Leesimpressies

  • Pramoedya Ananta Toer: Aarde der mensen

  • Nr. 4 - 2015
  • In de Nederlandse literatuur is een prominente positie weggelegd voor het land dat al weer decennialang Indonesië heet. Vooraanstaande schrijvers vonden hier het decor voor hun werk: Multatuli, Couperus, Du Perron, Alberts, Haasse, Springer, Vervoort en vele anderen. Dat maakt de vraag interessant welk beeld Indonesiërs van Indonesië schetsen. Algemeen geldt Pramoedya Ananta Toer als de belangrijkste vertegenwoordiger van de Indonesische literatuur. Van hem kende ik een paar dunnere boeken als Corruptie en Een koude kermis. Zijn hoofdwerk bestaat uit een kloeke roman opgebouwd uit vier delen. De serie begint met Aarde der mensen. De andere titels zijn: Kind van alle volken, Voetsporen en Het glazen huis. In de romancyclus volgt Pramoedya de levensloop van de inlandse jongen Minke op de voet. Een achternaam heeft hij niet. Zijn voornaam dankt hij aan een docent op school, die vermoedelijk ontleend is aan een afkorting van monkey. De levensgeschiedenis van Minke krijgt gestalte tegen de achtergrond van de ontwikkeling die Indonesië heeft doorgemaakt vanaf eind 19e eeuw tot diep in de 20e. Met veel aandacht voor de rol die Nederland daarin gespeeld heeft.

    Minke is op de dag af precies even oud als prinses Wilhelmina. Hij vindt de toekomstige vorstin beeldschoon en bewondert haar. Veel van wat uit Nederland en Europa komt vervult Minke met ontzag. Minke woont in een pension en over het gezin waar hij uitkomt vernemen we weinig. Hij is intelligent en zit op de HBS wat voor een inlandse jongen ongebruikelijk is. Dat heeft hij te danken aan het feit dat zijn vader een Javaanse vorst is. Kennis en wetenschap zijn uit Europa afkomstige verworvenheden. Minke doet zijn best daar zo veel mogelijk van te verwerven. In de loop van de roman brokkelt het ontzag van Minke voor Nederland af. Er ontluikt een nationaal zelfbewustzijn. Je voelt op je Nederlandse klompen aan dat dit proces zich in de volgende delen zal voortzetten. Nederland brengt de moderne tijd naar het land maar houdt tegelijk de plaatselijke bevolking klein. Die vanzelfsprekendheid stelt Minke steeds meer ter discussie. Hij schrijft verhalen en artikelen voor kranten. Hij heeft een open oog voor wat er allemaal om hem heen gebeurt. Zijn Europese opleiding levert de brandstof voor zijn verzet. Dat heeft Minke de gewoonte geleerd om aantekeningen te maken over wat hem opvalt.

    Als inlanders geen achternaam dragen, komt dat omdat ze die niet of nog niet nodig hebben. Het betekent niet dat ze minderwaardig zijn


    In het begin van het boek komt Minke via een klasgenootje op bezoek bij het nieuwe gezin van de Nederlander Herman Mellema. Dat gezin bestaat verder uit de bijzit Njai Ontosoroh, ooit op jonge leeftijd door haar vader aan Mellema verkocht, en de twee kinderen ontsproten aan die verbintenis: Robert en Annelies. Tussen Annelies en Minke is sprake van liefde op het eerste gezicht. Vader Mellema laat zich in het gezin nauwelijks zien. Als hij wel eens zijn opwachting maakt, omringd door een geur van parfum en alcohol, trekken de anderen zich niets van hem aan. De inlandse concubine runt het bedrijf Boerderij Buitenzorg dat onder haar leiding tot grote bloei is gekomen. Zij heeft op eigen kracht haar talenten ontwikkeld. Dochter Annelies staat haar terzijde. Robert aardt naar zijn vader en kiest een loopbaan als losbol. Te midden van het isolement van moeder en dochter wordt Minke met open armen ontvangen.
    Pramoedya geeft Minke de rol van verteller. Dat gebeurt met behulp van aantekeningen waar de auteur naar verwijst, verder zijn er brieven en citaten uit krantenberichten. Het verhaal ontrolt zich met horten en stoten maar deze kunstgreep komt de levensechtheid ten goede. Voortdurend staat de verhouding tussen de verschillende bevolkingsgroepen in het brandpunt van de aandacht. Er zijn totoks (blanken), Indo’s (van gemengd bloed), inlanders en wat verdwaalde Chinezen. Schaamte en trots zijn in de onderlinge verhoudingen nooit ver weg. In de beginperiode van de roman is de slavernij officieel afgeschaft maar werkt informeel nog altijd door. Vriendschappen en liefdes storen zich echter niet aan scheidslijnen tussen bevolkingsgroepen. Het beeld wordt daardoor gecompliceerder. Achteraf was Nederland de verkeerde kant van de medaille maar dat wil niet zeggen dat alle Nederlanders zich verkeerd hebben gedragen. Minke krijgt veel steun van zijn lerares Nederlands. Goedschiks en kwaadschiks komt overal voor. Zoals slavernij een schending van het gelijkheidsideaal is tussen individuen, is het kolonialisme dat tussen staten. Aan het eind van de roman komt de onrechtvaardigheid scherp aan het licht. Minke is moslim en trouwt volgends het islamitisch recht met Annelies. Als vader Mellema ten onder gaat aan zijn destructieve leefstijl, verschijnt de zoon uit zijn officiële huwelijk op het toneel. Njai Ontosoroh en haar dochter hebben juridisch geen poot om op te staan. Zoon Maurits Mellema maakt nu de dienst uit. Dat gaat zo ver dat hij Annelies dwingt om uit Indonesië naar Nederland te vertrekken. Voor Minke een volgende stap in zijn politieke bewustwording. Pramoedya is er uitstekend in geslaagd om op een indringende manier de levens van zijn personages te schetsen in wisselwerking met wat zich maatschappelijk voltrekt. Inmiddels ben ik halverwege het tweede deel van de romancyclus en stel ik met plezier vast dat het verhaal onverminderd blijft boeien.