Leesimpressies

  • Robert Putnam: Our kids

  • Nr. 14 - 2016
  • Wie voor het eerst een afbeelding ziet van de Amerikaanse bestuurskundige Robert Putnam krijgt vermoedelijk een associatie met het Belgische amusementsimperium van Gert Verhulst, verzameld onder de naam Studio 100. Men denkt niet aan K3 of zelfs aan Mega Mindy maar onvermijdelijk aan Kabouter Plop. Schijn bedriegt. Putnam is een gedegen wetenschapper verbonden aan Harvard. Hij heeft vele publicaties op zijn naam die altijd van doen hebben met de vraag hoe het gesteld is met de cohesie in een samenleving. Functionerende gemeenschappen vormen de basis voor een democratie. Ontbreekt cohesie dan is de democratie in het geding. Putnam richt zijn blik vooral op de Amerikaanse samenleving al timmerde hij in het begin van zijn loopbaan aan de weg met een onderzoek naar de situatie in Italië. Rond de eeuwwisseling kreeg hij veel internationale aandacht met zijn boek onder de prachtige titel Bowling alone. Putnam groeide direct na de oorlog op in Port Clinton, Ohio. In zijn jeugd nam hij deel aan bowlingwedstrijden. Dat gebeurde in teamverband. Tegenwoordig is die bezigheid zo goed als verdwenen. Als iemand nog bowlt, doet hij dat nu in zijn eentje. De eigen ervaring was het vertrekpunt voor een studie naar een maatschappelijke trend.

    Robert Putnam neemt in Our kids opnieuw zijn eigen geschiedenis als vertrekpunt. Hij gaat terug naar zijn highschool uit de jaren vijftig. Port Clinton was een stadje met toevalligerwijs een samenstelling die overeenkwam met die van het land. De verschillen tussen rijk en arm waren klein. Vele gezinnen behoorden tot de middenklasse. Je kende iedereen bij naam en ging met iedereen om. Mensen met een verschillende achtergrond woonden door elkaar heen. Gezinnen hadden een vader en een moeder. Je hield rekening met elkaar. Don kwam uit een arbeidersmilieu maar daar stond niemand bij stil. Hij was vooral de uitblinkende quarterback van het schoolteam. Frank, één van de weinige rijkeluiskinderen, kreeg van huis uit op het hart gedrukt om bij het uitgaan een simpele cola te bestellen om de minder bedeelde klasgenootjes niet in verlegenheid te brengen. Met rijkdom loop je niet te koop. Alle kinderen zouden het beter krijgen dan hun ouders. Het portret van die periode draagt een nostalgische glans. Het contrast met het huidige Port Clinton is levensgroot. Putnam spreekt over een splitscreen nachtmerrie waarbij er een scheidslijn door het plaatsje loopt. De kansen van de jeugd aan beide kanten van East Harbor Road verschillen hemelsbreed. De twee werelden leven langs elkaar heen. Trefpunten zijn er niet meer.

    Port Clinton in de jaren vijftig kun je typeren met ‘we were poor, but we didn’t know it’ maar achteraf kun je vaststellen ‘we were rich, but we didn’t know it’


    Putnam baseert zijn bevindingen op meer dan 100 diepte-interviews en op de uitkomsten en analyses van sociaalwetenschappelijk onderzoek. Die twee bronnen vullen elkaar uitstekend aan. De interviews zijn meer illustratie dan bewijs maar geven de lezer een mooi inkijkje in de levens van Amerikanen met diverse achtergronden. Putnam rechtvaardigt zijn aanpak met de opmerking dat sommige mensen leren via verhalen en anderen via statistieken.
    Economische ontwikkelingen vormen de motor van de ongelijkheid. Fabrieken verdwijnen in een kennissamenleving die hoge eisen stelt aan de competenties van medewerkers. De middenklasse verdwijnt. Sommigen zakken door de vloer en anderen stoten door het plafond. Traditioneel was onderwijs een manier om de talenten van iedereen tot ontwikkeling te brengen. Tegenwoordig bevestigt de school de ongelijkheid waarmee de scholieren hun intrede doen in het systeem. Het is niet het onderwijs zelf dat ongelijkheid produceert maar de locatie van de school. Hoger opgeleiden wonen te midden van hoger opgeleiden, trouwen met hoger opgeleiden, sturen hun kinderen naar betere scholen, zijn meer betrokken bij de schoolprestaties van hun kinderen, weten de weg naar instanties als huiswerkbegeleiding en psychologische ondersteuning om tegenvallende rapportcijfers te corrigeren enz, enz. Kinderen van laag opgeleide ouders groeien vaker op in gebroken gezinnen en kunnen minder terugvallen op een sociaal vangnet. In vroeger dagen speelde de kerk een belangrijke rol bij het bieden van verbinding en ondersteuning. Ook die invloed is afgenomen. In de verkeerde wijken voeren drugs en criminaliteit de boventoon. Opleiding is de belangrijkste variabele ter verklaring van de verschillen. En dus niet bijvoorbeeld racisme. Natuurlijk komt er in Amerika racisme voor, is Putnam zich bewust, maar dat vormt niet de aanleiding voor de tweedeling. Het boek laat zien dat de leefstijl van hoog opgeleide zwarten veel meer overeenkomsten vertoont met hoog opgeleide blanken dan met laag opgeleide zwarten. Veel zwarte respondenten relativeren de impact van racisme op hun succes of het gebrek daaraan. Zo noemt Jesse dat er voor hem als zwarte jongeman geen enkel beletsel was om in de jaren vijftig te worden gekozen tot voorzitter van de leerlingenraad. Hij voegt daar fijntjes aan toe dat de naam van zijn tegenstander Robert Putnam was.
    Putnam laat zien dat de ontwikkeling die hij schetst grote nadelen heeft voor politiek, sluimerende onvrede bij de verliezers, en economie in de vorm van onbenut talent. Misschien nog wezenlijker is dat de gesignaleerde trend haaks staat op de grondwaarden van een vrije samenleving. Gelijke kansen voor iedereen. Jouw talent zou de maat der dingen moeten zijn van wat je kunt bereiken en niet je afkomst.
    Omdat de ontstane verschillen in een reeks van decennia zijn ontstaan zonder dat iemand daar bewust op aangestuurd heeft, is er voor de oplossing geen eenvoudig recept. Er is een veelheid aan variabelen waartussen een onderling verband bestaat. Putnam bepleit een groot aantal maatregelen die allemaal een deelaspect van het probleem bestrijken. Door resultaten nauwgezet te monitoren zal het inzicht ontstaan van wat wel en niet effectief is. Hij acht het noodzakelijk dat de twee grote politieke partijen bereid zijn om de eigen stokpaardjes te relativeren. Rechts zal niet om fiscale ingrepen heen kunnen en links zal bereid moeten zijn om uitwassen in de persoonlijke levensstijl aan te pakken.
    Putnam heeft een belangwekkend boek geschreven waarin de focus op Amerika ligt. Er zijn echter vele aanwijzingen dat de Amerikaanse trend ook in Nederland wortel schiet. Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft de noodklok al geluid. Afgelopen week liet De Groene Amsterdammer zich inspireren door Putnam om een themanummer aan deze problematiek te wijden. Dit onderwerp zal nog lang op de agenda staan.