Leesimpressies

  • Samuel Huntington: Botsende beschavingen

  • Nr. 38 - 2020
  • Na afloop van de Koude Oorlog bestond de behoefte de nieuwe wereldorde te duiden. Geopolitiek werd met een hoofdletter geschreven. Tot de klassiekers in dit genre behoort Botsende beschavingen van de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington. Het boek dateert uit 1996. Er verscheen eerder een Nederlandse vertaling en in 2019 kwam er een nieuwe uitgave op de markt nu met een inleiding van Andreas Kinneging, rechtsfilosoof te Leiden. Bij mijn weten is Kinneging de enige Nederlandse hoogleraar die op televisie demonstreerde hoe je Rutger Castricum in een houdgreep dient te nemen. Tot zover zijn sympathieke kant. Kinneging is in zijn publicaties een fervent aanhanger van het terugdraaien van klokken. Ooit zegde hij zijn lidmaatschap van de VVD op uit teleurstelling over het lage niveau van het intellectuele debat aldaar. Dat is of een ijsbeer de noordpool verlaat vanwege de kou. Op zijn bekende gelijkhebberige toon prijst hij Botsende beschavingen aan. Huntington concludeert dat het evenwicht tussen twee supermachten is vervangen door een wereld waar beschavingen de dienst uitmaken. Na de ineenstorting van het communisme is de wereld niet in de ban geraakt van kapitalisme, democratie en rechtsstaat. Cultuur in plaats van ideologie vormt de nieuwe bron van identificatie met veelal religie als onderliggende motor.

    Toen Rusland in de machtsstrijd met Amerika de handdoek in de ring gooide, was het de vraag of de wereld zich nu tot het Amerikaanse model zou bekeren. Bekend is het betoog van Francis Fukuyama die in dezelfde periode als Samuel Huntington de suprematie van de liberale democratie dacht waar te nemen, het beste model om welvaart en vrijheid te realiseren. De titel van zijn boek The end of history and the last man geeft een indicatie van zijn visie. Fukuyama heeft inmiddels toegegeven dat zijn verwachting niet is uitgekomen. Hij heeft identiteit als bindende factor onderschat. Huntington koos een tegenovergestelde benadering. De opvatting dat de Amerikaanse of Westerse beschaving wereldwijd navolging veroorzaakt, miskent de belevingswereld die elders opgang doet. Er is op veel plaatsen verzet tegen de Amerikaanse dominantie. Het zelfbewustzijn elders is gegroeid. De Chinese economische explosie en de bevolkingsexplosie in de moslimwereld vormen serieuze tegenkrachten. Huntington toont meer verwantschap met Dominique Moïsi die in De geopolitiek van emotie een onderscheid maakt naar drijvende krachten zoals angst in het Westen, vernedering onder moslims en hoop in Azië (zie weblog nr 4 uit 2010).

    Het Westen veroverde de wereld niet met superieure ideeën, waarden of religie (waartoe maar weinig leden van andere beschavingen werden bekeerd), maar door superioriteit in de georganiseerde uitoefening van geweld. Westerlingen vergeten dat vaak. Niet-Westerlingen nooit


    Huntington bestrijdt de universalistische trekken van de Amerikaanse cultuur. Formeel gelden mensenrechten overal maar dat is vooral gebaseerd op de doorzettingsmacht van het Westen bijvoorbeeld door de positie in internationale organisatie. In mensenrechten klinkt een individualistische benadering van de mens door terwijl andere beschavingen collectiviteit hoger in het vaandel dragen. Huntington onderscheidt acht verschillende culturen. Dat zijn: de westerse, oosters orthodoxe, Afrikaanse, Islam, Chinese, Hindoestaanse, Latijns-Amerikaanse en Japanse. Het erkennen van naast elkaar bestaande (mono)culturen is in de ogen van Huntington de beste garantie voor het handhaven van de wereldvrede. Beschavingen bestaan in de meeste gevallen uit een kernstaat die als opdracht heeft de stabiliteit in eigen kring te waarborgen.
    Het is vrij gemakkelijk om de indeling van Huntington te bekritiseren. De veelvormigheid van de wereld laat zich moeilijk in overzichtelijke schema’s vatten. Toch is het de moeite waard om een werk te lezen van iemand die grote lijnen poogt te vangen. Desondanks bekruipt mij het gevoel dat de auteur niet alleen wetenschappelijk wil beschrijven maar ook voorschrijvende ambities heeft. Hij vindt het gevaarlijk als een bepaalde beschaving multiculturele kenmerken vertoont. In Amerika ziet hij die tendens, denk aan de opmars van Latino’s, en stelt dat aan de kaak. Tegelijk veronderstelt hij binnen een beschaving misschien wel meer overeenstemming dan overeenstemt met de feiten. Zie de conflicten tussen landen die tot een zelfde beschaving behoren. Van Huntington moet de wereld heterogeen zijn en een beschaving homogeen. Met de grote migratiestromen in de huidige tijd lijkt dat niet realistisch.
    In Botsende beschavingen is er veel aandacht voor de ontwikkelingen in de jaren negentig van de vorige eeuw. Op het moment van schrijven was dat actueel maar inmiddels behoort die periode tot de geschiedenis. Invalshoeken van nu krijgen daardoor minder aandacht. Het zou interessant zijn om te bezien in hoeverre de klimaatproblematiek van invloed is op het gedrag van beschavingen. Vergroot dat de kans op gewapende conflicten of niet? Eigen aan het boek is dat de focus van de auteur sterk ligt op het conflictmodel. De vraag onder welke voorwaarden beschavingen hun samenwerking gestalte kunnen geven staat op het tweede plan. Dat laatste is een prangend punt gezien bijvoorbeeld de opvatting van filosoof Yuval Noah Harari dat samenwerking een bepalende factor is in de geschiedenis van de mens. Kunnen staten en beschavingen die kracht niet meer mobiliseren en zo ja hoe?
    middelr@xs4all.nl