Leesimpressies

  • Robert Walser: De wandeling

  • Nr. 8 - 2015
  • Wandelen en schrijven waren de favoriete bezigheden van de Zwitser Robert Walser. Trouwens ook zo’n beetje zijn enige bezigheden. Hij leidde een eenzaam bestaan. Tijdens het schrijven van De wandeling bivakkeerde hij op een zolderkamer in een hotel te Biel. In de winter was er geen geld voor verwarming. De laatste jaren van zijn leven zou Walser slijten in een inrichting voor geesteszieken vanwege hevige angstaanvallen. Hij viel daar op door een groot plichtsbesef. Ook in de familie kwam geestesziekte voor. Het is opmerkelijk dat zo’n karig bestaan literatuur heeft opgeleverd met bij vlagen vrolijke passages. Met plechtstatige en luchtige formuleringen probeerde Walser de angst te bezweren. Zijn werk bevat veel egodocumenten. De beroemde roman Jakob von Gunten heeft de vorm van een dagboek. Veel werk is postuum verschenen. De novelle De wandeling is een zeer persoonlijk getint verslag van een voettocht door stad en natuur. Walser overleed in 1956 aan een hartaanval in de sneeuw.

    Uitgeverij Lebowski heeft werk gemaakt van de uitgave. Het verhaal zelf omvat slechts 50 bladzijden. Verder bevat het boek de nodige biografische en bibliografische informatie. Ook is er een beschouwing van W.G. Sebald opgenomen dat eerder in het Nederlands is verschenen als onderdeel van diens Logies in een landhuis. Sebald is een bewonderaar van Walser en ziet in de auteur parallellen met zijn eigen grootvader. Voor Sebald is de ervaringsarmoede van Walser karakteristiek. Andere personages, ontmoetingen tijdens de wandeling, komen in het werk voor maar zijn vluchtig. Ze zijn nauwelijks meer dan figuranten. Maatschappelijke omstandigheden bijvoorbeeld de oorlog doen er niet toe. Walser lijkt volledig opgesloten in zijn eigen wereld. Aan de wandeling die een dag in beslag neemt, begint Walser met goede moed. Over zichzelf merkt hij op: “Uw voorheen betrokken voorhoofd ziet er helemaal onbewolkt uit”. Tegen het eind slaat de somberheid toe. Onderweg stuit de lezer op observaties die aanzetten tot een glimlach. Absurditeit licht steeds op de loer. Gesprekken verlopen niet allemaal even soepel. Met mannen sluipt er gauw stroefheid in het contact, met vrouwen laat de wandelaar zich van zijn wellevende kant zien, ruim toegerust met complimenten.

    Uw bevallige uiterlijk, mooie verschijning, beminnelijke rust, uw gezien uw gevorderde leeftijd slanke aristocratische, montere gestalte moedigen mij aan om buiten op straat een gesprek met u aan te knopen


    Het traject door de natuur geeft aanleiding om te genieten van de rust en de stilte, zelfs om te mijmeren hoe heerlijk het moet zijn om in de bosgrond begraven te worden. Voor mij vormen de ontmoetingen met anderen het hoogtepunt van het verhaal. Walser is zich zeer bewust van hoe anderen en hijzelf zich te gedragen hebben. Hij heeft een hekel aan protserigheid. Een bakkerswinkel met gouden letters roept verontwaardiging op. Zulke barbaarsheden zijn niet toegestaan. Zij symboliseren bezitsdrang, geldzucht en ellendige zielsverruwing. Omslachtige opsommingen zijn het handelsmerk van de auteur.
    Ontmoetingen met een boekhandelaar en kleermaker lopen slecht af. Bij herhaling vergewist de wandelaar zich of de boekhandelaar in het bezit is van het belangrijkste boek van dat moment. De boekverkoper beweert dat dit het geval is en toont het boek. Toch verlaat de wandelaar de zaak zonder boek. Met de kleermaker ontstaat er verschil van mening of het kostuum wel passend is. Ook nu druipt de wandelaar teleurgesteld af.
    Een merkwaardige treffen doet zich voor op het postkantoor . Daar doet de wandelaar een brief op hoge poten op de bus waarin een niet nader genoemd persoon op de vingers getikt wordt voor misbruik van vertrouwen. Waardeoordelen stoelen op een overdosis moreel besef.
    Soms is het net of de personages die de wandelaar tegen komt, ontsproten zijn aan de fantasie van de auteur. De grens tussen echt en waan valt niet scherp te trekken. Een illustratie van dit dilemma is te vinden in het voorval waarbij de wandelaar een hond vermanend toespreekt die weigert om hem met de eerbied waar hij recht op heeft te bejegenen. De ongecultiveerde vlegel van een hond zou op moeten staan en de wandelaar begroeten zoals dat past bij iemand die jarenlang in het gezelschap van ontwikkelde mensen in hoofdsteden heeft gewoond. Walser woonde enige jaren in Berlijn. Even later moet hij zelf lachen om die potsierlijke toespraak. De hond had best een sympathieke oogopslag.
    Na de vele turbulenties en overpeinzingen kan de wandelaar weer tot rust komen op zijn zolderkamer. Misschien heeft hij voldoende inspiratie opgedaan om het lege vel papier te vullen met zijn indrukken. Robert Walser heeft de lezer een blik gegund in zijn eigenzinnige universum. Jaren na zijn dood zijn twee mensen eindeloos bezig geweest om zijn microgrammen te ontcijferen. Walser schreef met potlood allerlei documenten als enveloppen vol met minuscule aantekeningen. Daarnaast bevat het boek de aankondiging dat Lebowski een vertaling van de roman Der Räuber in voorbereiding heeft. Dat is iets om naar uit te kijken.