Leesimpressies

  • Tom Lanoye: Sprakeloos

  • Nr. 14 - 2010
  • Eenmalig verbleef ik op de Grote Markt van Sint Niklaas. Het was een gure voorjaarsdag. De brancheorganisatie van Grote Markten ijvert voor vierkante of desnoods rechthoekige pleinen. Sint Niklaas was uit de slof geschoten met iets driehoekigs. Het stadhuis vergoedde veel. Behalve guur was het stil. Mijn gedachten dwaalden af naar het opwindende gekrioel van de eerste zondagen in april waarop de start van de Ronde van Vlaanderen zich afspeelde op deze plek. Later week de koers uit naar Brugge. Aan de voet van het belfort viel meer internationale uitstraling te oogsten. Ook dacht ik aan Tom Lanoye. In zijn autobiografische debuutroman Een slagerszoon met een brilletje had hij Sint Niklaas op de kaart gezet. Het boek was omgezet naar een theatervoorstelling en de tournee deed Nederland aan. Zo heeft Lanoye me nog een plezierige avond bezorgd met een solovoorstelling die het midden hield tussen een voorleesavond en cabaret. Met Sprakeloos keert Lanoye terug naar Sint Niklaas. Tijd voor een nieuw bezoek, virtueel deze keer.

    Lanoye heeft met Sprakeloos een eerbetoon aan zijn moeder geschreven. De openingszin typeert direct de thematiek en het personage. “En dit is het relaas van een beroerte, vernietigend als een inwendige blikseminslag, en van de tergende aftakeling die zich daarna twee jaar lang voltrok aan een vijfvoudig moederdier en amateuractrice eersteklas.” Toch maakt Lanoye heel wat omtrekkende bewegingen voor hij aan de beschrijving van die beroerte toe is. Het boek bevat niet alleen een portret van de moeder maar ook het verslag van de zoon met het schrijven ervan. Pas nadat vader is overleden, is de weg geplaveid. Dan is Lanoye niet meer te houden. Met grote verbale virtuositeit brengt hij de geschiedenis van het gezin tot leven.


    Schrijven is iets voor luiaards, dronkaards en armoedzaaiers; feminisme is voor zeurkousen en zenuwlijdsters


    Moeder Lanoye, van huis uit Josée Verbeke, is een karakter. Zij waakt over het gezin, draait mee in de beenhouwerij, leeft zich uit in acteren en is rijkelijk voorzien van opvattingen. Ook krijgt ze graag haar zin en aarzelt niet een hartstilstand te faken als dat nodig is om haar doel te bereiken. Josée de Veelzijdige is een theatrale dwingeland. Lanoye spaart haar niet maar heeft de pen wel in liefde gedoopt. Het openhartige verslag geeft moeder menselijke proporties. Tussen de familiale verwikkelingen door krijgt de lezer een schare figuranten uit de lokale gemeenschap voorgeschoteld. Er is Jef de begrafenisondernemer, huisbazin Dikke Liza en zelfs een Waaslandse versie van Jomanda. Allen even kleurrijk. De middenstand heeft de permanente zorg om het behoud van de klandizie. Voor vader gaat het plichtsbesef voor alles. Ook bij tegenzin blijft hij goed gemutst. Als hij dat klotewijf van de begrafenisondernemer in zijn winkel ontwaart, luidt de begroeting: “Aha! Madam de Markiezin van het Groot Geluk!” Hij is de stille held op de achtergrond. Zijn liefde voor Josée doet hem al haar nukken trotseren.

    Hoewel er veel alledaagse taferelen uit Sint Niklaas de revue passeren, is het boek vooral opgehangen aan enkele dramatische gebeurtenissen in het leven van de familie Lanoye. Daar heeft de schrijver een grote spanningsboog omheen geweven. Dat begint met de aankondiging van de fatale beroerte. Voordat het incident behandeling krijgt, schetst Lanoye met tergende precisie de inrichting van het huis. Alle snuisterijen en bric-a-brac, compleet met herkomst, krijgen vermelding. Dat gebeurt later in het boek opnieuw met de coming out van de schrijvende zoon. De gelegenheid is met zorg gekozen. Er staat veel op het spel of zoals Lanoye het formuleert. “Je zult de balans moeten testen tussen hun liefde voor jou en hun verwachtingen van jou, tussen hun vooroordelen en hun vertrouwen. De reactie valt aanvankelijk mee. Vaders reactie luidt ‘zeg het nog eens manneke’ en moeder ‘dan is het maar zo’. Korte tijd later escaleert het broze evenwicht in een telefoongesprek tussen moeder en zoon. Dan zegt zij onverbloemd: “Met een mongooltje valt ge minder in affronten dan met iemand zoals gij.” Het zijn vooral de diplomatieke gaven van Lanoye’s toenmalige vriend die de vrede zal herstellen. Dan is er nog de dood door een verkeersongeluk van een broer. Aangrijpend beschrijft Lanoye de crisis die dat bij het gezin te weeg brengt. Het verdriet van Josée om haar Lastigste is onmetelijk.

    De heftige emoties en het barokke taalgebruik, opgeluisterd met een veelvuldig gebruik van kapitalen, zouden tot overmatigheid kunnen leiden. Toch is bij mij die indruk nooit ontstaan. De openhartige intimiteit en de trefzekere toon zijn volstrekt geloofwaardig. Het vraagstuk dat de schrijver enkele malen oproept of het boek nu wel of niet een roman is, doet niet ter zake. In de keuze voor details schuilt mede de kracht van het boek. Zo dacht ik deze week bij het nieuws van het overlijden van Teddy Scholten direct aan Josée Verbeke. Het winnende songfestivallied ‘Een beetje’ was haar geliefkoosde nummer. Als een schrijver een associatie weet op te roepen bij een bekende songtekst met een bij deze lezer onbekend persoon, dan heeft de verbeeldingskracht gezegevierd.

Lijstjes

Dit boek komt voor in de lijstjes: