Leesimpressies

  • Thomas Mann: Dagboeken 1918-1933

  • Nr. 44 - 2010
  • Ongeveer veertig jaar heb ik belangstelling voor de Nederlandse literatuur en al die tijd fungeerde Harry Mulisch als boegbeeld. Hij deed dat met een voor ons land ongebruikelijke grandeur. Kranten, weekbladen en publieke omroep lieten zich bij zijn overlijden van hun beste kant zien. Werk en persoon kregen het volle pond. Typerende uitspraken kwamen opnieuw in het licht van de schijnwerpers. Het lag voor de hand bij deze gelegenheid een werk van Mulisch te herlezen. Toch kwam het daar niet van. Mulisch ligt zo vers in het geheugen dat voor herlezen de tijd niet rijp is. Als eerbetoon kwamen zijn voorouders eerder in aanmerking: grootvader Goethe of vader Thomas Mann. Van de laatste had ik recent een werk aangeschaft waar een lange zoektocht aan vooraf ging. Van Thomas Mann zijn in de serie Privédomein drie delen met dagboeken verschenen. De eerste ontbrak in mijn verzameling en dook antiquarisch zelden op. Uitgeverij Arbeiderspers stelt echter enkele, niet meer leverbare, delen Privédomein beschikbaar via printing on demand. Voor minder dan 25 euro kun je Dagboeken 1918-1939 aanschaffen en met een levertijd van ongeveer een week ontvang je een speciaal voor jou gedrukt exemplaar. Net zo echt als de oorspronkelijke editie. Wat zal het leven prachtig zijn als elk boek op elk gewenst moment verkrijgbaar is. Vooruitgang bestaat.

    De onderwerpen uit de dagboeken van Thomas Mann zijn te rubriceren naar drie thema’s. Er is het persoonlijk leven, het literaire bestaan en de politiek. Soms mengen die werelden. De Nederlandse versie vormt een selectie uit het origineel. In het Duits beslaat de periode 1918 tot en met 1939 vier banden. Er ontbreken in die periode elf jaren. Mann heeft zelf besloten dat materiaal te vernietigen. De eerste periode is een politiek onzekere. Duitsland heeft de oorlog verloren en een smadelijk vredesakkoord is het resultaat. Het land is onrustig en op veel plaatsen steekt geweld de kop op. Mann heeft uitgesproken opvattingen en roert zich in het publieke debat. Hij is kritisch over het socialisme, het communisme en ook over de democratie. Dat laatste verbaast misschien maar hij huivert voor de heerschappij van het gepeupel. De omstandigheden vragen om een kritische blik zoals uit de titel Betrachtungen eines unpolitischen naar voren komt. In de jaren dertig verandert de situatie. Hitler is aan de macht. Niet alleen houdt Mann zich met de politiek bezig maar de politiek ook met hem. Hij neemt de wijk naar het buitenland. Op zijn geld en bezittingen wordt beslag gelegd. Zijn dagboeken belanden op het politiebureau. Een eredoctoraat aan de universiteit van Bonn en zijn paspoort worden hem ontnomen. Ausgebürgert heet dat. Net als Einstein. Mann wordt (sociaal)democraat. Voor zijn afkeer van het nazisme vindt hij steeds nieuwe woorden. Beschimpen kan hij in vele toonaarden.


    Nieuwjaar 1937: God moge ons verduisterd en misbruikte land helpen en het leren vrede te sluiten met de wereld en zichzelf


    In het persoonlijk leven springen de lichamelijke en geestelijke ongemakken in het oog. Grote schrijvers blijft klein leed niet bespaard. Met de zorgzame echtgenote K. en de zes kinderen zijn er naast vreugdes ook beproevingen. “Hernieuwd ongenoegen met K. aan het ontbijt vanwege te groot boterverbruik.” Met broer Heinrich is de verhouding moeizaam. Later wordt dat met hem en zijn vriendin, gekwalificeerd als onnozel en ordinair, beter. Voor het eten is er een glaasje vermout, erna couranten. Na zijn emigratie uit Duitsland zien we een reizend bestaan. Er zijn veelvuldig trips naar Amerika waar eredoctoraten aan Harvard en Princeton de Universiteit Bonn doen vergeten. Mann is een onvermoeibare pleitbezorger van humanisme en cultuur. Internationale erkenning doet hem goed, werkt door op de gezondheid.

    In literair opzicht heeft het dagboek veel te bieden. Mann staat bekend om zijn stilistische kwaliteiten maar dat is niet aan de dagboeken te danken. Hij beschouwde het werken aan het dagboek als een lichte bezigheid anders gezegd als het maken van aantekeningen. De stijl is derhalve erg staccato. Aan het eind van de Nederlandse vertaling zijn twee langere stukken opgenomen bedoeld voor publicatie. Daar voelt de lezer onmiddellijk dat hij qua formulering de hogeschool binnen stapt: welsprekend en scherpzinnig. Interessant zijn de dagboeken voor het inzicht dat zij bieden in het werk van de schrijver en lezer. Mann vraagt zich nadrukkelijk af hoe de personages die hij onder handen heeft verder gestalte dienen te krijgen. Er valt het nodige te lezen over de ontstaansgeschiedenis van De toverberg, Lotte in Weimar en de Joseph-tetralogie. Mann blijkt zelf een hartstochtelijk lezer te zijn. Zonder kinnesinne of jalousie de metier kan hij genieten van het werk van anderen. Hij bewondert onder anderen Kafka, Proust, Dostojevski en Tolstoj. Nederland komt in verschillende opzichten aan bod. Mann heeft contacten met zijn Nederlandse uitgever en in de zomer van 1939 verblijft hij een poosje in Hotel Huis ter Duin in Noordwijk. Mulisch komt in dit dagboek niet voor net zo min als in de latere delen. Mann heeft ongetwijfeld zijn redenen gehad om de eerste werken van Mulisch in stilte te bewonderen.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: