Leesimpressies

  • Ruud Koopmans: Het vervallen huis van de islam

  • Nr. 18 - 2019
  • Hoogleraar sociologie en migratie Ruud Koopmans probeert in zijn nieuwste boek inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn van de keuze in de islamitische wereld voor het fundamentalisme. Onder fundamentalisme valt te verstaan de dogmatische terugkeer naar het verleden in combinatie met onverdraagzaamheid naar anderen. Het is geen boek van een islamofoob maar een zoektocht van een wetenschapper die wil snappen wat zich op dit moment in de wereld voltrekt. Het is immers raadselachtig waarom geestelijke en wereldlijke leiders de klok willen terugdraaien om daar de oplossingen te vinden voor de problemen van vandaag en morgen. Nog raadselachtiger is waarom hun aanhang bereid is dat pad te volgen. Bij ons hebben we Wilders die wegdroomt bij de jaren vijftig van de vorige eeuw. Toen was geluk heel gewoon en ons straatbeeld hoofddoekloos. Thierry Baudet is nog radicaler. Zijn ideale Nederland ligt rond 1860. Hij zegt er nooit bij hoe hij de armoede en de kindersterfte weer op dat niveau denkt te krijgen. Denkt hij Indonesië bereid te vinden opnieuw een Nederlandse kolonie te worden en laten vrouwen, misschien wel zijn grootste uitdaging, zich weer de mond snoeren? Wilders en Baudet zijn de ware salafisten onder de Nederlandse politici. Het fundamentalistische visioen kent talloze verschijningsvormen.

    Koopmans vergelijkt de keuze voor het fundamentalisme met het nemen van een verkeerde afslag. Van de islam, zoals van alle religies, zijn diverse interpretaties beschikbaar. Fundamentalisme is een optie naast andere. Hij identificeert als startpunt de islamitische revolutie in Iran van 1979. Daar is de opmars van het fundamentalisme begonnen. Het boek van Koopmans neemt stelling tegen twee tegengestelde visies op de islam die in het publieke debat voortdurend opduiken. De ene is dat het islamitisch geweld inherent is aan de islam. Die opvatting noopt tot een keuze voor isolatie en verdeelt de wereld in twee blokken: de islamitische versus de niet-islamitische. Die benadering is koren op de molen van de fundamentalisten die toch al van mening zijn dat de wereld het op hen gemunt heeft. De andere is dat geweld en onderdrukking niets te maken hebben met de islam dat in wezen een religie van vrede is. De geschiedenis leert dat de islam in het verleden ten opzichte van andere beschavingen een grote bloeiperiode heeft gekend. De aanhangers van deze opvatting erkennen de oververtegenwoordiging van moslims bij zoiets als terrorisme maar vinden dat de daders door misleiding van het juiste spoor zijn afgedwaald. Koopmans kiest een tussenpositie. Hij komt tot de conclusie dat het geweld gekoppeld is aan de fundamentalistische visie op de islam. Er is wel degelijk een link met de islam maar slechts met een bepaalde interpretatie van de islam die zich helaas tot de dominante stroming heeft ontwikkeld. Koopmans komt via verschillende tussenstappen bij zijn oordeel uit. Allereerst onderbouwt hij dat de islamitische wereld wel degelijk in een achterstandspositie verkeert. Dat blijkt uit diverse indicatoren en heeft zowel betrekking op islamitische landen in vergelijking met andere landen als op islamitische minderheden in vergelijking met andere minderheden binnen de rest van de wereld. Zelfs binnen de islam springt de onverdraagzaamheid in het oog, denk aan geweld over en weer van sjiieten en soennieten.

    Koopmans stoelt zijn betoog niet op exegese van de Koran maar baseert zich op empirische gegevens die verschillen laten zien tussen vergelijkbare landen zoals Mauritius en de Malediven, of tussen Egypte en Zuid-Korea of tussen India en Pakistan. De werkelijkheid fungeert als arbiter, niet schriftgeleerdheid


    Koopmans maakt gebruik van diverse bronnen die afkomstig zijn van universiteiten en deskundige instituties als de Verenigde Naties. Een constante uitkomst is dat islamitische landen het slechter doen dan niet-islamitische landen als het gaat om democratie, mensenrechten, vrede en welvaart. Op zich bewijst dat nog niet dat de islam de belangrijkste oorzaak is van het gevonden verschil. Daarom toetst Koopmans ook alternatieve verklaringen aan het beschikbare materiaal. Hypotheses gebaseerd op alternatieven zoals het koloniale verleden of de vloek van het bezit van grondstoffen blijken geen stand te houden. Koopmans gaat vervolgens een stap verder. Als religie de belangrijkste verklaring vormt voor het verval in de islamitische wereld dan is het ook zaak om aannemelijk te maken dat die achterstand daadwerkelijk is terug te voeren naar elementen uit het geloof met de sharia als blikvanger. Hij laat zien dat elementen uit het familierecht negatief uitwerken op de ontwikkeling van islamitische landen. Dan gaat het om erfrecht, het verbod op rente en de positie van de vrouw. In islamitische landen is bovendien de scheiding tussen kerk en staat ongebruikelijk. Niet of anderszins gelovigen komen daardoor niet alleen als gelovige maar direct ook als burger in de knel. Om over homo’s nog maar te zwijgen. De bewijsvoering die Koopmans levert is overweldigend. Hij gaat zorgvuldig te werk. Hij expliciteert zijn bronnen en zijn criteria van beoordeling. Op basis van het aangereikte materiaal is er weinig tegen het betoog in te brengen. Het is zelfs denkbaar dat de crisis van de islam nog breder en dieper is dan het boek behandelt. Het lijkt mij aannemelijk dat een vergelijking op het terrein van de kunsten (internationale prijzen), de wetenschap (Nobelprijzen) en sport (Olympische medailles) net zo zeer een grote achterstand zal aantonen.
    Een nadeel van het boek is dat de vele grafieken waarin het feitenmateriaal is vervat slecht leesbaar zijn. De grijstinten waarmee lijnen zijn getrokken lijken te veel op elkaar. De uitgever had wel beter werk mogen leveren. Soms is ook het taalgebruik wat storend. Koopmans is verbonden aan de Humboldt Universiteit van Berlijn en moet daar het besmettelijke woordstapelingssyndroom hebben opgelopen: grondstofafhankelijkheid, wapenstilstandsgrenzen, vrouwenemancipatiedeficit of desinvesteringsbewegingen.
    Het is de vraag of het sombere beeld uit het boek veranderbaar is. Er zijn drie kernproblemen: het gebrek aan scheiding tussen religie en staat, de achtergestelde positie van de vrouw en de geringschatting van seculiere kennis. Omdat de moslimwereld zelf de keuze heeft gemaakt voor het fundamentalisme zal zij zelf op haar schreden dienen terug te keren. Het Westen kan geen democratie brengen en al helemaal niet met bommenwerpers. Redelijke moslims en daar zijn er ook velen van zullen zich krachtiger moeten uitspreken tegen wandaden die uit naam van hun geloof bedreven worden. Dat gebeurt veel te weinig. Een positief voorbeeld is de beschermende ring die moslims vormden rond een synagoge in Oslo nadat er een aanslag was gepleegd op een synagoge in Kopenhagen. Dergelijke signalen zijn er veel te weinig. Koopmans heeft belangrijke input geleverd voor wie een mening wil vormen over de rol van de islam in de wereld.