Leesimpressies

  • Siegfried Lenz: Duitse les

  • Nr. 21 - 2011
  • Uitgeverij Van Gennep is in hoog tempo bezig het werk van Siegfried Lenz in Nederland uit te brengen. Binnen een jaar verschenen vier werken van hem. Drie daarvan zijn dunne boekjes maar Duitse les is andere koek. Die titel dateert uit 1968 en bevat dus geen verwijzing naar het laatste optreden van het Nederlands elftal. Lenz is inmiddels 85 jaar maar nog onverminderd actief. Net als generatiegenoot Grass heeft hij de Tweede Wereldoorlog als getuige meegemaakt. In zijn werk heeft dat sporen nagelaten onder meer in Duitse les. De roman vertelt het verhaal van de jonge Siggi Jepsen als hij begin jaren vijftig verblijft in een heropvoedingsgesticht. Hij krijgt tijdens Duitse les de opdracht een opstel te schrijven met als onderwerp ‘de vreugden der plicht’. Siggi levert een leeg vel papier in. Daarop volgt strafwerk. Siggi schrijft als boetedoening, eenmaal in eenzame verbanning op zijn kamer, schriften vol over het thema. Nu lukt het wel. Siggi heeft maanden nodig om verslag te doen over wat het thema de vreugden der plicht bij hem losmaakt. Dat betekent een terugblik op de oorlogsjaren in het noordelijkste puntje van Duitsland, het waddengebied in de nabijheid van de monding van de Elbe.

    Het verhaal van Siggi’s jeugd staat in het teken van de verscheurdheid tussen het gezin waar hij thuis hoort en het gezin waar hij zich thuis voelt. Zijn vader is een autoritaire man en zijn moeder leidt een teruggetrokken bestaan in de slaapkamer. Siggi voelt zich meer op zijn gemak bij de kunstschilder die bij hen in de buurt woont en werkt. Tussen de vader en de schilder, ooit in hun jonge jaren bevriend, vindt een psychologische krachtmeting plaats. Voor Lenz een geliefkoosd onderwerp, zoals hij in de novelle Het Lichtschip laat zien. Daar is sprake van een machtsstrijd tussen de kapitein en zijn bemanning evenals tussen de kapitein en drie aan boord geviste drenkelingen. Zowel zijn vader als de schilder proberen Siggi als bondgenoot aan zich te binden. De worsteling tussen deze loyaliteiten neemt ruim vijfhonderd bladzijden in beslag.


    In drieënveertig, om zo maar eens te beginnen, op een vrijdag in april, ’s morgens of ’s middags, trof mijn vader Jens Ole Jepsen, de veldwachter van Rugbüll, de noordelijkste politiepost van Sleeswijk-Holstein, voorbereidingen om een diensttocht te maken naar Bleekenwarf om de schilder Max Ludwig Nansen, die men bij ons de schilder noemde en nooit anders, een verbod om te schilderen te doen toekomen, dat in Berlijn was uitgevaardigd.


    Vader Jensen is niet alleen de aanzegger van het schilderverbod maar ook belast met de handhaving. De schilder maakt met zijn expressionistische kleuren ontaarde kunst en dat is in die tijd onacceptabel. Vader Jepsen neemt zijn plicht serieus. Hij is de plicht. Zelfs als de schilder lege doeken maakt met onzichtbare schilderijen blijft de veldwachter hem achtervolgen. Siggi brengt een deel van de schilderijen in veiligheid wat later als diefstal betiteld zal worden en resulteert in zijn verblijf in het heropvoedingsgesticht. De confrontatie tussen de karakters vindt plaats met veel aandacht voor de oerkracht van de natuur. Er zijn de slikken en de geulen, de wind en de wolken, de zee en de dijk. Het drama speelt zich af tegen een decor met vele tinten grijs. De schilder ontleent aan die natuur zijn inspiratie. Lenz laat zien tot welke consequenties blind plichtgevoel leidt. Lenz laat zijn personages handelen en geeft weinig inzicht in hun motivatie. Beweegredenen, voor zover bewust aanwezig, zijn af te leiden uit het gedrag. Mensen doen wat ze doen omdat iemand hen dat opdroeg. Het geweten en het verantwoordelijkheidsgevoel staan op een laag pitje. Zo wordt iemand de speelbal van de autoriteiten. Met het gezag lijkt Lenz niet veel op te hebben. Als twee leren jassen de schilder op komen halen voor verhoor, blijven zij zwijgend en anoniem. Siggi wordt in het heropvoedingsgesticht beoordeeld door een leger aan psychologen. Zij doen hun werk door hoogdravende kletskoek af te vuren op het gedrag waar zij zich amper in verdiepen. Dat leidt tot kwalificaties als cognitieve geremdheid, objectieve bewustzijnsdrempel, psychoïd mnemisme en uiteindelijk de Jepsenfobie. Er is zelfs een psycholoog die zijn doctoraalscriptie schrijft over Siggi en dat werk aan hem voor commentaar voorlegt.

    Kort na de oorlog, de tijden zijn gewijzigd, vindt in Hamburg een tentoonstelling plaats met werk van de schilder. Opnieuw blinken de autoriteiten, nu in de vorm van kunstcritici, uit in opgeklopt koeterwaals. De evocatieve kracht van zijn palet is onovertroffen. De lezer krijgt alles gepresenteerd in de vorm van Siggi’s opstel. De terugblik door middel van het opstel en het verblijf in het heropvoedingsgesticht komen elkaar steeds nader. Op het moment dat het opstel klaar is mag Siggi de instelling verlaten. Zijn leven als volwassene kan beginnen. De wereld ligt voor hem open maar hij aarzelt nog welke afslag te nemen.