Leesimpressies

  • Sergio Bizzio: Razernij

  • Nr. 39 - 2010
  • Dit jaar is Argentinië Ehrengast op de Frakfurter Buchmesse. Brazilië volgt in 2013. Van alle Latijns-Amerikaanse landen geldt Argentinië als het meest verwant aan Europa, met Buenos Aires als tegenhanger voor Parijs. Het tijdschrift Granta publiceert dezer dagen een lijst met de meest vooraanstaande 22 Spaanstalige schrijvers. Argentinië is daarop met acht schrijvers het best vertegenwoordigd. De buitenlandse aandacht voor Argentijnse auteurs druppelt door naar Nederland. De boekenbijlage van Trouw van vorige week getuigde daarvan. Het dagblad memoreerde geweld als een kenmerkend thema in de Argentijnse literatuur niet in de laatste plaats als herinnering aan de dictatuur onder Videla waarmee we via Maxima hernieuwd kennis maakten. Trouw besprak kort Razernij van Sergio Bizzio, een boek dat flink wat geweld bevat al is er geen directe link met de onderdrukking van burgers door een dubieus regime. Geweld kan even goed tussen burgers ontstaan als onderlinge verhoudingen uit de hand lopen bijvoorbeeld als gevolg van maatschappelijke ongelijkheid.

    Het startpunt in Razernij is de zinnelijke liefde tussen de 40-jarige José Maria en de vijftien jaar jongere Rosa. ‘Toen jij geboren werd, kwam ik net klaar…’, zijn in de roman de openingswoorden die de minnaar tot zijn geliefde spreekt. Het is een liefde met hindernissen. De ontmoeting tussen de twee verloopt triviaal: ze stonden achter elkaar in de rij bij de supermarkt. Hij is bouwvakker, zij dienstmeisje. José Maria is een buitenlander en dankt daaraan een vijandige bejegening bijvoorbeeld door een portier die het tweetal gade slaat op straat. Rosa is in dienst van de welgestelde familie Blinder en woont daar in huis. Zijn bouwplaats is in de nabijheid. Ze treffen elkaar noodgedwongen op straat en voor de liefde is er een goedkoop hotelletje. José Maria heeft een kort lontje, hij laat niets over zijn kant gaan. Op een dag komt hij te laat op zijn werk, geeft de opzichter een grote mond en wordt per direct ontslagen. Het is een gebeurtenis met grote gevolgen. Pas later in het boek wordt duidelijk dat hij na de aanzegging van het ontslag dezelfde dag is teruggegaan naar de opzichter om hem te vermoorden. Bij wijze van vlucht verstopt hij zich in het huis waar Rosa werkzaam is zonder dat iemand daar weet van heeft, ook Rosa niet.


    Hij kende hun gewoontes, hun grillen, hun ademhaling, hij herkende de manier waarop ze een deur open- of dichtdeden, hij wist wie zojuist zijn glas op tafel had gezet… en alles als een blinde, want hij had hen nooit of bijna nooit gezien


    José Maria leeft zijn leven als een schim in het huis van de familie Blinder, permanent in de nabijheid van zijn geliefde. De beschrijving van de onzichtbaarheid en de eenzaamheid maakt de roman tot een beklemmende leeservaring. De aantasting van de mentale gezondheid is helder verwoord. Met extra aandacht volgt hij de handelingen van Rosa. Hij bespioneert haar en voert denkbeeldige gesprekken. Zijn afzijdigheid wordt zwaar op de proef gesteld als hij door het afluisteren van telefoongesprekken Rosa ervan verdenkt een nieuwe minnaar te hebben. De familie Blinder bestaat uit een ouder echtpaar met een volwassen zoon en dochter die het huis uit zijn. De zoon is alcoholist die Rosa tijdens zijn bezoek lastig valt. Opnieuw komt José Maria tot een moord. Later volgt nog een derde afrekening.

    De sterkste delen van het boek bestaan uit de beschrijving van de anonimiteit waartoe José Maria is veroordeeld. Dan gaat het om de sluiproutes waarlangs hij in de nachtelijke uren van de zolder afdaalt naar beneden om eten uit de ijskast te halen en leesvoer uit de bibliotheek. Hij vindt troost bij Niet morgen maar nu van doctor Wayne Dyer, wellicht de populairste leverancier van geluk tot Oprah het pad voor Dr Phil effende. Hij doodt de verveling door met een pennenmesje figuren uit zeep te snijden. Met een rat sluit hij vriendschap. Zo gaat het maanden door. Een feestdag begint met de rat een gelukkig kerstfeest te wensen. Omdat het huis twee telefoonlijnen bezit begint hij zonder zijn verblijfplaats te onthullen telefoongesprekken met Rosa te voeren. Met gedempte stem tegen ontdekking. Het hele boek door hangt er een doemscenario in de lucht. Dit kan niet goed eindigen en dat gebeurt ook niet. De achterflap van de roman veroordeelt de samenleving die op een dergelijk wrede manier met een buitenstaander om gaat. Dat is een al te gemakkelijke steunbetuiging aan de dader. José Maria heeft met voorbedachte rade drie mensen vermoord. De reactie op zijn lot is buiten proportie. Het boek zou meer identificatie met een verborgen bestaan in het huis van een geliefde hebben opgeleverd als de hoofdpersoon misstappen van een geringer kaliber had begaan. De gekozen opzet van de roman maakt een grond voor het onderduiken noodzakelijk maar op dit punt is Sergio Bizzio behoorlijk doorgeschoten. Meeleven met de angst voor ontdekking veronderstelt een sympathiekere dader.