Askar gevaarlijker. Om verder te kunnen studeren is een vertrek onvermijdelijk. Askar verhuist naar de hoofdstad Mogadishu en krijgt onderdak bij oom Hilaal en zijn vrouw Salaado. Zij zijn familie langs de lijn van de moeder. Oom en tante zorgen goed voor Askar en hij voelt zich bij hen thuis. Onontkoombaar gaan zijn herinneringen terug naar Misra en wat zij voor hem betekende. Op die herinnering rust echter een zware last. Er doet een hardnekkig gerucht de ronde dat Misra verraad heeft gepleegd waardoor ruim 6oo Somalische strijders zijn omgekomen. Is zij daadwerkelijk schuldig of krijgt Misra de rol van zondebok aangemeten vanwege haar status als vreemdeling? Misra zelf ontkent maar Askar heeft de grootste moeite haar te geloven. Na een lange onderbreking zien de twee elkaar in Mogadishu terug. Aantrekkingskracht en wantrouwen strijden om de voorrang. Askar blijft ten prooi aan verwarring. Moet hij zijn toekomst richten op een studie aan de universiteit of zich aansluiten bij de vrijheidsstrijders? Hij twijfelt tussen pen en geweer. Zijn onzekerheid komt regelmatig terug in dromen. Niet de boeiendste onderdelen van het boek. Wanneer een schrijver gebruik maakt van dromen om zijn verhaal te doen is dat gauw een zwaktebod. Bij het schrijven van een roman is een schrijver volkomen autonoom. Hij is heerser over zijn eigen koninkrijk. Er gebeurt alleen wat jij wilt. Waarom dan een vlucht boeken naar dromenland? Het ongemak van Askar uit zich niet alleen in dromen. Het getob vertaalt zich eveneens in lichamelijke kwalen. Dat maakt het boek wel overvol met symboliek. Bij Misra zien we hetzelfde verschijnsel. Problemen uiten zich in lichamelijke ellende. Een treurig dieptepunt vormt een beschrijving van een bij haar uitgevoerde abortus. De waarheid komt via omwegen tot de lezer. Wat ook al niet helpt is de variatie in verteltechniek. Askar spreekt meestal in de eerste persoon over zichzelf maar soms gebeurt dat via het afstandelijke je. Over wie hebben mensen het die zichzelf als je aanduiden? Alles bij elkaar laat Kaarten een indruk van ondoorgrondelijkheid achter. De werkelijkheid is een schimmenspel waar moeilijk toegang is te krijgen. De titel past in dat patroon. Askar krijgt als klein jongetje landkaarten cadeau. Hij maakt daar graag studie van en tekent later zelf kaarten. Op een kaart kun je een eigen versie van de werkelijkheid verbeelden. Je kunt door kleurgebruik de Ogaden tot onderdeel van Somalië verklaren. Of dat overeenkomt met de realiteit is een ander verhaal.