Leesimpressies

  • Stephen King: 22-11-1963

  • Nr. 13 - 2012
  • De plek waar ik het nieuws van de moord op John F Kennedy vernam, staat me nog helder voor de geest. Het was een schoolfeest op een vrijdagavond. Ik bevond me midden in een strategische beweging tussen garderobe en aula. De boodschapper was een jongen die een klas hoger zat. Dus het moest wel waar zijn. Kennedy belichaamde hoop. Hij doorbrak het bestaande beeld van de politiek. In Nederland had je vadertje Drees. In China was er Mao in zijn malle pakje. Frankrijk moest het doen met een generaal bij wie het onvoorstelbaar was dat hij in een tank zou passen. Verder had je nog dat verkalkte gezelschap in het Kremlin. Politiek had veel weg van geriatrische bezigheidstherapie. Kennedy zou de wereld veranderen. Wat een vooruitzicht om daar deel van uit te maken. Een gewone vent getrouwd met een vrouw die aan een filmster deed denken. Ik was net dertien geworden en wist plotseling niet hoe het verder moest met de wereld. Dat gevoel is nooit meer helemaal verdwenen. Stephen King, meester van de horror, heeft zijn fascinatie met de moord op Kennedy omgezet in een vuistdikke roman met de datum van het onheil als titel.

    De bijzondere draai die King aan zijn verhaal heeft gegeven is die van een reis door de tijd. De hoofdpersoon, Jake Epping, is in de huidige tijd werkzaam als leraar Engels. Door toevallige omstandigheden komt hij in de positie om terug te keren naar het verleden. Op de laatste schooldag voor de vakantie krijgt hij een dringend telefoontje van de uitbater van een sjofele hamburgertent waar Jake graag een maaltijd nuttigt. Daar gaat zijn plan om thuis lekker de nieuwste roman van John Irving te lezen. De uitbater heeft een terminale ziekte onder de leden en wil met de eindstreep in zicht Jake deelgenoot maken van zijn geheim. Aan het eind van de keuken in de hamburgertent bevindt zich een deur. Daarachter ga je een trap af naar beneden en dan kom je uit in een andere wereld. Daar is het twee minuten voor twaalf op de ochtend van 9 september 1958. De uitbater van de hamburgertent maakte langs de deur van de bijkeuken regelmatig een tijdreis om het goedkope vlees uit 1958 in te slaan. Je kunt steeds weer terug uit 1958 naar het heden. Hoe lang je daar ook doorbrengt in de actualiteit van het nu zijn er telkens slechts twee minuten verstreken. Ook had hij zich voorgenomen de aanslag op Kennedy te verijdelen. Door zijn ziekte kan hij dat voornemen niet realiseren. Hij vraagt Jake de opdracht van hem over te nemen.

    Dit was een avond in een klein stadje, een van die plaatsen die ergens aan een weg liggen en waar niemand iets om geeft, behalve de mensen die er wonen


    Een reis naar een andere tijd is een fantasievol gegeven dat je als onrealistisch ter zijde kunt schuiven. Dit gegeven in de handen van Stephen King maakt de kans groot dat de lezer zich gewonnen geeft aan de verbeelding en zich laat meeslepen in het verhaal. Dat was in ieder geval mijn ervaring. Het vakmanschap van King zorgde voor een onvoorwaardelijke overgave. Overtuigend weet de schrijver het verleden op te roepen met films en liedjes uit die tijd en de oprechte smaak van frisdrank zonder conserveringsmiddelen. Overal is sigarettenrook en in de auto bevindt zich de versnelling aan de stuurkolom. Aanstekelijk is het portret van het plaatsje Jodie in Texas waarin Jake zich onderdompelt voor zijn naspeuringen naar Lee Harvey Oswald. In dat stadje uit duizenden vindt hij de liefde van zijn leven. Wat een verschil met zijn actuele leven in de 21e eeuw waar Jake’s huwelijk op de klippen is gelopen vanwege het alcoholisme van zijn vrouw.
    Alvorens zich te storten op de moordenaar van Kennedy heeft Jake eerst een andere klus te klaren. Als leraar was hij ooit onder de indruk geraakt van het aangrijpende opstel van een volwassen manke leerling. Die handicap was het overblijfsel van de moordaanslag van de vader van die jongen op het eigen gezin. Jake gaat eerst die moordaanslag voorkomen. Die ingreep is een vondst van Stephen King. Zo raakt de lezer ingewijd in de perikelen van het reizen in de tijd. Het verleden blijkt taai en laat zich niet zo maar veranderen. De eerste poging van Jake mislukt. Hij keert terug naar het heden maar besluit een nieuwe poging te wagen. Kenmerkend voor de afdaling naar 1958 is dat bij elk bezoek een volledige reset heeft plaatsgevonden. Alle interventies van het vorige bezoek zijn ongedaan gemaakt en dienen desgewenst opnieuw gerealiseerd te worden. Dat zorgt voor ethische implicaties. Is het wenselijk om een jong iemand die in de originele versie van de geschiedenis als manke schoonmaker zijn pensioen zal halen heelhuids uit een familiedrama te redden als dat tot consequentie heeft dat hij als gezonde jongen enkele jaren later het leven zal laten in Vietnam? Wat is het lot van de wereld als Kennedy gered wordt? En gered voor hoe lang? King speelt op een virtuoze manier met de dilemma’s die een reis door de tijd te weeg brengt. Vernuftig weet hij diverse mogelijkheden te verkennen. Zo ontbreekt het Jake in 1958 niet aan geld door verschillende bezoeken aan bookmakers. Met zijn voorkennis weet hij immers wie in het verleden de Kentucky Derby zal winnen of de World Series. Vanaf 1958 tot 1963 heeft Jake de tijd om de activiteiten van Oswald gade te slaan. Hij wordt zelfs zijn buurman. Dat brengt Jake tot de conclusie, die hij deelt met Stephen King, dat Oswald alleen handelde. De complottheorieën zijn vooral fabeltjes. Mensen geloven graag in illusies. De werkelijkheid is in de regel simpel en knullig.
    King heeft met 22-11-1963 misschien wel het beste werk uit zijn oeuvre geschreven, een pageturner van bijna 900 bladzijden. Op deze plek wil ik wel memoreren dat ik in mijn stuk over het boek van Jimmy Breslin bij de opsomming van beste non fictie boeken over honkbal ten onrechte Faithful heb weggelaten. Dat had ik Stephen King en Stewart O’Nan niet mogen aandoen, waarvoor excuses.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: