Leesimpressies

  • Thomas Verbogt: Wat is precies de bedoeling?

  • Nr. 1 - 2014
  • Jarenlang wist ik van het bestaan van de schrijver Thomas Verbogt zonder iets van hem gelezen te hebben. Voor die omissie was geen reden. Het idee dat hij er was, volstond. Het enige dat opborrelde was een vage associatie met Nijmegen maar niet in verontrustende mate. Tot ik op een dag bij Jan de Slegte, die toen nog niet de artiestennaam Polare hanteerde, een exemplaar met columns uit de verse ramsj plukte. De titel Geen danstype klonk herkenbaar. Vanaf dat moment was ik fan. Sinds Bob den Uyl had ik niet meer zo hardop gelachen om een werk uit de Nederlandse literatuur. Kort daarna verscheen een biografie over de band De Dijk wat voor elke liefhebber van de hoekige schouderbewegingen van Huub van der Lubbe een must was. Als lezer merkte ik dat Verbogt tot onze meest productieve schrijvers behoorde, zelfs van Brusselmansachtige proporties. Maar dan met een breder repertoire. In de afgelopen drie jaar publiceerde Verbogt vijf boeken bij vier verschillende uitgevers: twee romans, een herinnering aan de stad van zijn jeugd, een eerbetoon aan vriend Frans Kusters en opnieuw een bundeling met columns.

    De korte verhalen uit Wat is precies de bedoeling?, per stuk anderhalve pagina, zijn eerder gepubliceerd in dagblad De Gelderlander. Wie op zoek is naar een portie vrolijkheid kan hier uitstekend terecht. Je vindt bij hem geen verhandelingen over de grote ongemakken van het leven zoals een tocht door de jungle van Borneo. Bij Verbogt moet je niet zijn als je meer wilt weten over een soennitische man die zich in een bomvest op weg begeeft naar een politiepost in Falluja. Hij zoekt zijn onderwerpen dichter bij huis. Hij schrijft over de supermarkt, de glasbak en het reizen per trein. Daar liggen de kleine ongemakken op de loer. Hoe vermijd je in de supermarkt een verkoper die je een nieuw product wil laten proeven? Zodra Verbogt de huisdeur achter zich dicht trekt, begint de confrontatie met de werkelijkheid. De vereiste gevatheid is niet direct leverbaar. Wie mondeling niet altijd als winnaar uit de bus komt, kan later op papier voor een herkansing zorgen. Dan speelt de schrijver een thuiswedstrijd.

    Doorgaans wordt gevatheid in de openbare ruimte geëist. Je doet iets op straat en dat gaat niet goed. Graag reageer je grappig, maar die reactie heb je niet altijd paraat


    De modus operandi van Verbogt is dat hij droog opschrijft wat er heeft plaatsgevonden soms in combinatie met een verhelderende overpeinzing. Hij probeert niet achteraf een gelijk te halen dat op het moment suprême ontbrak. Gewoon noteren is een dodelijk wapen even effectief als een return van Andre Agassi.
    Bijzonder taalgebruik is voor Verbogt eveneens een terugkerende inspiratiebron voor een column. Een karakteristieke openingszin is de volgende. “Hoe zou het trouwens met de orde van de dag zijn?” Graag stoft Verbogt in onbruik geraakte uitdrukkingen af om wat oude glans terug te geven. Dat past bij zijn melancholieke natuur. In veel van zijn boektitels wordt gerefereerd aan iets dat verdwenen, verhuld, gebroken, onvolledig of verkeerd is. Verbogt is de heraut van de vergeefsheid. Zo vraagt hij zich af wat er met het begrip hopsasa gebeurd is of met het voorvoegsel zalig bij kerstfeest. De actualiteit, al dan niet in de vorm van verbale uitspattingen, vormt een voorwerp van spot. Die irritatie kan ook een creatieve uitweg zoeken. Zo is Verbogt de uitvinder van de lichaamsföhn geworden en in een moeite door van de lichtgevende shuttle om in de duisternis door te kunnen badmintonnen. Commercieel uitbaten is niet aan de orde, het gaat om het idee.
    Mijn appreciatie voor het werk van Verbogt berust niet louter op de kwaliteit van zijn werk. Als generatiegenoot behandelt hij voor mij veel vertrouwde onderwerpen. In Het eerste licht boven de stad over meer dan veertig jaar vriendschap met de in 2012 overleden Frans Kusters, zie ik tot mijn genoegen hoe zij hun bewondering delen voor een achtergrondzangeres van Leonard Cohen. Eindelijk gerechtigheid voor Perla Batalla, denk ik dan. Het is mooi om te lezen hoe de zielsverwantschap tussen de beide vrienden de tand des tijds weet te doorstaan ook als Verbogt verhuist naar Amsterdam terwijl Kusters hun geboortestad trouw blijft. Altijd en overal waren de twee bereid om hun rol als Nijmeegse delegatie op zich te nemen zonder het Ware Werk uit het oog te verliezen. Desnoods gingen ze samen naar Praag op bedevaart naar Franz Kafka. Het is de verbondenheid die gevierd wordt zonder zelf tot object van analyse te worden. Die was er gewoon. Wat waardevol is, kan ongezegd blijven. Opsmuk is er al genoeg. Ze bleven zelfs in Nijmegen incidenteel een kerkdienst bezoeken hoewel dat voor hun generatie toen al hoogst ongebruikelijk was. Ze gingen daarmee door totdat alles ‘verhuuboosterhuisd’ was, een schitterende kwalificatie waarbij de rillingen je meteen over de rug lopen. Voor mij heeft Verbogt zichzelf al lang uit de marge van de Nederlandse literatuur bevrijd en is hij een vaste bespeler van het hoofdveld geworden. Als hij De Gelderlander maar niet ontgroeid raakt.