Leesimpressies

  • Steven Levitt en Stephen Dubner: Superfreakonomics

  • Nr. 38 - 2010
  • Bij elk verblijf in Amerika valt op hoe weinig buitenland daar bestaat. Na enig speuren vond ik een foto in de krant van een partijcongres in Noord-Korea. Stijfjes zat daar de beoogde opvolger van de dictator, een zoon naar leeftijd gemeten jong. Het was ingetogener dan het CDA congres in Arnhem. De Chicago Tribune gaf als reactie dat de troonpretendent een lage wow factor bezat. Een milde uitdrukking. Overal waar je binnen stapt, staat de televisie op ESPN, de sportzender. In deze tijd van het jaar praten drie mannen in pak 24 uur per dag over touchdowns. Op de lokale zender vindt verdieping plaats zeker na de overwinning van de Chicago Bears tegen rivaal Green Bay Packers uit het aangrenzende Wisconsin. Na enkele dagen kreeg ik door dat ze de drie mannen regelmatig verversen. Allemaal kunnen ze even snel praten als grijnzen. Het is moeilijk de associatie met stofzuigerverkopers te vermijden. Chicago is een sportstad. Jarenlang domineerden de Bulls het basketbal, de Blackhawks zijn titelhouder in ijshockey en een paar jaar terug wonnen de White Sox de World Series. Chicago is ook in de economie jarenlang een toonaangevende stad geweest met Milton Friedman en zijn discipelen als de grondleggers van het neo-liberalisme.

    In de economie bood de Chicago School het fundament waarop de graaicultuur in het bedrijfsleven kon gedijen. In het publieke domein volgden mensen als Alan Greenspan en Nout Wellink blindelings. Het egocentrisch materialisme kreeg van wetenschappers een zondags jasje ter legitimering. Het neoliberalisme is een visie die zich vooral richt op de macro-economie. Het economisch primaat is eveneens toepasbaar op het terrein van de micro-economie. Dat gebeurt in het boek Superfreakonomics van Steven Levitt en Stephen Dubner. Eerder tekenden zij voor de bestseller Freakonomics. Levitt is econonoom en Dubner journalist. Superfreakonomics ligt in grote stapels in de boekwinkel zowel in Nederland als in Amerika. Het is een boek dat gemengde gevoelens oproept.


    De waarschijnlijkheid dat een gemiddelde Amerikaan in een willekeurig jaar om het leven komt door een terroristische aanslag is ongeveer 1 op de 5 miljoen; er is 575 keer zoveel kans dat hij zelfmoord pleegt


    Wat aanspreekt is de nuchtere kijk op de werkelijkheid. De auteurs hebben geen vooropgezet positief of negatief mensbeeld. Zij kijken naar de feiten. Mensen reageren op prikkels en doen dat in overeenstemming met hun eigen logica. Veel overheidsmaatregelen vertrekken met goede bedoelingen maar houden onvoldoende rekening met de werkelijkheid. Beleid krijgt daardoor effecten die nooit beoogd zijn. De drugsproblematiek geeft een mooi voorbeeld. Overheidsbeleid richt zich op het aanpakken van de leverancier, niet van de gebruiker. Als het aanbod in het gedrang komt, zal de prijs stijgen. Daardoor worden nieuwe toetreders aangemoedigd de markt te betreden. Het grote geld lonkt. Het milieu is in de ogen van de auteurs eveneens een terrein waar het wensdenken een effectieve aanpak belemmert. Kijk naar hoe de werkelijkheid in elkaar zit en niet naar hoe je wilt dat die in elkaar zit. Op dat punt wordt de schaduwzijde van het boek manifest.

    De auteurs oefenen vaak kritiek uit op overheidshandelen. Ideologie beneemt het zicht op de werkelijkheid. Dat verwijt is deels onterecht want het miskent de rol van de politiek. Overheidshandelen is gericht op het realiseren van maatschappelijke doelen. De keuze van die doelen, de inrichting van de samenleving, is geen domein voor economen. De politiek, gesteund door burgers, geeft de richting aan. Vervolgens zullen de beleidsmaatregelen het bereiken van die doelen dienen te realiseren. Op die maatregelen kun je de economische aanpak loslaten. Doen die maatregelen wat ze pretenderen te doen? De keuze van de doelen behoort tot een andere dimensie. Levitt en Dubner geven talloze voorbeelden van onbedoelde gevolgen soms overtuigend maar niet altijd. Een pregnant voorbeeld van een feitelijke situatie luidt dat een straatprostituee in Chicago meer kans heeft om seks te hebben met een agent dan om door hem gearresteerd te worden. De auteurs putten uit overbekende casuïstiek. Het oude verhaal, hoe Semmelweis in Wenen het geheim van de fatale kraamvrouwenkoorts wist te ontrafelen en via het wassen van handen een werkzame oplossing bood, krijgt uitvoerige behandeling. De genezing van polio komt eveneens aan bod. Zo zijn er meer oude prakjes die opnieuw opgediend worden. Daar komt bij dat het boek is geschreven op een jolige toon. De auteurs zetten de lezer graag op het verkeerde been. Zij presenteren hun gegevens op een manier die een foute associatie aannemelijk maakt om vervolgens als practical jokers de ware toedracht te onthullen. Storend is het grote aantal personen dat, opgevoerd als bovenmatig intelligent, druk in de weer is met de definitieve oplossing van het milieuprobleem. Voorbarige successtories. Hier verdringt wishful thinking de zo gepropageerde feitelijke benadering. Het is een Amerikaanse aanpak gericht op imponeren. Misschien is het juister om in plaats van practical jokers te spreken over standwerkers met een geheel vernieuwde stofzuiger. Alsof economie ook een Amerikaanse profsport is. Voor mij is een volgend Megasuperfreakonomics niet nodig.