Leesimpressies

  • Sembene Ousmane: De postwissel

  • Nr. 28 - 2017
  • In de afgelopen weken las ik verschillende hedendaagse Afrikaanse auteurs. Daarnaast zijn er natuurlijk ook klassieke Afrikaanse schrijvers. Daartoe mag Sembene Ousmane gerekend worden. Hij volgde een opvallende loopbaan. In zijn thuisland Senegal was hij onder meer visser, metselaar en monteur. In Frankrijk zou hij tien jaar als dokwerker de kost verdienen. Daarna begon het schrijverschap waarin hij onder meer zijn ervaring in de havens van Marseille verwerkte. Toen hij zich realiseerde dat hij met in het Frans geschreven boeken slechts een klein bereik zou hebben onder zijn achterban maakte hij de overstap naar de film. Hij is wel de vader van de Afrikaanse cinema genoemd. Een hele periode gold hij als een van de bekendste Afrikaanse kunstenaars. Ooit werden er zeker zes boeken van hem in het Nederlands vertaald. Zou iemand die nog lezen? Je hoort de naam Ousmane nog maar zelden en dan eerder als filmmaker. Mijn bibliotheek bevat een enkele novelle van zijn hand. Van lezen was het nog niet gekomen. De tijd is rijp om de stilte te doorbreken. Iemand moet het doen.

    In de novelle De postwissel leren we Ibrahima Dieng kennen, een man op leeftijd. Dieng heeft twee echtgenotes en een uitgebreide kinderschare. Hij is zonder baan na ontslagen te zijn door deel te nemen aan een staking. Hij kan nauwelijks het hoofd boven water houden. Bij de plaatselijke middenstand zijn er schulden. Dieng is een trots en eerlijk man. Hij gaat verzorgd gekleed over straat om bij zijn omgeving een positieve indruk achter te laten. De schaamte dient zo lang mogelijk op afstand te blijven. Daarnaast is Dieng een vroom man. Hij bidt veel, gaat vaak naar de moskee en debiteert hardop soera’s. Een voltijdse gelovige is nauwelijks in de gelegenheid om ook nog een baan te vervullen. Dan lijkt het tij te keren. De postbode dient zich aan met een brief en een postwissel uit Parijs van neef Abdou die daar zijn geluk is gaan beproeven. Eerste echtgenote Mety neemt de zending in ontvangst. Er gloort perspectief.

    Abdou stuurt je 25000 francs. Er zijn er 2000 voor jou bij en 3000 voor zijn moeder. Hij wil dat je 20000 voor hem bewaart. Hij doet je de groeten


    Met goede moed gaat Dieng naar het postkantoor om de cheque te innen. Dat valt niet mee. Er is een lange rij en de behandeling is honds. Voor het innen van een postwissel is een identiteitskaart nodig en daarover beschikt Dieng niet. Voor een identiteitskaart moet je bij het politiebureau in je eigen wijk zijn. Dan blijkt dat je voor een identiteitskaart een geboortebewijs, drie pasfoto’s en een zegel van 50 francs nodig hebt. Een geboortebewijs bezit Dienga evenmin. Daar is dan weer een uittreksel uit het geboorteregister voor nodig. Daarvoor moet je op het gemeentehuis zijn. Opstandigheid is ongewenst. De gang van zaken roept bij Dieng de overal in Dakar ingeburgerde zegswijze van de gewone man op. ‘Je moet bureaucraten niet tegen je in het harnas jagen. Zij hebben het hier voor het zeggen.’ Het wekt al geen verbazing meer dat als Dieng zijn pasfoto’s wil ophalen, de winkel van de fotograaf gesloten is en later zal blijken dat door een technisch mankement de foto’s mislukt zijn.
    Ousmane lijkt in zijn novelle de Wet van Murphy te willen illustreren Alles wat mis kan gaan, gaat mis. Op merkelijk is dat het nieuws van de postwissel als een lopend vuurtje door de gemeenschap gaat. Iedereen maakt bij Dieng zijn opwachting om belangstellend te informeren hoe het met hem gaat in de hoop te mogen delen in de opbrengst. Iedereen heeft het moeilijk en je behoort elkaar waar mogelijk tot steun te zijn.
    Als reddende engel dient zich een ver familielid aan die wel over de benodigde connecties beschikt om de bureaucratische impasse te doorbreken. Dat loopt natuurlijk af op de manier die de lezer van verre aan ziet komen. De grote mate van voorspelbaarheid doet af aan de aantrekkingskracht van het verhaal. Ousmane heeft een novelle geschreven die associaties oproept met andere werken uit de literatuur maar qua impact daar voor onder doet. Allereerst is er De kolonel krijgt nooit post van Gabriel Garcia Marquez die zijn hoofdpersoon tragikomische trekjes mee gaf waardoor dat werk een grotere gelaagdheid kent. Ondertussen blijft de kolonel met zijn vechthaan geduldig wachten op zijn veteranenpensioen. Ook is er verwantschap met Das Totenschiff van B. Traven. Nooit is beklemmender duidelijk gemaakt dat een mens zonder geldig identiteitsdocument in feite niet bestaat.
    Aan het eind van De postwissel blijft Dieng gedesillusioneerd achter. Moet hij zijn levenshouding niet veranderen? Wat heeft het voor zin om eerlijk te zijn als dat je nergens brengt..Je kunt even goed als de anderen kiezen voor corruptie. De maatschappij nodigt uit tot ieder voor zich. Zolang dat het geval is, betaalt de gewone man de rekening. Ousmane impliceert duidelijk een politieke boodschap. Het is triest dat Allah zijn trouwe volgers zo in de steek laat. .