Leesimpressies

  • Richard Dawkins: Kapelaan van de duivel

  • Nr. 14 - 2009
  • Een bisschop die de Holocaust loochent werd het land uitgezet. Een verzetshaard rond Urk die huis aan huis een folder verspreidt om het scheppingsverhaal boven de evolutie te plaatsen mocht al snel de eerste bedreigingen incasseren. Het ontkennen van de Holocaust en de evolutie is een opvatting die iemand buiten de canon van weldenkendheid plaatst maar waarom roept dat zoveel agressie op? Zou een schouderophalen niet volstaan? Zeker met de mensen die het scheppingsverhaal letterlijk nemen, past dit jaar enige compassie. Het is alles Darwin wat de klok slaat. Van Richard Dawkins, de grote Britse evolutiebioloog, ligt het werk met stapels in de boekwinkel. Vooral vanwege de titel viel mijn keus op Kapelaan van de duivel.

    Dawkins heeft zijn visie op de evolutie al eerder uiteengezet in Onze zelfzuchtige genen en in De blinde horlogemaker. Recentelijk baarde hij opzien met zijn pleitrede tegen het geloof in God als misvatting. Het mooie van Kapelaan van de duivel is dat de lezer het hele arsenaal aan thema’s van Dawkins krijgt voorgeschoteld. De titel is ontleend aan Darwin zelf die deze uitdrukking gebruikte om de ‘afschuwelijke wrede werken van de natuur’ te typeren. Het boek is een bloemlezing uit werk van de laatste vijfentwintig jaar met allerhande beschouwingen die bestemd waren voor een breed publiek. De bundeling is samengesteld en van een inleiding voorzien door Latha Menon. Het boek bestaat uit zeven afdelingen elk voorafgegaan door een korte toelichting van Dawkins zelf. Dat resulteert in een uitstekende kennismaking met zijn werk. Behalve voor evolutie breekt hij een lans voor de wetenschappelijke methode. Het is bij elke opvatting van belang om die te laten stoelen op bewijs en dus niet op traditie, gezag of openbaring. Opnieuw richt hij zijn pijlen op de godsdienst maar niet alleen daarop.


    God schiep de evolutietheorie in zes dagen, op de zevende dag rustte zij uit bij Andries Knevel


    De alternatieve geneeskunde wordt onder vuur genomen. Een dubieus begrip trouwens. Bij geneeskunde telt maar één overweging te weten of een medicijn doet wat het geacht wordt te doen: genezen of pijn bestrijden. Dat dient aangetoond te worden door een verantwoorde methode die dubbel blind genoemd wordt. Noch de behandelaar noch de patiënt weet of het echte medicijn dan wel een nepmedicijn wordt toegediend. Aldus wordt een schijneffect, veroorzaakt door suggestie, uitgesloten. Elk geneesmiddel, ook die uit de alternatieve stal, kan een dergelijk experiment ondergaan. Blijkt het medicijn werkzaam dan is de kwalificatie alternatief niet langer van toepassing. Het onderscheid in reguliere en alternatieve geneeskunde is niet relevant. Het gaat erom of een medicijn al dan niet werkt.

    Wetenschap kenmerkt zich minder door de kennis die zij genereert dan door de weg waarlangs die kennis is verkregen, de wetenschappelijke methode. Het mooie daarvan is dat die voor iedereen beschikbaar is.

    Dichter bij huis blijft Dawkins als hij het homogen behandelt. Het vermoeden van een dergelijk gen ontstond na de constatering dat homoseksuele mannen meer dan gemiddeld homoseksuele broers hebben. Bovendien hebben zij meer homoseksuele ooms en neven aan moederskant dan je op basis van toeval zou mogen verwachten. Dat biedt de gelegenheid uit te leggen waartoe een gen wel of niet in staat is. Hij gebruikt daarbij als metafoor het onderscheid tussen een blauwdruk en een recept. Hij rekent af met het blauwdruk denken of anders gezegd met het genetisch determinisme. Het effect van genen op gedrag lijkt op het effect van sigarettenrook op longen. Wie zwaar rookt, heeft een verhoogde kans op longkanker. Er zijn echter zware rokers die geen longkanker krijgen zoals er niet-rokers zijn die het wel krijgen.

    Dawkins laat zich van een zachtere kant zien in bijdragen die handelen over betreurde collega’s. Zo is er een hele afdeling gewijd aan Stephen Jay Gould toevallig een leeftijdgenoot. Samen streden zij als twee gedreven grootmachten van het neo-darwinisme tegen de creationisten. Dan begroeven zij hun strijdbijl. Onderling waren zij het oneens of de evolutie vooruitgang kent. Dawkins vindt van wel maar Gould zag alleen ontwikkeling. De positiebepaling in dit conflict hangt echter grotendeels af van de definitie van vooruitgang die iemand gebruikt. Wezenlijker is hun dispuut over de rol die genen spelen in de evolutie. Voor Gould zijn genen de boekhouders die een verandering vastleggen maar Dawkins ziet in genen de veroorzakers van een verandering.

    Dawkins heeft een toegankelijke en scherpe stijl van redeneren. Misschien soms wel eens te scherp. Iemand die zo veel gelijk aan zijn kant heeft zou best wat ruimhartiger kunnen zijn naar andersdenkenden. De weigering om met creationisten te debatteren is geen overtuigend staaltje. Daar laat de waarheid zich toch niet door afschrikken. Hij bestrijdt hen liever via het geschrift. Zijn overweging is dat zij alleen al de bereidheid tot debat als een zege zullen claimen. Bij het behandelen van de voor- en nadelen van gentechnologie is de nuance nadrukkelijk wel aanwezig. Toch overheerst bij mij het genoegen om Dawkins te lezen.

    Dawkins bespeelt vele registers. Hij draagt zijn opvattingen met verve uit nu eens via een brief aan zijn dochter dan weer via een memo aan Tony Blair. En nu maar hopen dat deze wetenschapper zich nooit laat verleiden om minister van Onderwijs te worden.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: