Leesimpressies

  • Patricia Highsmith: De getalenteerde meneer Ripley

  • Nr. 13 - 2021
  • Toen Patricia Highsmith in 1955 voor het eerst Tom Ripley introduceerde, formuleerde zij tegelijk een nieuw wetboek voor het genre thriller. Een eeuw na de geboorte van de auteur is van dit werk een nieuwe Nederlandse vertaling verschenen. De vanzelfsprekendheid waarmee de good guy de bad guy het loodje liet leggen was ten einde. Niet dat de good guy altijd een heilige was. Hij mocht een nukkig karakter hebben. Hij hoefde in alcoholische zin geen maat te houden. Hij kon een sjofele loner zijn, zelfs een ongelukkig huwelijk was geen bezwaar. Hij gebruikte methoden die bewijstechnisch soms niet door de beugel konden. Opgezadeld met hoeveel minpunten dan ook in moreel opzicht stond hij aan de goede kant van de streep. Ondanks opdoemende hindernissen zou hij het kwaad overwinnen. De bad guy bleef achter met de gebakken peren. Het recht komt als overwinnaar uit de strijd. Dat patroon voelde voor de lezer vertrouwd aan. Patricia Highsmith vond de tijd rijp om de zaak eens flink op zijn kop te zetten. Tom Ripley was uit ander hout gesneden. De schrijver beschouwde Ripley als een soort alter ego. Zij voelde verwantschap met haar personage en zij zou haar held vijf keer een hoofdrol in een boek toevertrouwen. Behalve lezers gingen ook diverse filmmakers met Ripley aan de haal.

    Het begin van De getalenteerde meneer Ripley doet nog klassiek aan. In een New Yorkse bar wordt Ripley aangesproken door een industrieel, de heer Greenleaf. Hij weet dat Ripley een vage vriend is van zijn zoon Dickie, die in Europa een luxe leventje viert. Greenleaf benadert Ripley om zijn zoon over te halen terug te keren naar Amerika om in zijn voetsporen te treden en het bedrijf voort te zetten. Ripley besluit het aanbod te accepteren. Toch is er van meet af aan iets merkwaardigs aan de hand. Ripley vreest in eerste instantie dat Greenleaf een politieman is die hem in de kraag wil vatten. Ripley is op zijn hoede. Kennelijk heeft hij het nodige te verbergen. Ripley’s leven verkeert in een impasse. Een reisje naar Europa komt hem wel van pas en wie weet welke mogelijkheden voor een geslaagder leven zich dan aandienen. Dat de oude Greenleaf de kosten betaalt is mooi meegenomen.
    Ripley vertrekt en dringt zich in een dorpje nabij Napels op aan Dickie en zijn vriendin Marge. Het kost wat moeite maar hij weet het vertrouwen van Dickie te winnen. Ripley raakt geïmponeerd door het leventje dat Dickie leidt. Ripley blijkt een talent te bezitten om mensen naar zijn hand te zetten. Hij is charmant en een vlotte prater. Hij vertelt mensen wat zij graag willen horen. Daarnaast is er sprake van een zekere seksuele aantrekkingskracht. Marge is een sta in de weg. Als Ripley en Dickie in een gehuurde boot samen de zee opgaan, wordt het Ripley duidelijk dat hij Dickie nooit volledig zal kunnen inpalmen. In een opwelling brengt hij Dickie om het leven en verbergt zowel de boot als het stoffelijk overschot. Met perspectief op het financiële vermogen van het slachtoffer, besluit hij de identiteit van Dickie aan te nemen. De speurder is dader geworden.

    Het belangrijkste wanneer je de rol van iemand anders speelde, dacht Tom,was de stemming en het temperament van de persoon die je vertolkte te handhaven, en de gelaatsuitdrukkingen die daarmee samengingen aan te nemen. De rest paste er vanzelf wel bij


    De overlevingsdrang van Ripley is groot. Zelfs als hij zijn tanden poetste, deed hij dat op de manier van Dickie, met de rechter elleboog naar buiten gestoken. Hij onderhoudt op afstand contact met Marge en de familie Greenleaf. Hij switcht waar nodig tussen de eigen identiteit en die van Dickie. Als contact met de mensen die Dickie goed gekend hebben niet langer te vermijden is, neemt hij uiteindelijk zijn oorspronkelijke identiteit weer aan. Hij is bereid tot nieuw geweld als dat onvermijdelijk is om uit handen van de politie te blijven. Ripley spant een ingewikkeld web om zijn onschuld overeind te houden en broedt rustig verder hoe hij nog meer van de situatie kan profiteren. Hij gelooft in zijn eigen fantasie. Ondertussen droomt hij van een eenzaam bestaan in Griekenland waar hij van het leven kan genieten. De werkelijkheid is dat hij voor altijd op de vlucht moet blijven. Raadselachtigheid behoort tot de natuur van Ripley. Over zijn voorgeschiedenis onthult Hoghsmith weinig. Hij is een Bostonian wiens ouders verdronken in Boston Harbour. Ripley groeide op bij een tante met wie de verhouding moeizaam was.
    Highsmith schrijft het verhaal als een braaf voortkabbelende geschiedenis waarin zo nu en dan een eruptie plaatsvindt om het spiegelpaleis overeind te houden. De lezer kan zich met de good guy die bad guy wordt desondanks identificeren. Je hoopt dat hij er ondanks alles mee weg komt. Ripley is ongrijpbaar en gewetenloos. Hij heeft geen last van schuldgevoel. Dat zal de overheersende gemoedstoestand blijven in alle delen met Ripley als hoofdfiguur. In het laatste deel, Ripley under water uit 1991, duiken de spoken uit het verleden opnieuw op zelfs de figuur Greenleaf heeft een figurantenrol. Het is niet voor niks dat grote acteurs zich aangesproken voelden om de gespletenheid van Ripley, charmeur met bloeddorst, te vertolken. Denk aan Matt Damon, Alain Delon, Dennis Hopper en John Malkovich. Dat is allemaal te danken aan de getalenteerde Patricia Highsmith. Grote literatuur steekt af en toe de grens van de immoraliteit over. Ripley blijft fascineren.
    middelr@xs4all.nl