Leesimpressies

  • Ozcan Akyol: Generaal zonder leger

  • Nr. 10 - 2020
  • Wandelend door het Maassluis van Maarten ’t Hart raakt een mens in de stemming voor vreemde capriolen. Bij de interessantste winkel van de oude dorpskern kocht ik het boekenweekessay. De auteur is Őzcan Akyol en het thema rebellen en dwarsdenkers. Akyol is geboren in Deventer als zoon van een slecht geïntegreerde Turkse gastarbeider. Hij begon zijn loopbaan op de onderste sporten van de criminele ladder als uitkijkpost en belandde in de gevangenis. Daar ontdekte hij de wereld van het boek. Akyol kwam beter uit de gevangenis dan hij erin ging. Waar maak je het nog mee dat de feiten een VVD stokpaardje ondersteunen? Hij werd schrijver en debuteerde met de autobiografische roman Eus in 2012. Vanaf dat moment nodigden mediaredacties hem, inmiddels onder de naam van zijn boektitel, graag uit om een bijdrage te leveren aan het opiniedebat. Eens een uitkijkpost altijd een uitkijkpost. Eus gaat graag op de uitnodigingen in. Als het gaat om een kwesties als islam, integratie en migratie levert hij vaak een verfrissende bijdrage. Dat vindt niet iedereen. Regelmatig krijgt hij het advies terug te gaan naar zijn eigen land, een paradoxaal advies. Hij is al in zijn eigen land. Maar ja, “meneer en mevrouw Akyol keer terug naar uw eigen land en vergeet niet uw zoon mee te nemen”, dat twittert niet lekker.

    Mijn persoonlijke boekenweekgeschenk bestaat uit een lijst met de 21 beste fictie uit de 21e eeuw. Het is gratis beschikbaar voor iedereen die over de moed beschikt dit stuk tot het einde uit te lezen.
    Kennelijk heeft de CPNB gedacht dat het onderwerp rebellen en dwarsdenkers bij Eus in goede handen zou zijn. Eus heeft de opdracht opgevat om zijn ergernissen over het literaire wereldje de vrije loop te laten. Om over rebellen en dwarsdenkers te schrijven, hoef je het niet te zijn. Daar hebben we al een misverstand te pakken. Het resultaat is een populistisch en nationalistisch pamflet. Het boekje is een faux pas van 64 bladzijden al zal Eus het aan de talkshowtafel in dergelijke omstandigheden waarschijnlijk als kutboekje kwalificeren. Alvorens commentaar te leveren is het nodig om eerst de lijn van het betoog gecomprimeerd weer te geven. Dat is op zich al lastig want Eus is een slordige denker.
    Alles begint met een probleem. De eerste schakel in het betoog is de zorgelijke toestand van de Nederlandse letteren. Er is tegenwoordig sprake van ontlezing en dat is een kwalijk verschijnsel. De tweede schakel is dat er bij het publiek een grote latente behoefte bestaat om kennis te nemen van literatuur. Die behoefte wordt alleen uitermate slecht bediend en dat is de schuld van de literaire wereld waarmee we bij schakel drie zijn aangeland. Vervolgens staat Eus stil bij de verschillende elementen waarin de literaire wereld te kort schiet. De literaire wereld weigert gebruik te maken van moderne marketinginstrumenten zoals sociale media die volop in voorraad hebben. Grote oplagen liggen voor het grijpen maar de schrijvers vertikken het om te oogsten. Men kijkt met dedain naar boeken die als warme broodjes over de toonbank vliegen van mevrouw Riley of meneer Kluun. Dat kan niks zijn. De populaire opvatting van Eus behelst dat kwantiteit goed is, kwaliteit is verdacht en elitair. De literaire wereld is navelstaarderig. Men schrijft saaie boeken voor de eigen vriendenkring. De verhoudingen tussen recensenten en schrijvers, tussen juryleden en prijswinnaars vinden hun oorsprong in vetes en vriendschappen. De literaire wereld is buitengewoon incestueus. Schrijvers zoeken de oorzaak van de ontlezing bij externe factoren en nooit bij zichzelf. De conclusie van Eus is dat we moeten snakken naar rebellen en dwarsdenkers. Het probleem van de ontlezing is zo oplosbaar.

    Alle schakels in het betoog van Eus zijn onjuist of minstens aanvechtbaar. Hij staart zich blind op het hier en nu zonder een vergelijking met vroeger en zonder om zich heen te kijken naar de situatie in ons omringende landen. Het is betreurenswaardig dat een schrijver van het boekenweekessay zich bezig houdt met het literaire wereldje in plaats van met literatuur


    Eerst iets over het verband tussen oorzaak (A), de labbekakkerigheid van de literaire wereld en gevolg (B), de ontlezing. Bij een causaal verband gaat A aan B vooraf. Altijd als er sprake is van A volgt B en nimmer is er sprake van B zonder A. Ontlezing is een diagnose die vooral de laatste jaren als diagnose aanzien heeft verkregen. In 1964 publiceert Willem Frederik Hermans een bundel met polemische beschouwingen over de literaire wereld. In zijn ogen kenmerkt dit gezelschap zich als een coterie van talentlozen. Tot ontlezing heeft die situatie echter niet geleid. In 1981 trok Neerlandicus Ton Anbeek veel aandacht met zijn pleidooi voor meer straatrumoer in de Nederlandse literatuur. Hij bekritiseerde de navelstaarderigheid van onze schrijvers. Ook toen bleef ontlezing uit.
    Eus begint zijn beschouwing met het opvoeren van een Veenendaalse boekhandelaar. De man beklaagt zich dat de zussen van Lucinda Riley op grote schaal verkocht worden in plaats van meer diepgravende lectuur. Deze minachting acht Eus misplaatst. De populariteit van de zussen ziet hij als een indicatie voor kwaliteit. Eus sluit zich hier aan bij de stamtafelgesprekken van René van der Gijp en Johan Derksen, twee gevierde onderbuikers. Derksen mag zich graag vrolijk maken over de kleine oplagen van zelfingenomen literaire schrijvers. De naam van Tommy Wieringa valt automatisch. Het boek Gijp geschreven door Michel van Egmond scoort oplagen die vele malen hoger liggen dan die van wijsneus Wieringa. Kwantiteit is goed, kwaliteit is slechts elitaire pretentie. Johan Derksen heeft niks met literatuur, wel heeft hij veel met muziek. Het eigenaardige is echter dat hij bij onderwerpen waar hij verstand van heeft precies andersom redeneert. De muziek van Frans Bauer, de innemende bard uit Fijnaart, is bagger. De Hilversumse zenders draaien de hele dag rotzooi. De massa heeft geen smaak. Kwaliteit in de muziek vindt Derksen bij een bluesband die uitsluitend optreedt in een garagebox van een buitenwijk in New Orleans.
    Is literatuur elitair en is dat kwalijk? Voor bijna alles wat het leven de moeite waard maakt, moet een mens enige moeite doen. Dat geldt net zo voor het lezen van literatuur. Minder dan 5% van de bevolking leest met enige regelmaat literatuur. Dat is altijd zo geweest en zal vermoedelijk altijd zo blijven. Alle pogingen als media-aandacht, schrijvers in de klas, literaire prijzen, boekenweken, zijn sympathiek maar zetten nauwelijks zoden aan de dijk om van niet-lezers lezers te maken. Lezen is elitair en daar is niks mee zolang iedereen ongeacht sekse, geaardheid, huidskleur, geloof of sociale klasse maar kan toetreden. Dat kan in Nederland. Iedereen kan in Nederland een bibliotheek binnenstappen en met behulp van de dienst doende Jeltje van Nieuwenhoven of Annie M.G. Schmidt tegen een verwaarloosbaar bedrag een werk uit de wereldliteratuur mee naar huis nemen. Het gebeurt nauwelijks omdat de meeste mensen daar geen behoefte aan hebben. Laten we het belang van literatuur niet overschatten. Om volwaardig in de maatschappij te kunnen functioneren is taalvaardigheid essentieel. Het lezen van literatuur is daarvoor geenszins noodzakelijk Je kunt in Nederland human resources manager bij Unilever worden of minister-president zonder Ulysses gelezen te hebben. In een supergaaf land volstaat het om een beetje Chopin te spelen. Zij die literatuur lezen zijn geen betere mensen dan zij die dat niet doen. Ze hebben hooguit een rijker leven.
    Wat bij de CPNB en bij Eus zo merkwaardig en modieus aandoet is het bewieroken van rebellen en dwarsdenkers. Twitter puilt uit van de dwarsdenkers. Denker des vaderlands Daan Roovers stelt terecht aan de orde dat in de media de extreme standpunten buitenproportioneel veel aan het woord komen. Soms kan dwarsdenken noodzakelijk zijn om iets wat vastgeroest eens flink op te schudden. In de huidige tijd is er meer behoefte aan gematigdheid en redelijkheid. Bij de laatste verkiezingen voor de Provinciale Staten kreeg een partij van onnozele querulanten de meeste stemmen.
    Het lekkerste voor het laatst. Tot slot wil ik het nog even over incest hebben. Volgens Eus is dat een veel voorkomend verschijnsel in de Nederlandse literatuur. Elke biotoop kent zijn eigen zeden en gewoonten. Voor mij is het de vraag of incestuEUSheid in de literatuur meer voorkomt dan elders bijvoorbeeld bij de televisie, het toneel, de reclame of de film. Iedereen kan dit zelf toetsen en in het geheugen op de knop Me Too drukken en dan kijken welke namen er tevoorschijn komen. Als het om vriendjespolitiek gaat, richt Eus zijn pijlen niet op grote namen als Remco Campert, Cees Nooteboom, Mensje van Keulen, Adriaan van Dis of Jan Siebelink. Evenmin attaqueert hij een jongere generatie met prominente vertegenwoordigers als A.F.Th. van der Heijden, Arnon Grunberg, Thomas Rosenboom of Ilja Leonard Pfeijffer. Rebelse Eus kijkt wel uit. Hij strekt het been in de richting van grachtengordelguppy’s als Philip Huff, Nina Wijers en Nina Polak.
    Los van de vraag in welke mate het verwijt van incestueusheid terecht is, mag aan de orde komen of Eus zelf op dit punt veel geloofwaardigheid bezit. Zijn verhoudingen met de mensen van wie hij afhankelijk is, zouden wel wat minder klef mogen. Nog niet zo lang geleden poseerde Eus in de krant met zijn uitgever om te getuigen van hun innige vriendschap. Hij deinst bovendien niet terug om op televisie het haar te knippen van Jan Slagter, de omroepbaas die hem in staat stelt om televisieprogramma’s te presenteren. Het enige televisieprogramma dat vanwege het boekenpanel in Generaal zonder leger een compliment krijgt uitgedeeld is DWDD, het programma dat Eus een podium bood om een BN-er te worden. Eus is al lang geen schrijver meer maar een mediamannetje.
    Het is jammer dat de CPNB dit jaar heeft benut om bij een fout thema een verkeerde auteur te zoeken. In de Groene Amsterdammer van deze week ging het wel over literatuur en niet over het literaire wereldje. Op initiatief van Marja Pruis (laureaat) en Joost de Vries (jurylid) is er een enquête gehouden onder de literaire incrowd. Dat resulteerde in een lijst met de 21 beste romans van deze eeuw. Je zou kunnen zeggen een incestueuze lijst. Als minder dan 0,5% van de wereldbevolking Nederlander is, waarom zou dan 38% van de beste romans door een Nederlander geschreven zijn? Geen van de boeken uit de Groene Amsterdammer heeft mijn lijst gehaald al had ik wel een uitzondering willen maken voor De jaren vanwege eerdere ervaringen met het werk van Annie Ernaux en het begeleidende enthousiasmerende stukje van Arjen van Veelen. Een ding hield me tegen: ik heb het boek nog niet gelezen. Mijn volgorde is geen rangorde. De titels zijn afgedrukt in de taal waarin de boeken tot mij kwamen.
    Tash Aw Five star billionaire
    Eleanor Catton Al wat schittert
    J.M. Coetzee De kinderjaren van Jezus
    Dave Eggers De cirkel
    Stephan Enter Lichtjaren
    Peter Esterhazy Geen kunst
    Aminatta Forna De paradox van geluk
    Mohsin Hamid The reluctant fundamentalist
    Chad Harbach The art of fielding
    Jhumpa Lahiri De naamgenoot
    Tom Lanoye Sprakeloos
    Mario Vargas Llosa Het feest van de bok
    Javier Marias De verliefden
    Amos Oz Een verhaal van liefde en duisternis
    Orhan Pamuk Het museum van de onschuld
    Ilja Leonard Pfeijffer Grand Hotel Europa
    Tom Rachman Basket of deplorables
    Philip Roth Nemesis
    Jose Saramago Het verzuim van de dood
    Anne Tyler Digging to America
    Sandro Veronesi Kalme chaos
    middelr@xs4all.nl