Leesimpressies

  • Peter Buurman: Een goede nachtrust

  • Nr. 11 - 2020
  • De naam Peter Buurman kwam ik voor het eerst tegen op het verlanglijstje van een familielid. Mensen die weloverwogen iets op hun verlanglijst plaatsen, komt in de beste families voor. Na enkele weken informeerde de schenker bij de ontvanger of het cadeau in goede aarde was gevallen. Dat bleek het geval. Daarna kwam ik de naam Peter Buurman tegen als auteur van een aardig krantenartikel over een ruimtereis per stoptrein naar Glanerbrug. Het dorp binnen de gemeente Enschede is in Nederland vooral bekend als de thuisbasis van een harmonieorkest. Het blijkt echter ook een monument te bevatten dat de inslag van een meteoriet markeert. Glanerbrug heeft dus twee redenen om op de kaart te staan. Als literair toetje mag het nog een extra vermelding krijgen als de geboorteplaats van Bert Schierbeek. In ruimtevaartkringen heb je NASA, ESA en de meteoriet van Glanerbrug. Peter Buurman is een debuterend schrijver maar wel iemand van wie je iets kunt leren. Eerder kreeg hij enige bekendheid als redacteur van Zondag met Lubach en bij rubriek De Speld, waar men altijd nieuwtjes weet op te duiken die bij de mainstream media onder de radar blijven: Mart Smeets betrapt op het gebruik van EGO.

    Alle personages in Een goede nachtrust blijken niet zo lekker in hun vel te zitten. Het verhaal speelt zich af in de nacht dat de wintertijd van start gaat. Het betreft een nacht waarin de klok twee keer van 2 naar 3 gaat. Een man wordt wakker waarbij het dromen nog na ijlt in zijn bewustzijn. Hij weet niet precies of hij slaapt of wakker ligt. Hoe lang ligt hij trouwens in bed? Is dat een kwestie van uren of van jaren? Het stof in de woning heeft zich opgestapeld. Het voelt alsof de man vastgebonden in bed ligt. De lezer krijgt snel door dat hij een vervreemdend universum is binnengestapt. De man stoort zich aan het geluid van een scooter. Daarna klinkt glasgerinkel in de gang. ‘De man hoorde spullen kapotvallen waarvan hij vergeten was dat hij ze had.’ Het is de vooraankondiging van een ontmoeting met een inbreker. Het is niet zo maar een inbreker maar eentje met een licentie. Zo iemand breekt niet in maar houdt zich bezig met het uitwisselen van bezit. De man en de inbreker sluiten een bondgenootschap voor een nacht. Ze gaan samen op pad. De man trekt geruite pantoffels aan en leent van de inbreker een helm en een trainingsjack van Paris Saint -Germain. Hij stapt achterop de scooter. Het avontuur kan beginnen. Er zullen merkwaardige gebeurtenissen volgen. Ze zullen onder meer de soapster Floor leren kennen. Zij maakt haar entree in een grilltoom wat als eerste pleisterplaats fungeert voor het kersvers gevormde duo. Een broodje shoarma gaat er wel in. Hoog tegen het plafond hangt een televisie waarop continu de afleveringen van een soapserie worden afgespeeld. De serie gaat over een actrice die de serie waarin zij speelt wil verlaten. Floor speelt de rol, die haar, zo zal de lezer ontdekken, op het lijf geschreven is. Floor, de actrice niet het personage, kan er niet van slapen. Bij haar vriend Mark vindt ze geen gehoor voor haar problemen. Mark is meer van de oplossingen. Floor wil meer. Zij wil een rol met ontwikkeling.

    Het was een soap over een soap, de hoofdrol was de hoofdrolspeelster die verveeld was geraakt, hogerop wilde en daarom de serie wilde verlaten. De soap was waarschijnlijk nooit gemaakt als het niet een remake was van een succesvolle Amerikaanse televisieserie, die op haar beurt weer een remake was van een succesvolle Turkse soap


    Buurman stapelt pastiche op pastiche. ‘De titel van de serie was Vloer en dat was in het Engels natuurlijk Floor, daarom zou haar rol ook die naam hebben.’ Titelsong van de soap is uiteraard Dancing in the dark van Bruce Springsteen. Floor bezoekt een slaapcoach als remedie voor haar slaapproblemen. De lezer kijkt al niet verbaasd op dat de slaapcoach een schilderij van een slapende man in zijn praktijk aan de muur heeft hangen. Dankzij de slaapcoach zullen Floor, de man en de inbreker elkaar ontmoeten.
    Buurman heeft een levendige fantasie en een talent voor het beschrijven van grappige scènes. Tot het instrumentarium behoort bovendien een tegendraadse logica. Toch stelt de roman teleur. Absurdisme werkt bij mij alleen als er sprake is van maatvoering in de dosering. Twee theelepels is gewoonlijk afdoende. Hou de meligheid buiten de deur. Buurman weet van geen ophouden. Bij gebrek aan diepte komen de personages onvoldoende tot leven. Zij zijn marionetten die van toneel naar toneel versleept worden. De compositie van het geheel weet evenmin te overtuigen. Er is een onderlaag via de spanning tussen dag versus nacht en tussen waken versus dromen. Meer dan een aanzet tot verdieping is er niet. Je volgt de auteur in zijn worsteling om het verhaal tot een bevredigend einde te brengen. Het is denkbaar dat Buurman op enig moment een sterke roman zal publiceren. In zijn werk zit een vleugje Haruki Murakami, een wolkje Rob van Essen en een scheutje Paul Auster, bijvoorbeeld de jonge Auster van de New York trilogie. Die sterke roman is er nu nog niet maar schemert wel door de nacht. Laat de mist optrekken.