Leesimpressies

  • Renate Rubinstein: Bange mensen stellen geen vragen

  • Nr. 11 - 2021
  • Tegenwoordig is nieuws bij kranten en opinieweekbladen de bladvulling die een leger aan columnisten niet in de weg mag zitten. Meningen wegen zwaarder dan feiten. Ooit was dat anders. De behoefte aan inkleuring van een verwarde wereld is nu leidend geworden. Gebeurtenissen zijn slechts bouwstenen. Renate Rubinstein stond aan de wieg van die ontwikkeling. Onder het pseudoniem Tamar schreef zij bijna 1500 columns. Ze begon bij het studentenblad Propria Cures maar beleefde haar grootste triomfen bij Vrij Nederland. Ze was vrij in de keuze van onderwerp en in de lengte van haar betoog. Haar bijdragen leverden vaak grondstof voor heftige polemieken. Ze was eigenzinnig, strijdbaar en wist haar opvattingen scherp onder woorden te brengen. Nu eens besprak zij maatschappelijke onderwerpen dan weer persoonlijke besognes. Het begrip politiek correct was in haar columnistenleven nog niet gangbaar maar ze had er al wel een hekel aan. Ze goot met genoegen wat druppels contramine over alles waar de progressieve beweging achter aan liep. Wat in de mode is deugt niet. Haar venijn richtte zich zonder aanzien des persoons op thema‚Äôs die haar na aan het hart lagen. Ze vond feminisme vrouwenkul en sprak liever over de joodse godsdienst dan over het joodse volk. Zionisme en antisemitisme vond ze twee kanten van dezelfde medaille.

    Renate Rubinstein leefde van 1929 tot 1990. Op jonge leeftijd maakte ze mee dat haar vader werd afgevoerd naar Auschwitz, een traumatische ervaring die haar levenshouding zou bepalen. Meer dan dertig jaar na haar dood, kennen jongere generaties haar werk nauwelijks. De bloemlezing die Ronit Palache heeft samengesteld ontrukt haar aan de vergetelheid. Palache is de aangewezen figuur om deze taak te vervullen. Zij manifesteert zich als de chroniqueur van het joodse culturele leven. Zo schreef zij Ontroerende onzin waarin zij een poging doet het joodse levensgevoel van deze tijd zichtbaar te maken. Voor de bloemlezing van Renate Rubinstein deed zij iets soortgelijks met Ischa Meijer. In de maak is verder nog een bloemlezing van Andreas Burnier.
    In mijn bibliotheek bevinden zich elf boeken van Rubinstein wat ongeveer de helft van haar productie is. Voorafgaand aan de lectuur Van Bange mensen stellen geen vragen heb ik die in geen jaren geraadpleegd. Evenmin heb ik ooit overwogen om de voorraad vanwege plaatsgebrek in te krimpen. Het werk van Rubinstein hoort thuis onder handbereik. Veel van haar werk heeft de tand des tijds met glans doorstaan. Neem een actueel onderwerp als black lives matter.

    Niemand zou vandaag nog een monument voor Van Heutsz oprichten, en dat niet alleen omdat zijn roem vergaan is, maar ook, en dat is het belangrijkste, omdat de tijden zo veranderd zijn dat generaals en admiraals niet meer zo gauw een standbeeld krijgen. Ze hebben plaatsgemaakt voor de onbekende soldaat, de dokwerker en de anonieme verzetsstrijder


    Toen de fellow travellers nog onder de indruk waren van Mao en zijn Rode Boekje zag Rubinstein na een kort bezoek op locatie het gevaar in van de Chinese ontwikkeling. Zie onder meer Klein Chinees woordenboek. Zijdelings is er in het boek aandacht voor de hardnekkig foute keuze die Rubinstein maakte in de affaire Weinreb. Zij bleef hem verdedigend toen zijn schuld was komen vast te staan. Palache excuseert haar door te verwijzen naar de parallel tussen Weinreb en de ontbrekende vaderfiguur. Dat is niet geheel overtuigend laat staan een rechtvaardiging.
    Toch zijn het waarschijnlijk niet de maatschappelijke onderwerpen die in haar werk de meeste indruk maakten. Zij schreef over persoonlijke onderwerpen op een manier die particuliere problemen naar een algemener niveau tilden. Dat deed ze bijvoorbeeld na haar echtscheiding van Jaap van Heerden, iemand die in mijn bibliotheek met acht werken vertegenwoordigd is maar dit terzijde. Het is de boekenverzamelaar toegestaan om na een scheiding de beide exen onderdak te blijven bieden. Van Heerden liet haar in de steek voor een ander. Rubinstein is openhartig in haar zelfonderzoek en realiseert zich dat zij met woorden hem poogt te overtuigen van zijn verkeerde stap. De column als vorm van mediation. Zij concludeert dat woede en verdriet in haar geval een fnuikende combinatie vormen.
    Grensverleggend is ook de wijze waarop zij, na een lange periode van publieke geheimhouding over haar ziekte MS schreef. Het ene moment ben je iemand die zwaaiend met armen en benen, lenig en heupwiegend door het leven gaat, het volgende moment ben je invalide. Nooit zeuren blijft het parool. Je bent a person who happens to be sitting.
    Zelfs na haar overlijden zou Rubinstein voor opschudding zorgen toen zij haar relatie met Simon Carmiggelt, de meest getrouwde schrijver van Nederland, opbiechtte. Dat is vastgelegd in Mijn beter ik. Tot mijn genoegen las ik dat Carmiggelt een groot fan was van haar erotische verhaal Een man in Singapore. Ook in de liefde was Rubinstein voor gulzigheid. Hoewel de bloemlezing voor de liefhebber van haar werk vooral herinneringen oproept is de bundel een belangrijke bijdrage om Rubinstein een blijvende plek te geven in ons culturele collectieve geheugen. Daar hoort ze thuis.
    middelr@xs4all.nl