Leesimpressies

  • Paolo Giordano: De eenzaamheid van de priemgetallen

  • Nr. 33 - 2009
  • Jury’s van literaire prijzen zijn soms de kluts kwijt. Bij de Nobelprijs is dat om de paar jaar het geval. De jury van de Premio Strega, de meest prestigieuze literaire prijs van Italië, blijkt vormvaster. In 2006 werd Sandro Veronesi bekroond voor de indrukwekkend beschreven persoonlijke crisis in Kalme chaos waarna in 2007 Niccolo Ammaniti volgde met de koortsige roman gesitueerd aan de zelfkant van de samenleving Zo God het wil. Daar kwam in 2008 nog eens bovenop De eenzaamheid van de priemgetallen door Paolo Giordano, geboren in Turijn 1982, bovendien de jongste prijswinnaar ooit. Giordano behandelt het opgroeien van twee mensen die in elkaar hun eenzaamheid herkennen. Zij zijn voor elkaar bestemd maar kunnen daar niet naar handelen. Zij zitten gevangen in de eigen persoonlijkheid, onbereikbaar voor de ander.

    De vrouwelijke hoofdpersoon heet Alice. De openingszin van het boek luidt “Alice Della Rocca haatte de skilessen.” Tijdens het skiën overkomt haar een ongeluk waardoor zij mank door het leven moet. Het stemt Alice niet milder. Haar thermostaat is laag afgesteld. Zij heeft een afkeer van haar vader en schroomt niet om Soledad, de Ecuadoriaanse huishoudster, te chanteren. Het zal even duren voor zij in het boek voor het eerst sympathieke trekken durft te tonen.

    De manlijke hoofdpersoon heet Mattia. Hij is uitzonderlijk intelligent in tegenstelling tot zijn zwakbegaafde tweelingzus Michela. Die uitzonderlijke combinatie drijft de tweeling naar een geïsoleerd bestaan. Het keerpunt lijkt aanstaande als de tweeling voor het eerst een uitnodiging ontvangt voor een verjaardagspartijtje. Mattia ontfermt zich over Michela maar besluit haar uit schaamte tijdelijk in een park achter te laten. Na afloop zal hij haar oppikken. Zij blijkt dan echter verdwenen. Elk spoor ontbreekt. Schaamte vermengt zich met schuldgevoel. Mattia ontwikkelt de gewoonte zichzelf te verminken met scherpe voorwerpen.

    Alice en Mattia treffen elkaar op school. Het initiatief gaat uit van Alice. Zij vindt hem interessant. Haar vriendin verbaast zich over deze keuze. Mattia heeft zich met een mes in zijn hand gestoken. Met zo’n type beland je in stukken gehakt in de vriezer, zo luidt de waarschuwing.


    Hij wijst de wereld af en zij wordt door de wereld afgewezen wat uiteindelijk op hetzelfde neerkomt


    In korte scènes met flinke sprongen in de tijd beschrijft Giordano de ontwikkelingslijnen van Alice en Mattia. De middelbare schooltijd resulteert voor hen in een open wond die niet meer zal helen. Alice wordt fotografe en ziet haar kans schoon om bij een trouwreportage wraak te nemen op de vriendin die zij aanvankelijk zo bewonderd had. Mattia vertrekt naar het buitenland om zich te ontpoppen tot een vooraanstaand wiskundige al wist hij als vijfjarige al dat daar zijn bestemming lag. In de wiskunde vindt de boektitel zijn oorsprong. Mattia is gefascineerd door priemgetallen. Die zijn uitsluitend deelbaar door zichzelf en door één. Priemgetallen zijn misschien wel jaloers op gewone getallen. Eigenlijk willen zij ook gewoon zijn. Een bijzondere categorie vormen de tweelingpriemgetallen. Dat zijn de priemgetallen die zich naast elkaar bevinden zoals 11 en 13, 17 en 19 of 41 en 43. Ze kunnen elkaar nooit echt raken omdat er altijd een even getal tussen staat. Dat vormt een overtuigende metafoor voor wat er tussen Alice en Mattia aan de hand is.

    Zij kiezen elk een eigen weg maar blijven in elkaars gedachten. Hun band is even onmogelijk als onverbrekelijk. Alice trouwt met een ander zonder het geluk te vinden. Op een dag denkt zij Michela, het verdwenen tweelingzusje, gevonden te hebben. Het meisje lijkt als twee druppels water op Mattia. Alice stuurt Mattia een foto met op de achterkant slechts één regel. “Je moet komen. Ali” Mattia vertrekt onmiddellijk. Van niemand anders gaat zo’n onweerstaanbare lokroep uit. Mattia en Alice ontmoeten elkaar. De vraag dringt zich op of zij elkaar nu wel zullen raken en of de raadselachtige verdwijning opgehelderd zal worden. Giordano heeft een climax gecomponeerd die past bij de loop van de karakters. De losse eindjes, kenmerkend voor de opbouw via losse scènes, worden niet allemaal aan elkaar geknoopt. Misschien wat onbevredigend maar wel passend binnen het raamwerk van het boek. De toekomst voor de twee gekwetste zielen blijft ongewis. Mogelijkheden zijn onwaarschijnlijk maar denkbaar. Giordano heeft een aangrijpende roman geschreven. Toch blijft het twijfelachtig of De eenzaamheid van de priemgetallen zich zal manifesteren als een klassieker. Zal de huidige populariteit blijvend zijn? De worsteling van zoekende jonge mensen om hun draai in het leven te vinden vormt een eeuwig thema. Kwetsbaarheid ontroert. Door Kees de jongen en The catcher in the rye zijn steeds nieuwe generaties lezers in het hart geraakt. De lezer identificeert zich met het levensgevoel van Kees Bakels en Holden Caulfield. Vermoedelijk zijn Alice en Mattia te weinig innemend om de concurrentie op het hoogste niveau aan te kunnen. Dat is een eervolle nederlaag.