Leesimpressies

  • Sander Kollaard: Uit het leven van een hond

  • Nr. 35 - 2020
  • Na de bekendmaking van de Libris Literatuurprijs dacht ik aan het artikel van Gerbrand Bakker in De Groene Amsterdammer. Hij benadrukte de overbodigheid van literaire prijzen. Wat opvalt is dat de prijs de naam draagt van de sponsor. Na een paar jaar vindt het bedrijf het mooi geweest en kiest een ander object om te werken aan naamsbekendheid bijvoorbeeld een voetbalstadion. De prijs bestaat normaliter uit een geldbedrag, ook al een symptoom van fantasieloosheid. Waarom bestaat de prijs niet uit een standbeeld of een straatnaam in de geboorteplaats van de auteur of een documentaire op de publieke omroep. Een opwindend eerbetoon zou een weekend met Rosanne Hertzberger in Gulpen zijn of een lunch met Arjan Peeters in een hotel. Een geldbedrag bevestigt het beeld dat de schrijver een mislukte sloeber is die nauwelijks op eigen kracht het hoofd boven water weet te houden. Literaire prijzen zorgen voor beperkte reuring in de incrowd van schrijvers, recensenten en uitgevers. Het is een ritueel om wat openstaande rekeningen te vereffenen. De regel kent wel uitzonderingen. Opeens is Sander Kollaard de winnaar met Uit het leven van een hond. In het kielzog van de bekendmaking is er publicitaire aandacht voor de prijswinnaar. De indruk ontstaat dat de jury verrassend raak geschoten heeft. De Librisprijs heeft toch zin.

    De lezer krijgt een dag uit het leven van Henk van Doorn voorgeschoteld. Hij is 56 jaar, IC-verpleegkundige en gescheiden van Lydia, hoogleraar complexiteitstheorie maar met een verbluffend gebrek aan goede smaak. Van zijn beroep, nu zouden we zeggen dat Henk een soldaat is bij de geneeskundige troepen van Diederik Gommers, vernemen we niet zoveel maar de dag in kwestie is een zaterdag. De vrije zaterdag ‘huppelt als een kind’ voor hem uit. Henk heeft een beschouwende inslag en hij denkt aan het begin van de dag nog even terug aan een discussie met een collega na afloop van hun dienst. Zij beweert dat het hart niets meer is dan een pomp. Voor Henk is het hart ook een symbool waaraan je verhalen en gevoelens kunt ophangen. Verhalen vindt hij belangrijk, zij geven een illusie van samenhang. Het leven is immers een verhaal van eigen makelij.
    De zaterdag bestaat uit alledaagse gebeurtenissen maar is desondanks goed gevuld. Henk heeft de zorg voor Schurk, koosnaam voor een hond op leeftijd. Henk bezoekt met de hond de dierenarts, die hartfalen diagnosticeert met op termijn een slechte prognose. De band tussen huisdier en baas is hecht. Hij bezoekt een boekhandel op zoek naar een cadeau voor zijn geliefde nichtje Rosa. Haar naam geeft bij zijn keuze de doorslag. Bovendien ontmoet hij Mia die de belofte van een nieuwe liefde in zich draagt. Kollaard weet een uitstekend evenwicht te vinden tussen handelingen en beschouwingen. De kracht van het boek is de toon. Henk heeft een levenshouding ontwikkeld die hem, wat er ook gebeurt, niet van zijn stuk zal brengen.

    Niets heeft ons bedoeld of gewild of bedacht. Niets maakt ons noodzakelijk. Anders dan veel mensen vind ik dat een verrukkelijk, bevrijdend inzicht. We kunnen doen en laten wat we willen en zijn aldus werkelijk vrij, niet gebonden aan heilsplan of bestemming


    Henk illustreert dat het mogelijk is om de werkelijkheid naar je hand te zetten. Zelfs een ritje met de bus is een plezierige ontspanning. Hij geeft zich over aan de truc die hij als jongen heeft geleerd. Het is zaak je hoofd een beetje naar achteren te kantelen zodat er een volkomen nieuw perspectief op de omgeving ontstaat. Het is een wereld van tweede en derde verdiepingen, daken en schoorstenen opgeluisterd door boomtoppen.
    Henk leest veel. Hij gaat zo op in de belevingswereld van anderen dat hij een verlies aan eigen persoonlijkheid op de koop toe neemt. Henk zegt ja tegen het leven en deelt zijn levenslust met de lezer. De auteursfoto waarin de schrijver ruggelings op een keukenvloer staat afgebeeld doet recht aan de eigenzinnigheid van het boek.
    Het boek is geschreven vanuit het perspectief van Henk. Dat is echter niet gedaan vanuit de ik-vorm. Er is een verteller aan het woord die als een soort beschermengel over Henk waakt. De verteller weet ook al wat Henk in de toekomst nog staat te wachten en zelfs hoe oud hij uiteindelijk zal worden. Via de gekozen constructie fungeert Henk nu eens als subject en dan weer als object. Het levert een aanpak op die logisch binnen het verhaal past. Kenners van het bewustzijn beweren dat een identiteit aangestuurd door een ego in de driversseat vooral een denkbeeldige constructie is. Henk doet er alles aan om de illusie van soliditeit overeind te houden desnoods tegen beter weten in. Lebensbejahung is het motto.
    Na afloop van de 156 bladzijden ben je nieuwsgierig hoe het na die zaterdag verder zal gaan met Henk en zijn onweerstaanbare Henkerigheid. Dat hij de neiging heeft tot corpulentie ben je bereid door de vingers te zien. Henk weet dat hij daaraan moet werken. Het is mij niet bekend of Sander Kollaard ons verder mee wil nemen als toeschouwer op die reis. Ondertussen ben ik begonnen met het lezen van zijn eerdere werk bestaande uit een roman en twee verhalenbundels. De Librisprijs mag van mij blijven.
    middelr@xs4all.nl