Leesimpressies

  • Teju Cole: Open city

  • Nr. 24 - 2012
  • Volgens de cover van mijn exemplaar is Open city een post-melting-pot novel. Je leest bij toeval een boek en stapt ongemerkt een nieuw genre binnen. Wat zou het zijn een post-melting-pot novel? En wat komt daarna? Zou er in de toekomst, uitgaande van voortschrijdende globalisering, alleen nog maar plek zijn voor post-melting-pot novels? De marketingafdelingen bij uitgevers staan voor enorme uitdagingen. Mijn beperkte ervaring met de post-melting-pot novel leert dat het in eerste instantie om een toegankelijk genre gaat. De raadselachtigheid openbaart zich slechts geleidelijk. Alles is kraakhelder maar aan het eind blijft de verbazing over. Wat wil de auteur zeggen met deze plotloze aaneenschakeling van voorvallen? Wat beweegt de hoofdpersoon en waartoe leiden zijn intelligente observaties? De roman loopt over van verstand maar is arm aan gevoel. De hoofdpersoon etaleert een brede belangstelling zonder ooit persoonlijk te worden.

    De lezer ontmoet Julius. Hij is begin dertig en enig kind van een Duitse moeder en een inmiddels overleden Nigeriaanse vader. Julius is arts in New York en in opleiding tot psychiater. Als tegenwicht voor zijn werk begint hij, zonder doel, wandelingen door Manhattan te maken. Ongeveer in dezelfde tijd begint hij de vliegbewegingen van zwermen vogels te bestuderen. New York heeft meer natuur te bieden dan je op het eerste gezicht zou denken. Morningside Park, gelegen naast de Columbia universiteit, vormt zijn uitvalsbasis. Hij doorkruist op zijn wandelingen heel Manhattan. Anders dan de hoofdpersoon uit City of glass van Paul Auster kennen de voettochten een willekeurig patroon. Bij Auster hebben de routes betekenis. Van bovenaf gezien maken de straten deel uit van een configuratie die om ontsluiering vragen. Julius volgt een impuls van het moment. Zijn gewaarwordingen onderweg beslaan het grootste deel van de roman. Het vak psychiatrie doet een beroep op zijn energie zonder veel hartstocht los te maken. Het is een terrein dat duisternis exploreert. De voorvallen onderweg nemen hem meer in beslag. Werken vraagt om discipline. Wandelen is het domein van de vrijheid.

    I have felt that most of the work of psychiatrists in particular and mental health professionals in general was a blind spot so broad that it had taken over most of the eye


    Julius is een groot cultuurliefhebber. Hij overpeinst de boeken die hij leest, loopt binnen bij tentoonstellingen en bezoekt een concert. Tussendoor zijn er terloopse ontmoetingen. Cole schrijft op een aanstekelijke manier over de verlokkingen van een wereldstad. We vergezellen hem op regelmatige bezoekjes bij professor Saito, zijn oude literatuurprofessor van diep in de tachtig, die met behulp van zijn huishoudster Mary graag de rol van gastheer op zich neemt. Aan het eind van het jaar neemt Julius een langere vakantie op die hij doorbrengt in Brussel, de stad waar zijn grootmoeder een tijd verbleef. Ook daar zijn er vluchtige ontmoetingen met mensen die zijn pad kruisen. De impressies van Julius verraden een brede belangstelling en animo voor het leven.
    In de tweede helft kantelt het boek. De ontspannen sfeer maakt plaats voor grimmigheid. Julius wordt steeds ongrijpbaarder. Waar leiden al die verstandige beschouwingen toe? Julius registreert als een camera de indrukken van de metropool. Auteur Cole is fotograaf van beroep. Alles wat hij meemaakt, lijkt hem nauwelijks te raken. Van zijn persoonlijke geschiedenis vernemen we flarden maar wat dat met hem doet blijft onduidelijk. De grote stad heeft ook een andere kant. Op een avond wordt Julius op straat in elkaar geslagen. Dat resulteert als gebruikelijk in een bordje bij de lift met de mededeling dat ‘the suspects were male, black and young of average heigth and weight’. Op meer plekken in het boek is huidskleur een issue. Zo realiseert Julius zich in Harlem dat het straatbeeld volledig uit zwarten bestaat en in Carnegie Hall bij een concert van Mahler dat hij de enige met een donkere huidskleur is. Veelkleurigheid hoort bij de grote stad merkt hij ook in Brussel al verklaart zijn radicale contactpersoon daar dat het vooral om de verschillen tussen mensen gaat. Aan het eind van de roman bezoekt Julius een feest in New York. In de brakke blessuretijd beschuldigt de zus van zijn Nigeriaanse gastheer Julius van aanranding lang geleden in Nigeria. Julius laat dit over zich heen komen maar neemt geen stelling. Bij zo’n aantijging liggen twee opties voor de hand. Je weerspreekt de beschuldiging als je die van elke grond ontbloot acht of je maakt schuldbewust excuses. Bij Julius maakt dit ernstige feit geen enkele reactie los. Het is alsof zijn binnenwereld volledig verdoofd is. De lezer is op de hoogte dat zijn vriendin Nadege de relatie met Julius onlangs heeft beëindigd en naar een ander deel van Amerika is vertrokken. Hij denkt zo nu en dan aan haar maar over de bijbehorende gemoedstoestand blijven we in het ongewisse. Julius is vervreemd van zijn moeder maar is dol op de moeder van zijn moeder, zijn oma. Niets komen we over die achtergrond te weten. Als de gewaardeerde professor Saito komt te overlijden wordt Julius hier niet over geïnformeerd. Hij heeft zelfs moeite om bij een toevallige ontmoeting zijn trouw hulp Mary te herkennen. De indruk dringt zich op dat de eloquente Julius als een zombie door het leven heen laveert. Cole heeft met Open city een eerste roman geschreven die intrigeert maar ook verwarring sticht. Misschien biedt de les van professor Saito uitkomst. Bij een roman gaat het vooral om wat er is weggelaten.