Leesimpressies

  • Roddy Doyle: The deportees

  • Nr. 5 - 2008
  • Geen stad heeft meer Nobelprijswinnaars literatuur voortgebracht dan Dublin. Beckett, Shaw en Yeats behoren tot de uitverkorenen. De jury, vernoemd naar de Zweedse uitvinder van het dynamiet, kon zelfs James Joyce over het hoofd zien zonder de toppositie van Dublin in gevaar te brengen. Onder dat gesternte maakte de in Dublin geboren Roddy Doyle in de jaren negentig de overstap van leraar naar schrijver. Vorig jaar verschenen twee boeken van hem. In beide boeken borduurde hij voort op personages die hij al eerder onder zijn hoede had. Paula Spencer maakte haar rentree in het gelijknamige boek na eerdere belevenissen in The woman who walked into doors. Ook in The deportees keren oude bekenden terug zoals Jimmy Rabbitte. In The commitments was Rabbitte de manager van een soulband die ophield te bestaan alvorens furore te maken. Rabbitte is inmiddels 36 en getrouwd. Hij heeft drie kinderen en een vierde is onderweg maar het bloed kruipt waar het niet kan gaan. Jimmy richt opnieuw een band op.


    De band van Jimmy weerspiegelt de veranderingen in Ierland, lang het zorgenkindje van Europa waar jaarlijks meer mensen wegtrokken dan er geboren werden. Het was de tijd waarin het ongepast was iemand te vragen wat hij deed uit angst dat het antwoord niets zou zijn. Doyle noemt in zijn voorwoord de gewaarwording ergens in de jaren negentig dat je op een avond naar bed ging en in een ander land wakker werd. Ierland is nu een welvarend land en de bevolking is ingrijpend van samenstelling veranderd. Hebben we in Nederland een grote toestroom meegemaakt uit Turkije en Marokko, in The deportees heeft de migratie vooral een Nigeriaans en Oost-Europees gezicht. Die variatie keert terug in de samenstelling van de nieuwe band. Het repertoire is veelzijdiger en de bezetting is aan wijziging onderhevig. Er vertrekt eens iemand naar het buitenland en nieuwe liefhebbers melden zich. Het boek bevat naast het titelverhaal nog zeven verhalen. Doyle schreef de verhalen voor de Metro Eireann, een maandblad opgericht door twee Nigeriaanse journalisten. De verhalen zijn opgebouwd uit hoofdstukken van telkens 800 woorden, zijn vaste bijdrage, conform de afspraak met de redactie. Deze door omvang gedicteerde plicht zorgt zowel voor mini cliffhangers als voor de nodige onevenwichtigheid. Doyle vond een uitdaging met de deadline als zwaard van Damocles. Hij nam de schaduwzijde voor lief en spiegelt zich aan een acteur uit een televisieserie die even naar boven liep om een tennisracket te halen en van wie nooit meer iets vernomen werd.

    De verhalen bestaan uit een confrontatie van autochtone Ieren met nieuwkomers. Ongemak, misverstanden en vooroordeel kleuren de ontmoetingen. Het openingsverhaal heet “Guess who’s coming for the dinner” en lijkt sprekend op de bijna identieke filmtitel. De Spencer Tracy van nu heeft moeite zich open te stellen voor de Nigeriaanse vriend van één van zijn dochters. Hij gedraagt zich buitengewoon onhandig. Toch ziet hij zichzelf als ruimdenkend blijkens zijn bewondering voor Stevie Wonder, Naomi Campbell en Thierry Henry. Alle opwinding is voor niks. Ben, de naam van de Nigeriaanse gast, is gewoon een vriend. Van een verhouding laat staan een huwelijk is helemaal geen sprake.

    In een ander verhaal maken de hoofdrolspelers slim gebruik van de aanwezige vooroordelen. Een Ierse jongen bezoekt winkels met zijn vriendin van Nigeriaanse komaf. Ze krijgen onmiddellijk de beveiliging achter zich aan. Ondertussen steelt hun vriend, gezeten in een rolstoel, zoveel hij kan uit de schappen. Kort nadien meldt het drietal zich met de spullen bij de winkelleiding en vraagt een beloning voor de les die zij gegeven hebben. Zo kun je een broodwinning vinden in het aan de kaak stellen van een misstand.

    Een verhaal met een wat afwijkende insteek heet “Home to Harlem”. Hier is de autochtoon de ontheemde. We volgen de belevenissen van Declan die voor studiedoeleinden New York bezoekt. Hij is in Ierland geboren en kleinzoon van een Amerikaanse soldaat. Als zwarte Ier behoort hij tot een onmogelijke categorie. In Amerika kun je een Native American of een Afro-Amerikaan of wat dan ook zijn maar je bent altijd Amerikaan. Declan arriveert met het voorwendsel de invloed van Harlem op de Ierse literatuur van de twintigste eeuw te traceren. Zijn eigenlijke drijfveer is zijn grootvader op te sporen zo heeft hij zijn grootmoeder beloofd.

    Doyle heeft zijn sporen verdiend met het op milde wijze portretteren van mensen aan de onderkant van de samenleving. Zij spreken de taal van de straat, houden van voetbal en popmuziek. De migranten in de verhalen zijn bijna allemaal in een sympathieke jas gestoken. Een zwart-witte karakterschets is niet de meest verfijnde manier om zwart-wit denken ter discussie te stellen. Als vaak is Doyle echter ook hier een onderhoudend verteller. Het moderne Ierland heeft een sympathieke verhalenbundel opgeleverd en dat is niet bedoeld als dooddoener.