Leesimpressies

  • Patrick White: Voss

  • Nr. 26 - 2018
  • Enkele jaren nadat de hiervoor besproken roman van Elizabeth Harrower verscheen werd haar landgenoot Patrick White de eerste Australische Nobelprijswinnaar voor literatuur. Het continent dat startte als strafkolonie voor Britse tuchthuisboeven werd zo door de beschaving in genade aangenomen. White was er overigens niet zo blij mee. Hij voelde goed aan dat zijn leven nooit meer hetzelfde zou zijn. Met de rust was het gedaan. Hij liet het aan een ander over om de prijs in ontvangst te nemen. In de latere jaren van zijn leven weigerde hij in te gaan op verzoeken om over zijn werk van gedachten te wisselen. Evenmin stond hij nog interviews toe. In zijn autobiografie citeert hij met instemming een uitspraak van de dichter Philip Larkin. “I don’t want to pretend to be me.” Een zekere dwarsigheid was hem op het lijf geschreven. Hij hield niet graag de schone schijn op. In diezelfde autobiografie valt de hardvochtigheid op waarmee hij zijn ouders portretteerde. Bovendien schreef hij het soort boeken waarmee zijn moeder geen goede sier kon maken bij haar vriendinnen tijdens cocktail parties. Zijn familie had er overigens wel voor gezorgd dat hij in welstand aan het leven kon beginnen. Een nieuwe rijke, ook dat bleef hem niet bespaard.

    Patrick White schreef vuistdikke boeken waarin de pioniersgeest van een buitenstaander als blikvanger fungeert. De roman Voss voldoet aan dat profiel. Patrick White heeft veel gereisd in zijn leven maar Australië bleef altijd een grote aantrekkingskracht uitoefenen. In de genoemde biografie, Flaws in the Grass, schrijft hij dat toe aan het Australische landschap. Daar krijgt de lezer van Voss een overdosis van opgediend. Johann Ulrich Voss is een Duitse ontdekkingsreiziger die Australië van oost naar west wil doorkruisen. Het verhaal speelt in het midden van de negentiende eeuw en de figuur van Voss is geïnspireerd op een echte avonturier eveneens van Duitse origine.
    De roman opent als Voss zijn opwachting maakt bij het gezin van de stoffenhandelaar Edmund Bonner. die als beschermheer van de expeditie optreedt. Bonner is in de positie om eisen te stellen en dwingt Voss om enkele personen in zijn gevolg op te nemen. Voss en Laura maken kennis. Zij is het nichtje van de heer en mevrouw Bonner en is na het overlijden van haar ouders overgekomen uit Engeland en in het gezin Bonner opgenomen. Voss en Laura Trevelyan zijn qua ongenaakbaarheid aan elkaar gewaagd. Hoewel het een vluchtige ontmoeting betreft en de twee het nodige op elkaar hebben aan te merken, slaat er tussen de twee een vonk over. Er is naast irritatie ook herkenning. Zodra de expeditie van start is gegaan, verzoekt Voss Laura per brief met hem te trouwen. Laura had eerder twee aanzoeken ontvangen dat wil zeggen dat ze die bijna had ontvangen want beide kandidaten hadden het op het laatste moment niet echt aangedurfd. Voss heeft betere papieren.

    Dat iemand met uw minachting voor menselijke zwakheid zo’n ondubbelzinnig aanzoek doet bij iemand zo behept met diezelfde zwakheid. Arrogantie is beslist de eigenschap die ons ertoe heeft gebracht elkaar te herkennen


    White doet beurtelings verslag van de voortgang van de expeditie en van het reilen en zeilen bij de achterblijvers. De meeste aandacht gaat uit naar de beproevingen die Voss met zijn gezelschap moet doorstaan..Het wordt een helse tocht. Het weer is onbarmhartig. Beesten bedoeld voor vervoer, als proviand of als lastdier laten de expeditie in de steek. Men verblijft dagenlang in grotten vanwege aanhoudende regenval. Ziekte slaat toe. De eigenzinnigheid van Voss brengt de voortgang in gevaar. Inheemse bewoners zorgen voor overlast. Voss verliest geleidelijk zijn greep op de werkelijkheid. De aanwezigheid van Laura is niet louter een droom. In zijn waandenkbeelden is zij aanwezig. Er komt een moment dat een deel van de expeditie weigert Voss nog langer te volgen. Liever halverwege gekeerd. Voss wil steeds maar verder al weet hij zelf nauwelijks nog waarom en waarheen.
    Het contrast met het wel en wee van de familie Bonner is groot. Daar volgt de ene party de andere, het ene diner het andere, het ene bal het andere. Natuur en cultuur staan tegenover elkaar. Laura houdt vast aan haar eigenzinnigheid.
    De weelderige schrijfstijl van White behoort tot de kracht van het boek. Het taalgebruik is zeer gecomprimeerd. White vlecht beschrijving en commentaar sterk door elkaar. Dat geeft een zekere losheid aan de zwaarte van het verhaal. Bij vlagen is het verhaal geestig om te lezen. De eigenzinnigheid van de hoofdrolspelers blijft verteerbaar. Het einde is minder sterk dan de rest. Twintig jaar later komt er een poging te achterhalen wat er precies is voorgevallen. Het meeste blijft in mist gehuld. De sporen zijn uitgewist. De herinnering blijft in leven met behulp van een standbeeld. Gelukkig blijft Laura zichzelf. White is een schrijver wiens werk het verdient in de belangstelling te blijven.