Leesimpressies

  • Ronald Giphart: Troost

  • Nr. 46 - 2007
  • Deze week verscheen Lekker, de jaarlijkse restaurantgids. Wat opvalt is de culinaire machtsgreep van Maastricht. Voor het eerst is Beluga uitgeroepen tot beste restaurant van Nederland en met Toine Hermsen heeft de Limburgse hoofdstad nog een tweede vermelding in de top tien. Het is zeker een geweldige belevenis om bij Beluga te eten maar ik zie chefkok Hans van Wolde en zijn witte brigade voetballend voor me tijdens een lome namiddag op het plein voor de zaak met een gedrevenheid die het Nederlands elftal al jaren kwijt is. Wandelend over de loopbrug boven de Maas ben je zo bij het statige pand van Toine Hermsen. In 2001 stond dit restaurant op nummer 3 in Lekker waarna het tuimelen begon. Van 3 naar 6, naar 9, nog een keer 9, naar 16 en 18. De gids voor 2007 gaf een trendbreuk te zien, terug naar 16, met nu in 2008 plek 8. Het is al weer even geleden dat ik er een keer at maar ik schiet wel eens wakker met een aangename herinnering aan de opgediende kwarteleitjes. Topkoks en hun restaurants mogen zich verheugen in een toenemende belangstelling van de media. Roland Giphart schreef met Troost een roman die speelt in dit milieu.

    Ronald Giphart: Troost

    Week 46, 2007


    Art Troost is een gelauwerde kok. Hij bezit een restaurant met twee Michelin-sterren dat alle dagen van de week open is. Alsof dat niet genoeg beslag op hem legt schrijft hij verder kookboeken en werkt hij mee aan het televisieprogramma Sterallure. Zonder televisie blijft grote roem buiten bereik. In het format van Sterallure herkennen we een variant op Villa Felderhof. Op een chateau in Normandië verblijven enkele dagen twee bekende Nederlanders die tussen het koken met Troost door verslag uitbrengen van hun leven. De televisieploeg monteert dat tot smakelijke hapjes. De roman van Giphart speelt zich tijdens een dergelijk bezoek af. Gasten zijn een modieuze cultuurfilosoof die marathons loopt in combinatie met een wulpse actrice die een roman heeft geschreven waarin het wulpse meer nadruk heeft gekregen dan het acteren. De toon is gezet. We zijn getuige van de glamourvolle vermenging van haute cuisine met de media. Troost is deze dagen niet in goede doen. Zijn lichaam verkeert in onttakelde toestand na het eten van stierenballen zoals klaargemaakt door de uitbater van het chateau. Via alle denkbare openingen komt het voedsel naar buiten. Troost gebruikt deze periode om met behulp van terugblikken de balans van zijn leven op te maken. Dat gebeurt in zes hoofdstukken die hun naam ontlenen aan de basissmaken bitter, zout, zoet, zeep, zuur en bloed. Het vak van restaurateur heeft hij meegekregen van zijn vader. Na van diens vol-au-vent geproefd te hebben, kende hij zijn bestemming: “koken in een keuken als die van mijn vader, om mezelf en de mensen die bij me willen eten kortstondig gelukkig te maken”. Art Troost is bezeten van koken en van het succes dat hij daarmee veroverd heeft. Mensen roepen bij hem associaties met gerechten op. De cultuurfilosoof is een brokkige pecorino, een schorseneer die te lang op het land is gebleven. De wulpse actrice daarentegen staat voor verse amandel-kokosmelk met rum. En niet te vergeten voor gefrituurd brood en een dressing van tomaten met bosui.

    Behalve lichamelijk ongemak krijgt Troost nog meer te verduren. De verhouding met zijn geliefde Andrea raakt definitief voorbij. Weg gepofte kastanjes, nootmuskaat, warme en koude borsjtsj, duivelsharing, serranoham, Maltese bloedsinaasappel, Pedro Ximenez. Hij leerde Andrea kennen toen zij hem kwam interviewen. Het was “liefde op het eerste gerecht”. Bekende Nederlanders vallen op bekende Nederlanders. Dat verdubbelt immers de kans op publiciteit. Andrea zocht vanwege zijn fixatie op koken troost bij een jonge minnaar, een filmacteur. De media stonden er bol van. Eerder had het tweetal nog een ogenschijnlijk geslaagde verzoeningspoging gedaan in Antwerpen. Inclusief een heerlijke maaltijd. Juist op die avond bezocht de rapporteur van Michelin zijn restaurant. Dan komt in Normandië het bericht binnen dat Troost zijn beide sterren heeft verloren. Die dagen balt alle ellende zich samen. Niets blijft hem bespaard.

    Giphart heeft zich serieus verdiept in de culinaire wereld. Wekelijks etaleert hij zijn belangstelling in het magazine van de Volkskrant. Voor het boek heeft hij gebruik kunnen maken van de adviezen van Pierre Wind, zo meldt het dankwoord. Troost maakt in zijn bijtend commentaar gretig gebruik van Giphart’s inzichten. Zoals hij kennelijk ook van de auteur de vele citaten van schrijvers als Dickens, Musil en Nietzsche ter beschikking kreeg. De roman is eenstemmig. We zien alles door de ogen van Troost. Alles wat Giphart kwijt wilde is aan hem toebedeeld. Dat werkt in zoverre de lezer vertrouwd raakt met het spottend commentaar dat Troost op de wereld om hem heen los laat. Tegelijkertijd vernauwt die aanpak het perspectief. Het louterende einde waarbij Troost als een nieuwe Nietzsche een hert om de hals valt, is al te grotesk. Toch heeft Giphart met dit boek aangetoond meer te kunnen dan populariteit verwerven onder middelbare scholieren en studenten op basis van openhartig beschreven seksuele avonturen. Het resultaat is een geestige parodie in sneltreinvaart geserveerd. Zelf heb ik inspiratie verzameld om met vrienden te eten in restaurant Cordial te Oss.