Leesimpressies

  • Ornela Vorpsi: Het land waar je nooit sterft

  • Nr. 47 - 2009
  • Ooit stond ik in de ochtendschemering op Corfu uit te kijken over een zeestraat. Het groene heuvellandschap aan de overkant was Albanië, een land waar je toen in noch uit kon. Dictator Enver Hoxha was een aanhanger van Mao’s rode boekje en schiep zo een communistisch bruggenhoofd voor China in Europa. Als Ajax door loting voor de Europa Cup richting Tirana koerste, was het de vraag of de langharige godenzonen niet voor de wedstrijd langs de kapper moesten. Het literaire boegbeeld van Albanië was en is de in 1936 geboren Ismail Kadare. Door de inspiratie voor zijn romans in het verleden te zoeken, wist hij zich een zekere onafhankelijkheid te verwerven. Er zit veel bloedwraak in zijn boeken. Het moderne Albanië heeft inmiddels een literaire stem gekregen via Ornela Vorpsi, een jonge vrouw met een exotische schoonheid.

    Vorpsi geeft ons in haar roman de herinneringen van een jonge vrouw. Wie van een plotgestuurd boek houdt, is bij haar aan het verkeerde adres. Het zijn sfeertekeningen rond een jeugd. De titel Het land waar je nooit sterft maakt duidelijk dat Albanië de eigenlijke hoofdpersoon van het boek is. Het is een liefdesverklaring aan het vaderland maar het gaat om een onmogelijke liefde. Een jonge vrouw krijgt veel te verduren. Is ze mooi dan is ze een slet en is ze lelijk dan helaas niet. Op jonge leeftijd begint voor een mooie vrouw de fase van het geslettebak. De mannen zijn opdringerig en broeierig. Nippend aan gloeiende koffie vertoeven zij op het terras, in de zon hunkerend naar drama. De hoofdpersoon heet soms Ornela maar wordt ook met andere namen aangesproken. Ongeacht de naam lijken het allemaal afsplitsingen van de auteur. Ze groeit op zonder vader. Hij zit in de gevangenis waarvoor de officiële naam heropvoedingskamp is. In die periode laat de moederfiguur zich van hem scheiden. Bezittingen van politieke gevangenen worden geconfisqueerd. Advocaten kent de Communistische Partij niet want die zijn overbodig. Onterechte veroordelingen komen immers niet voor.


    Gesterkt door uren durende maaltijden, gedrenkt in raki en ontsmet door de pepertjes in de onvermijdelijke , van de olie druipende olijven, bouwen lichamen hier zoveel weerstand op dat ze alle beproevingen kunnen doorstaan


    Hoewel de dictatuur op de achtergrond herkenbaar aanwezig is, zijn het vooral de alledaagse gebeurtenissen die aandacht krijgen: de problematische verhoudingen binnen de familie, de vriendinnen op school, de ontwikkelingen in het dorp. Mooi is de beschrijving hoe ze geniet van alle aandacht tijdens de dagen van ziekte, vrijgesteld van vervelende taken in het huishouden. ‘Ziek zijn was altijd een periode vol vreugde.’ Vorpsi etaleert haar zorgen en dromen. Ze verliest zich in een boek waarin de liefdesgeschiedenis van Ismail Kadare beschreven staat. Het lezen van een romans vormt een uitlaatklep voor de dagelijkse beslommeringen. Daaruit valt te leren dat een ander leven denkbaar is. Bovendien vormt de lectuur een handleiding voor de liefde. Lermontov, De Maupassant en Tolstoi zijn tegelijk afleiding en inspiratiebron.

    Liefde loopt soms verkeerd af. In de buurt van Tirana is een meer waar jonge vrouwen zelfmoord plegen. Dat kan zijn vanwege een ongelukkige liefde of een ongewenste zwangerschap. Abortus is illegaal en op de zwarte markt zeer kostbaar vanwege het risico dat de plegers lopen.

    Het is fragmentarisch beschreven nostalgie te midden van de rauwheid van het bestaan. Hoewel ze verweven is met haar land, besluit de hoofdpersoon haar toekomst elders te zoeken. In de epiloog is sprake van een vertrek per vliegtuig. Italië is het lonkend perspectief. Bij aankomst valt tegen, ondanks het heerlijke klimaat, dat de vrouwen niets weg hebben van Sophia Loren en Gina Lollobrigida. Velen zijn Vorpsi voorgegaan. De hang naar Albanië blijft echter. Italië is een land waar je wel kunt sterven. Velen keren voordien met een maagzweer terug naar huis.

    Voor in de twintig heeft Ornela Vorpsi zelf haar land verlaten. Ze schrijft in het Italiaans maar woont en werkt in Parijs. Haar impressies zijn bondig. Aan wijdlopigheid bezondigt zij zich niet. Het land waar je nooit sterft beslaat slechts 117 bladzijden. Er is inmiddels een tweede roman van haar in het Nederlands vertaald: Gifgroen. Het is een, nog dunner, boek over heimwee en vervreemding. De hoofdmoot van het boek bestaat uit een reis naar Sarajevo waar ze een vriend wil bijstaan die depressief zijn huis niet meer uitkomt. De stad is aangetast door oorlogsgeweld. De toon is minder indringend dan in Het land waar je nooit sterft. Op haar best is ze, ook in dat tweede boek, op het moment dat ze herinneringen ophaalt aan haar jeugd in Albanië. De melancholie overheerst. Die vormende jaren hebben haar getekend. Die indrukken beklijven. Ze heeft er een rijke schatkist mee verworven waar heel wat pareltjes in verstopt zitten. Het is te hopen dat deze bron buiten de Balkan niet gauw uitgeput raakt.