Leesimpressies

  • Svetlana Alexijevitsj: Het einde van de rode mens

  • Nr. 40 - 2015
  • Het was voor mij een verrassing toen de naam van Svetlana Alexijevitsj naar buiten kwam als winnares van de Nobelprijs voor literatuur en niet alleen omdat ik al mijn geld had gezet op Ngugi wa Thiong’O. Nooit had ik iets van haar gelezen al kende ik haar van naam en was bekend dat zij boeken had geschreven over het Russische fiasco in Afghanistan en de Tsjernobylramp, geen onderwerpen voor een gezellige winteravond. Mijn verbazing gold het feit dat zij nooit een roman heeft geschreven, toch de eredivisie in de literaire competitie. Bovendien is zij iemand die vrijwillig heeft gekozen terug te keren naar Minsk om aldaar te wonen in de hoofdstad van Wit-Rusland. Zij leeft onder president Loekasjenko samen met burgemeester Lippens van Knokke de laatste dictator van Europa al denkt de Belgische patriarch dat hem die titel in zijn eentje toebehoort. En dan ziet zij er ook nog eens uit als een trambestuurder uit het Sovjettijdperk ingeroosterd op een lijn die smeekt om opheffing. Natuurlijk is het niet fair het uiterlijk mee te laten spelen. Dat zou de deur open zetten om de hele lijst met laureaten nog een s flink op de grondvesten te laten schudden. Laat het werk van Svetlana Alexijevitsj centraal staan.

    Aleksijevitsj laat in haar boek tientallen ooggetuigen aan het woord allemaal representanten van de homo sovieticus waar zij zichzelf ook toerekent. Het omslag laat een adembenende foto zien van een vasthoudende gelovige. Eenzaam met vlag. Zij heeft haar verslag gegroepeerd naar twee periodes. Het eerste deel behandelt interviews uit 1991 tot 2001. het laatste deel betreft 2002 tot 2012. De geschiedenisboeken stoelen op feiten en analyses. Bij Alexijevitsj komen vooral de bijbehorende emoties aan bod wat zeker een toegevoegde waarde behelst. Nauwelijks onderbroken door vragen of tegenwerpingen is het woord aan de gesprekspartners. Het boek is daardoor een soort vagina monologen geworden maar dan over het verdwijnen van een hamer en een sikkel. Mensen vertellen over het leven tijdens het communisme en over de periode daarna. Een wereldmacht stort in en de idealen worden verkwanseld voor spijkerbroeken en kauwgum. Hoewel er een beeld naar voren komt over de vele gebreken van de Sovjet-Unie is er desondanks veel heimee. Je leeft misschien in een kloterig tweekamer-Chroesjtsjovflatje maar je hoorde ergens bij. De populariteit van Gorbatsjov in het Westen steekt scherp af tegen de kritiek die hij oogst in eigen land. Gorbatsjov was een kletsmajoor en Jeltsin een zuiplap, zo is de dominante opinie. Idealen zijn ingeruild voor kapitalisme. Vroeger wilde een Rus niet rijk worden. Hij wilde vooral dat een ander niet rijk werd.

    Velen waren niet tevreden met Gorbatsjovs perestrojka, zijn geklets, zijn zwakheid, zijn unilaterale concessies in de Sovjet-Amerikaanse ontwapeningsonderhandelingen en de verslechterende economische toestand van het land


    Wat het lezen van de impressies duidelijk maakt is de verwevenheid van geweld met het dagelijks leven. Mensen worden opgepakt, gemarteld of zo maar gedood. Tegelijkertijd is er de trots op het eigen land. De machtige Sovjet-Unie heeft de Nazi’s verslagen en later met de ruimtevlucht van Gagarin bovendien de Amerikanen. Militarisme is een bron van macht en deel van de identiteit dat begint af te bladderen na de inval in Afghanistan. Dat gaan de klassieke pijlers in het zelfbewustzijn scheuren vertonen. En er was de trots op de cultuur. Russen lezen Achmatova, Dostojevski en Tolstoj, houden van muziek en van worst. Dat is een wereld waar je bij wilt horen. Dan neem je veel op de koop toe. Of zoals een grootvader van een geïnterviewde het uitdrukte: ‘Vroeger leefden we klote, daarna leefden we kut.’ Toen de Sovjet-Unie uiteen viel in vele republieken verdween de saamhorigheid. De eenheid gaat verloren als Georgiërs strijden met Abchazen als Russen Tsjetsjenië binnen vallen, als Armenië en Azerbeidzjan strijden om Nagorno-Karabach en als Tadzjieken in Moskou gediscrimineerd worden. Het gebied rond de Kaukasus wordt een groot kruitvat. Er komen in het boek mensen aan het woord wier levens door deze conflicten zijn verscheurd. Geen afstandelijke berichten in de media maar zelf ervaren pijn. Communisme is in theorie een mooi idee maar in de praktijk werkt het slecht. Daarin lijkt het, zo zegt iemand, op de drooglegging. Dat is een realistische vergelijking. De homo sovieticus heeft een gen voor wodka, niet voor democratie.
    Ooit verdween in een mum van tijd het tsarisme. Het communisme vormde 70 jaar het officiële model. In Rusland kan alles in vijf jaar totaal veranderen maar blijft over een periode van 200 jaar alles bij het oude.
    De kracht van Alexijevitsj is dat zij bijna 500 bladzijden een kijkje biedt in de ziel van een volk. Toch roept het boek ook vraagtekens op. Op grond waarvan heeft zij haar gesprekspartners geselecteerd. Velen komen aan het woord maar op het gigantische bevolkingsaantal blijft het om een minuscuul aantal gaan. Veel gesprekspartners vervulden als partijlid of militair een actieve rol binnen het systeem. Wat zou de teneur geweest zijn als vooral mensen aan het woord waren gekomen die zich afzijdig hielden van de officiële leer? Het antwoord op de vraag blijft ongewis. Misschien kan Alexijevitsj daarin via een volgend boek nog eens de weg wijzen.