Leesimpressies

  • Olga Tokarczuk: De rustelozen

  • Nr. 9 - 2021
  • Toen de Nobelprijs voor 2018 werd toegekend aan een schrijver uit Polen was dat voor de derde keer binnen veertig jaar. Czeslaw Milosz en Wislawa Szymborska gingen Olga Tokarczuk vooraf. Landen als Denemarken, Griekenland en Ierland hebben minder inwoners dan Nederland maar ontvingen meer dan eens dezelfde prijs. Voor Nederland staat de teller nog altijd op nul. Wordt het niet eens tijd voor een belletje van onze premier, niet voor niks de gelukkigste man van Nederland, om een telefoontje te plegen met het Zweedse comité dat over de toewijzing gaat. Er moet met wat goede wil een latent schandaaltje in het verleden te vinden zijn dat met terugwerkende kracht Willem Frederik Hermans aan een uitverkiezing kan helpen. Jaren als 1985 en 1979 verdienen een kritische beschouwing. Overigens had ik op het moment van haar uitverkiezing nooit iets van Tokarczuk gelezen. Dat verzuim is weggewerkt en van haar werk heb ik het meest genoten van “De rustelozen”. Zelfs als zij schrijft over anatoom en botanicus Frederik Ruysch uit lang vervlogen tijden weet ze mij geboeid te houden. Hetzelfde geldt voor de uitweidingen over astrologie zoals de hoofdpersoon dat doet in “Jaag je ploeg over de botten van de doden”. Tokarczuk verkondigt een eigen geluid dat zich lastig laat vergelijken met het werk van andere schrijvers. Het is goed dat de vertalingen van haar werk in het Nederlands gestaag groeien.

    De verteller uit De rustelozen introduceert zichzelf op jonge leeftijd. De verteller heeft het nodige gemeen met Olga Tokarczuk. Zij stapt als eenling uit de vensterbak in een hoofdstuk dat met recht de titel voert “ik ben”. Ruim 400 bladzijden later volgt weer een hoofdstuk met dezelfde titel. Inmiddels is de lezer veel te weten gekomen over de verteller. Overpeinzingen en observaties worden afgewisseld met verhalen waarin het element rusteloosheid een verbindende schakel vormt. Veel gekneusde personages maken hun opwachting. Tokarczuk heeft weinig zinnen nodig om je een verhaal in te trekken. De afwisseling is groot. De voorvallen zijn onalledaags. De eerste keer dat een verhaal het betoog van de verteller onderbreekt is als het gaat om het gezin Kunicki. Er is sprake van een vakantie op een Kroatisch eiland. Vanwege een sanitaire stop verlaten de echtgenote en het zoontje de auto. Vader blijft achter het stuur zitten. De twee verdwijnen spoorloos. Hulpdiensten rukken met groot materieel uit om hen op te sporen. Tevergeefs. Dat is des te merkwaardiger omdat het eiland feitelijk te klein is om in het niets te verdwijnen. Verderop in het boek verschijnt de familie Kunicki in herenigde samenstelling opnieuw in een verhaal zonder dat het raadsel ontsluierd wordt. De variatie in de verhalen is groot gerekend naar tijd en plaats. Toch is het eigenzinnige geluid van de verteller mij het meest bijgebleven, meer dan de afzonderlijke verhalen. Haar vakgebied is reispsychologie. De zucht tot reizen kreeg ze mee van haar ouders. Er was een groot verschil. Haar ouders reisden met het doel om terug te keren. Voor de verteller is bewegen een doel op zich.

    Ik miste duidelijk een gen dat ervoor zorgt dat je onmiddellijk wortelschiet, zodra je ergens een poos blijft staan. Ik haal mijn energie uit beweging: uit het schokken van bussen, het geronk van vliegtuigen, het gewieg van veerboten en treinen


    Er zijn twee visies op de wereld mogelijk: het kikkerperspectief en het vogelperspectief. Een ander geloofsartikel van de verteller luidt: zien is weten. Gebruikelijker is de uitdrukking meten is weten. Dat suggereert echter objectiviteit en waarheid. Zien is weten legitimeert een subjectieve aanpak. Het gaat erom wat jij doet met de ervaringen die zich aandienen. Tokarczuk heeft een voorkeur voor situaties die niet kloppen, waar een steekje aan los zit. Het rariteitenkabinet is haar favoriete plek om te vertoeven en niet het gladgestreken museum. De verhalen uit de roman maken de lezer getuige van bizarre voorvallen. Zo is er de Vlaming Philip Verheyen die vanuit een gevoel van verbondenheid brieven schrijft aan zijn geamputeerde been. De verbondenheid tussen mens en been blijft intact. Dat brengt hem tot de ontdekking van fantoompijn. Er is de vrouw die haar gezin ontvlucht, inclusief een gehandicapt kind, om een zwervend bestaan te vinden te midden van lotgenoten in de Moskouse metro. Dan is er de vrouw die naar de andere kant van de wereld vliegt om een geliefde van lang geleden bij te staan in de terminale fase van diens leven. De Engelse titel van De rustelozen is Flights en daar is veel voor te zeggen. Tokarczuk is een pelgrim van eigen signatuur. Voor pelgrims hebben drie vragen actualiteitswaarde. Wat is je land van herkomst, waar kom je vandaan en waar ga je naar toe? Daartussen ligt alles besloten. De levenswijsheid van de verteller trekt de volgende conclusie. “Het is onbelangrijk waar ik ben, het kan me niet schelen waar ik ben. Ik ben.” Na het omslaan van de laatste bladzij blijft de lezer verbluft, geboeid en verward achter. Het beste medicijn is wellicht direct van voor af aan beginnen met herlezen.
    middelr@xs4all.nl