Leesimpressies

  • Remco Campert: Het satijnen hart

  • Nr. 20 - 2006
  • Driemaal per week was Remco Campert aanwezig in de benedenhoek van het ochtendblad. Een aangenaam serum tegen de omringende sores uit de wereld. De keuze van onderwerpen was vrij. Campert had voor eigen gemak enkele ankerplaatsen ontwikkeld. Zo was er de krant van de dag ervoor waaruit hij een artikel ondersteboven kon houden. Of we werden op de hoogte gehouden van wat zich op het erf en in de bedstee bij de familie Kneupma afspeelde. En via drs. Mallebrootje leerden we dat het politieke ambacht bestaat uit de kar trekken, piketpaaltjes slaan en kort door de bocht gaan. Verder bood Frankrijk inspiratie: de verlokkingen van Parijs of omrijden voor een brocante. Om halfweg in de stemming te komen keek Campert op de televisie naar Belgische wielerwedstrijden en bracht ons verslag uit van zijn indrukken: van Luik naar Bastenaken, van Gent naar Wevelgem of van Kuurne naar Brussel. Dan komt plotseling het bericht dat hij stopt met Camu om zijn energie te kunnen steken in romans. Is een werk als Het satijnen hart mij als lezer dit offer waard?

    Hoofdpersoon is de schilder Hendrik van Otterlo. Zijn levensfase is die van de vallende bladeren. Bij het wakker worden stelt hij vast weer niet in zijn slaap overleden te zijn. De glorietijd met een brandweerkazerne in Amsterdam als atelier, een loft in New York en een atelier in Aix-en-Provence ligt achter hem. In zijn kleine wereld van nu is slechts plaats voor een paar personen. Er is zijn jongere halfzuster Bettina die zich over hem ontfermt. In de openingszin van het boek haalt zij een washandje tussen zijn billen door als onderdeel van haar zorgtaak. Daarnaast is er Jongerius junior zijn vriend, leeftijdgenoot en collega die hem dagelijks bezoekt. Jongerius kan beter uit de voeten met het leven dan Van Otterlo. Zijn belangstelling voor vrouwen is nog niet gedoofd. De eenzelvigheid heeft Van Otterlo grotendeels zelf gekozen. Hij is nukkig en foetert graag op alles dat zich aandient. Bij de gerichtheid op zijn kunst bleef er nauwelijks belangstelling over voor mensen. Aandacht voor anderen, daar was zijn tijd te kostbaar voor. Zijn kritische commentaren kruiden het boek. Zelfs de kunst, in dienst waarvan hij zijn leven heeft ingericht, krijgt ervan langs. “Kunst is één grote smoes, een kaartenhuis, zelfverlakkerij.”

    Zijn voortkabbelende leven wordt opgeschrikt als hij in een krant de overlijdensadvertentie van Cissy leest. De herinnering aan zijn hevige liefde voor haar was ver weggezakt. Zij bood hem fysieke inspiratie maar liet hem in de steek in afwijking van de gebruikelijke rolverdeling waarbij hij degene was die een relatie beëindigde. Uit woede om haar vertrek schilderde Van Otterlo een zelfportret dat hij nog altijd beschouwt als zijn beste werk. Hij heeft het nooit tentoongesteld. Het schilderij is achtergebleven in het atelier te Weesp waar Van Otterlo na voltooiing nooit meer een voet gezet heeft.

    Het toeval wil dat de gemeente Weesp het oog heeft laten vallen op het oude atelier. Het staat de toekomstplannen van Weesp in de weg. Van Otterlo laat zich overhalen het actiecomité De Wesp van Weesp te steunen. Zijn nieuwsgierigheid naar het oude werk is gewekt en hij voelt de energie terugkomen om opnieuw aan de slag te gaan. Hij gaat korte metten maken met zijn opgeborgen verleden. De leeuw wil nog één keer brullen.

    De parallellen tussen Het satijnen hart en de vorige roman van Campert Een liefde in Parijs zijn sterk. Ook daar een kunstenaar op leeftijd als hoofdpersoon. De schilder Van Otterlo was toen de schrijver Sanders. Ook toen zorgde het toeval voor het openrijten van een oude wond veroorzaakt door een heftige liefde. Nu lag de kiem bij het lezen van een overlijdensadvertentie en toen bij een vluchtige ontmoeting op straat. De verrassende ontknoping uit het vorige boek ontbreekt echter deze keer. En Parijs is Weesp geworden. Het satijnen hart is daarmee meer van hetzelfde en kan moeilijk wedijveren met wat de eerste keer bijzonder was. Wat blijft zijn de typische Campert zinnetjes vol melancholie. Niemand schudt die ogenschijnlijk zo makkelijk uit de mouw als hij. Daar zit de aantrekkingskracht van het boek. Meer dan in het verhaal zelf. Ook de egocentrische trekjes van de hoofdpersoon bemoeilijken voor de lezer de identificatie. Waarom zou je meevoelen met iemand die in de steek gelaten is als in de steek laten zijn eigen handelsmerk vormt. Toegegeven de kwaadaardigheid van Hendrik van Otterlo heeft ook innemende trekjes. Bij een ontvangst in een gemeentehuis meldde de burgemeester dat het een grote eer was dat de grote schilder het kleine dorpje met zijn aanwezigheid vereerde. Hij voegde daaraan toe dat de moderne schilderkunst niet tot zijn favorieten behoorde. “Gelukkig ziet de burgemeester van New York dat anders”, diende Van Otterlo hem van repliek. Fijntjes schrijft Campert dat in Nederland een compliment vaak de verpakking voor een belediging vormt. Konden we nog maar drie keer per week dit type observaties bij het ontbijt geserveerd krijgen.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: