Leesimpressies

  • Thomas Rosenboom: De grote ronde

  • Nr. 36 - 2020
  • In 2012 verscheen er voor het laatst een roman van Thomas Rosenboom. De titel luidde De rode loper. Voor de liefhebbers was duidelijk dat dit boek niet het niveau aantikte van zijn beste werk. Voor mij behoort Publieke werken in de Nederlandse literatuur onbetwist tot het linkerrijtje van de eredivisie. Rosenboom is van 1956 wat naar leeftijd bezien de belofte van nog enkele mooie boeken open laat. Die lijken er niet te komen. Renteniert Rosenboom, een onwaarschijnlijke hypothese gezien de economische laagconjunctuur van de letteren, of heeft hij zich na omscholing een plek op de arbeidsmarkt verworven? Treedt er een rijke weduwe als maecenas op? Het antwoord op de vraag naar de actuele broodwinning blijft in duister gehuld. Wel weten we dat Rosenboom wandelt. In een dun, zojuist gepubliceerd, boekje wordt duidelijk dat de schrijver dagelijks een paar uur wandelt in zijn woonplaats Amsterdam. De eigen woning in de rosse buurt fungeert als start en finish. Uitgeverij Van Oorschot heeft tegelijkertijd nog drie auteurs op de markt gebracht met een wandelboek. De term reeks valt niet te vermijden. Natuurlijk heeft de reeks met Terloops een merknaam meegekregen. Is De grote ronde een passende finale van een bijzonder en oorspronkelijk schrijverschap?

    Laten we er geen doekjes om winden. Thomas Rosenboom is geen avonturier. Dag in dag uit, jaar in jaar uit, dagelijks loopt hij hetzelfde parcours. Een plattegrond van eigen makelij is bijgesloten. Simpel gezegd begeeft hij zich in noordelijke richting tot het IJ, gaat vervolgens linksaf richting de achterkant van het station om nadien af te dalen via de Prinsengracht richting de Amstel. De weidsheid van IJ en Amstel zorgt voor ruim perspectief. Het water laat de geest waaien. De oorsprong van het wandelen staat in het teken van het schrijverschap. Een zittend leven thuis is gebaat bij voldoende lichaamsbeweging. Wandelen is het contragewicht voor het schrijven. Bovendien kan wandelen voor nieuwe inspiratie zorgen. De tocht komt niet voor niks langs het Victoria Hotel dat zo’n belangrijke rol vervult in Publieke werken. Strategisch is verder dat de wandeling langs enkele vermaarde horecagelegenheden voert waar de literaire wereld graag vertoeft op momenten dat zich geen meesterwerk aandient. Vroeger dronk Rosenboom graag een glaasje mee. De Doffer, De Pels en De Zwart kunnen je lelijk van je werk houden.

    Al bewegend kreeg ik veel makkelijker en meer ideeën dan gezeten aan mijn bureau, en zo vond ik onder het lopen nu eens een soepele overgang tussen de scènes, dan weer een betere volgorde en soms ook, behalve losse zinnen, hele verhaallijnen of romanonderwerpen


    Rosenboom benadrukt dat wandelen, anders dan lopen, een doelloze bezigheid is. Je bent immers niet op weg naar een afspraak, winkel of theatervoorstelling. De zin zit in het vrijblijvende. Dat werkt door in de omstandigheid dat een wandeling wel vragen oproept maar dat antwoorden daarbij overbodig zijn. Je zou thuis makkelijk kunnen achterhalen wat je onderweg dwars zat maar waarom zou je. Rosenboom etaleert zichzelf als weinig ambitieus al schiet hij soms vol elan in zijn hoedanigheid van vogelaar. Dan raakt zijn opmerkingsgave in vorm. Hij wijst erop dat de grachten voor zwanen ongeschikt zijn om van zwemmen in vliegen over te gaan. De afstanden tussen de bruggen zijn te krap om voldoende hoogte te maken. Of hij legt het verschil tussen een boomklever, kan omhoog en omlaag, en een boomkruiper uit, eenrichtingsverkeer omhoog.
    Een boeiend werk in het oeuvre van Rosenboom is Aanvallend spel waarin hij zijn visie op het schrijven geeft. In De grote ronde zondigt hij ten opzichte van een basaal beginsel. Literatuur behoeft een strevend personage. De wandelaar wil zo weinig mogelijk. Als lezer is de conclusie onontkoombaar dat Rosenboom er goed aan zou doen te stoppen met deze wandeling. Ten eerste is het niet goed voor zijn zelfbeeld. Hij etaleert zijn ondankbaarheid jegens mensen die betekenisvol voor hem zijn geweest zoals zijn ouders en zijn docenten Nederlands uit de studieperiode. Het heeft lang geduurd voordat hij doorkreeg dat zijn ouders niet voor hun eigen plezier maar voor het zijne een bezoek brachten aan de dierentuin of de kermis.
    Ten tweede ergert hij zich dagelijks opnieuw aan enkele figuranten op zijn route. Denk aan de man die exhibitionistisch in zijn blote bast een boek leest, leest hij trouwens wel want hij slaat nooit een bladzij om, of aan de vrouw die bellen blaast op de Dam of de vrouw die haar poes uitlaat aan een halsband.
    Ten derde bestrijkt Rosenboom nogal wat toeristische attracties en voor je het weet ligt zijn wandelboek bij de VVV om het legioen rolkoffertjes van een nieuwe tijdsbesteding te voorzien. Genoeg is genoeg.
    Ten vierde terug naar de basis. Ooit begon Rosenboom met wandelen om daarna des te beter als schrijver aan het werk te kunnen. Die succesformule werkt al acht jaar niet meer. Stoppen is de remedie. Wie weet daagt er dan op een dag weer een mooie roman.
    middelr@xs4all.nl