Leesimpressies

  • René Appel: Spanning in verhalen

  • Nr. 14 - 2008
  • De thriller als genre heeft een grote vlucht genomen met als beloning steeds meer kastruimte in de boekwinkels. Veel vrouwelijke auteurs hebben zich op het pad van de misdaad begeven. Dat leidt tot portretten van verveelde yuppen en dito terreinwagens in de buurt van Bergen Noord Holland. Op de top van de Nederlandse Olympus tronen echter nog steeds de rijpere heren Ross en Appel. Tomas Ross is de specialist van de paranoia. Hij vermoedt achter elk complot een samenzwering. Dat leidt soms tot interessante boeken zoals in het geval van De zesde mei, een eigenzinnige visie op de moordaanslag van Fortuyn. Hier komen de feiten uit de werkelijkheid in een heel ander perspectief te staan. Appel is de man van de psychologische thriller waarbij de verwikkelingen tussen de hoofdpersonen, meestal bekenden van elkaar, de grondstof voor het boek leveren. Appel heeft recent een boek gepubliceerd in de schrijfbibliotheek van uitgeverij Augustus Spanning in verhalen geheten. Het is de uitgewerkte versie van een artikel dat eerder in het tijdschrift Onze Taal verscheen. Het is interessant zijn receptuur te vernemen om dat vervolgens te vergelijken met een verse thriller. Daarvoor nemen we Schone handen uit 2007, inderdaad van René Appel.


    Het is een intrigerende vraag hoe schrijvers er in slagen de lezer gekluisterd aan een boek te houden. Iets in één ruk uitlezen, unputdownable. Appel begint met een verwijzing naar de Zuid-Koreaanse student die op Virginia Tech 32 medestudenten en stafleden dood schoot. Een gebeurtenis van een zeldzame gruwelijkheid maar niet per se de garantie voor een spannend verhaal. Die spanning ontstaat pas door de manier van vertellen. Het gaat dus meer om het hoe dan om het wat. Appel onderscheidt acht factoren waarop een schrijver een beroep kan doen om spanning te scheppen. Vervolgens werkt hij die factoren uit in een afzonderlijk hoofdstuk. Hij doet dat op een aanschouwelijke manier door veelvuldig te citeren uit boeken waarin zijn factoren toepassing vinden. Dezelfde boeken keren in verschillende hoofdstukken terug. Daarmee geeft Appel aan dat schrijvers vaak een combinatie van factoren hanteren om het gewenste effect te bereiken. Je kunt echter ook tot een andere conclusie komen. Auteurs schrijven niet met het lijstje van Appel onder handbereik. Weliswaar zijn de voorbeelden informatief maar zij kunnen vaak met evenveel recht als een illustratie van een andere factor opgevoerd worden. Zijn die factoren wel het geheim van de smid zoals Appel aanvankelijk suggereert. Twijfel overheerst. Appel doet daaraan van harte mee door menigmaal te suggereren dat het tegenovergestelde van een factor ook voorkomt en evenzeer een spannend effect te weeg kan brengen.

    Het doseren van informatie is zo’n factor. Volgens Hitchcock, die schreef geen boeken maar was wel een expert in deze materie, is dat zelfs de belangrijkste factor. Wanneer de lezer van iets op de hoogte is en het personage niet, geeft dat een extra lading aan een verhaal. De lezer vraagt zich af of die onwetendheid de held zal opbreken. Identificeert de lezer zich met het personage dan zal de hoop dat het onheil afgewend wordt aanzetten tot doorlezen. Appel spreekt van het Jan Klaassen-effect: pas op, achter je! Het omgekeerde kan echter ook effectief zijn. Gloed van Marai bestaat uit een confrontatie tussen twee oude vrienden tussen wie iets dramatisch is voorgevallen. De hoofdpersonen weten wat dat is en de lezer blijft geboeid omdat hij hun verleden wil ontraadselen.

    Een andere factor is het geven van verwijzingen of aankondigingen. Dat maakt de lezer nieuwsgierig of en hoe de beloofde gebeurtenissen hun beslag zullen krijgen. De openingszin van Rituelen is een voorbeeld: “Op de dag dat Inni Wintrop zelfmoord pleegde stonden de aandelen Philips 149.60.” Tegen die truc valt in te brengen dat een alwetende verteller, die de suggesties levert, vaak als een kunstgreep gezien wordt die identificatie van de lezer met de hoofdpersoon in de weg staat.

    Identificatie met een personage is trouwens zelf een factor die spanningverhogend werkt. Als je met iemand begaan bent, wil je eerder weten hoe iets zich ontwikkelt en of alles wel op zijn pootjes terecht komt. Geef een moordenaar zo veel mogelijk sympathieke trekjes, is een advies van Patricia Highsmith. Met het personage Ripley heeft zij in haar thrillers regelmatig tegen dit beginsel gezondigd. Appel bekent zich ook zelf aan dit euvel schuldig te maken. En dat is precies mijn probleem met zijn laatste psychologische thriller Schone handen. Daarin volgen we belevenissen van het echtpaar Eddie en Sylvia met hun twee kinderen. Eddie verdient zijn geld in de drugshandel en vervalt daarin van kwaad tot erger. Zijn vrouw krijgt genoeg van zijn levenswandel en verlaat hem. Dat pikt Eddie niet al was het maar omdat zijn reputatie in het milieu schade loopt doordat hij niet eens zijn eigen zaakjes onder controle heeft. Appel schetst vooral het privéleven van het echtpaar dat vanwege de zakelijke activiteiten van hem in de verdrukking raakt. Eddie is echter een patjepeeër van de meest egoïstische soort zodat je nimmer hoopt dat het met dat huwelijk nog wat wordt. Sterker nog, het is moeilijk te geloven dat Sylvia ooit iets in hem gezien heeft.

    De beschreven wetmatigheden inSpanning in verhalen missen overtuigingskracht. De voorbeelden zijn daarentegen informatief en onderhoudend. Wie echter wil lezen in welke boeken welke technieken succesvol zijn toegepast, kan beter te rade gaan bij David Lodge. Hij behandelt in The art of fiction 50 voorbeelden aan de hand van Angelsaksische schrijvers aangevuld met Milan Kundera. Het is Lodge niet te doen om het mysterie van een thriller te ontraadselen. Toch is het spannende lectuur.