Leesimpressies

  • Stephan Enter: Pastorale

  • Nr. 9 - 2020
  • Tot mijn favoriete romans uit de Nederlandse literatuur behoort Lichtjaren van Stephan Enter. De schrijver laat daarin op indrukwekkende wijze zien hoe het geluk de hoofdpersoon als zand door de vingers glipt. Onontkoombaar en ongemerkt stuur je het eigen leven in de verkeerde richting. Als je het door hebt, is het te laat. Wie graag in zijn schulp kruipt zal eerder melancholie dan een geslaagde liefde oogsten. Ik heb de roman uit 2004 vaak cadeau gedaan, wel telkens aan iemand anders. Vanaf die leeservaring schaf ik elk nieuw boek van Enter direct na verschijning aan. Daar heeft een mens geen dagtaak aan. In een schrijverschap van twintig jaar zijn tot dusver zes boeken verschenen. Dat betekent gemiddeld eens in de vier jaar een nieuwe publicatie. In zijn laatste roman keert Enter terug naar de plek die hij al eerder gebruikte te weten in de roman Spel uit 2007, het dorp Brevendal. Het dorp kent een kabbelend ritme. De buitenwereld is ver weg. De SRV-wagen komt bij de mensen thuis, de dorpsgek heet nog altijd Jeetje. De nieuwe roman stelt de levens van Oscar en Louise centraal, broer en zus, op de drempel van hun volwassen leven. De twee hebben zeer verschillende karakters maar hebben een sterke onderlinge band.

    Zij heeft een eerste studiejaar achter de rug en brengt de zomervakantie, berooid en wel, in haar geboortedorp door. Hij zit in het voorlaatste jaar van de middelbare school en ziet verlangend uit naar het moment dat hij zijn leven in het suffige plaatsje kan inruilen voor een meer opwindende omgeving. Zij heeft leren drinken, roken en vrijen met een oudere minnaar. Ze is bovendien assertief ongelovig. Met ergernis kijkt ze terug op de godsdienstige onwaarheden die ze in haar jeugd heeft meegekregen. Hij heeft een meer timide karakter met een talent voor schuldgevoel. Oscar en Louise hebben liefhebbende ouders al zijn zij wel een beetje eigenaardig. Vader is na zijn geloofsafval een kluizenaar geworden in zijn eigen kamer omringd door boeken en tijdschriften. Zijn gemoedstoestand valt af te lezen of hij op de piano Bach dan wel Chopin speelt. Moeder dweept met de Heer en zijn kerkelijke vertegenwoordigers. Ze doet aan charitas. Het gezin woont in een vervallen landhuis aan de rand van het dorp dat uitgerust is met een besterfkamer voor het wild en met een hogehoedtafeltje om maar te zwijgen van het handgeschilderde Chinese behangpapier. Het verhaal speelt zich af medio tachtiger jaren van de vorige eeuw. Door het brave Brevendal loopt een strikte scheidslijn. Er is een gereformeerd deel met de gebruikelijke variƫteit aan modaliteiten en daarnaast net als in, een niet willekeurig voorbeeld, Barneveld een hechte Molukse gemeenschap. De twee werelden bezien elkaar met achterdocht.

    Lelijkheid maakt in het dorp de dienst uit: de strakgesnoeide en aangeharkte tuinen waar geen wildbloempje mocht bloeien, de huiskamer waar niets wat ook maar zweemde naar kunstzinnigheid te vinden was want fantasie dat was de grootste vijand van de dorpsbewoner


    De spanningsboog van het verhaal is te vinden in de omstandigheid dat Oscar en Louise buiten hun comfortzone treden. Oscar komt over de vloer bij een Molukse familie, omdat hij klasgenoot en pestkop Jonkie Matupessy, die door een ongeluk niet naar school kan, huiswerk gaat brengen. Dat levert de kennismaking met een andere wereld op. Hij wordt verliefd op de dochter van het gezin. De vader steekt een tirade af over de schandelijke behandeling van de Molukse gemeenschap. Zij hebben bijgedragen aan de rijkdom van de Hollanders en kregen als dank een onderkomen in barakken. De vader stelt vast dat er nog nooit een Hollander bij hen thuis geweest is en dat nooit iemand gevraagd heeft of het hen wel bevalt in Nederland. Op de achtergrond wappert de vlag van de RMS.
    Louise sluit vriendschap met de zoon van de nieuwe dominee en neemt zelfs zijn rol over als voorganger in de kindernevendienst. Daar valt zij de kinderen lastig met haar afwijkende geloofsopvattingen wat tot ernstige commotie bij de ouders leidt. Er dreigt reputatieschade in de eerste plaats voor Louise maar ook voor de nieuwe dominee.
    De confrontatie met een andere belevingswereld en de consequenties daarvan op de vorming van Oscar en Louise vormen de motor van het boek. Zoals altijd bij Enter lijden de personages aan een sterke observatiedwang. De schrijver is zeer ruimhartig met het vermelden van zintuiglijke indrukken. Er is de geur van een pan brandende bramenjam, er zijn kwakende eenden en zwierende zwaluwen. De natuur doet volop mee in het verhaal. Al die gegevens zijn bouwstenen voor een gefundeerde sfeertekening maar vertragen tegelijkertijd de voortgang van het verhaal.
    De verwarring waaraan Louise en Oscar ten prooi vallen komt goed uit de verf. Helaas hebben de meeste volwassenen nogal wat karikaturale trekjes meegekregen. Dat geldt voor de ouders van Louise en Oscar, voor de Molukse ouders en helemaal voor de ouderling die permanent chocola nuttigt en een borrel drinkt. De laatste is een overbodige schakel in de roman. Hij is de mus die maar niet van het dak wil vallen. Het mededogen van Enter gaat slechts uit naar de jongere generatie. Daarom leent Pastorale zich minder als cadeauartikel dan Lichtjaren. Er blijft echter genoeg te genieten over.
    middelr@xs4all.nl