Leesimpressies

  • Tom Rachman: The imperfectionists

  • Nr. 16 - 2011
  • De pers is de koningin der aarde, beweert een klassieke uitdrukking. Tegenwoordig is nieuws een kermisattractie. Lawaai en beweging vangen de aandacht maar de lezer is snel uitgekeken. Suikerspin en zuurstok zijn de fait divers. De kermis trekt gauw naar de volgende stad. Morgen is er een nieuwe krant. Het werken bij een krant heeft vele films en boeken opgeleverd. Vermakelijk, onthullend maar ook ontluisterend. Evelyn Waugh zette al voor de oorlog de toon met Scoop. In 2010 verscheen The imperfectionists, het debuut van de Canadees Tom Rachman die enkele jaren verbonden was aan de International Herald Tribune. Hij portretteert een in Rome verschijnende Engelstalige krant die in het boek nooit een naam krijgt. Rachman vertelt zijn verhaal aan de hand van elf schetsen van betrokkenen. Elk van de elf speelt een hoofdrol in een eigen hoofdstuk en duikt als figurant in een ander hoofdstuk op. Er ontstaat een kleurrijk beeld van de biotoop die de krant is. Er is kameraadschap en concurrentie tegen een economische achtergrond vol donkere wolken over het voortbestaan.

    Rachman slaagt er uitstekend in zijn onderwerp geloofwaardig uit te beelden. Alle hoofdstuktitels ademen de geest van een krantenkop. Door de veelstemmigheid komen vele facetten die voor een krant van belang zijn aan bod. Natuurlijk is er de spanning tussen de zakelijke en de journalistieke invalshoek. De krant is in 1954 opgericht. De huidige uitgever is een kleinzoon van de oprichter. Helaas heeft hij geen enkele interesse voor het product waar hij formeel de verantwoordelijkheid voor draagt. Zijn passie is zijn hond Schopenhauer. Zakenmensen ver weg in Amerika trekken feitelijk aan de touwtjes. Er moet een einde komen aan de rode cijfers. De krant heeft niet eens een website. Op de krant heerst de klassieke beroepstrots. De redacteur die de kwaliteit van de krant bewaakt formuleert dat als volgt: “the internet is to news what car horns are to music.” Die instelling bevordert de kans op overleven niet. Kankeren zit journalisten in het bloed. De vrouwelijke hoofdredacteur realiseert zich dat goed. Ze kan wel een stootje hebben.


    It’s strange to be the boss, knowing they discuss you, doubt you, resent you, and –since they are journalists- complain, bitch, and moan about you


    Twee van de geportretteerden zijn correspondenten, grensgevallen tussen insider en outsider. Het eerst komt veteraan Lloyd Burko aan de beurt. Zijn standplaats is Parijs. Burko draagt een geschiedenis van verschillende huwlijken en kinderen met zich mee. Hij heeft geldnood en doet er alles aan een artikel geplaatst te krijgen. De onderhandelingen met de redactie verlopen stroef. Ten einde raad verzint hij een verhaal op basis van een vage toespeling van zijn zoon die werkzaam is in Frankrijk op het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Nieuwsselectie kent geen objectief criterium. De drijfveer van een correspondent kan de doorslag geven. Burko is bijna einde loopbaan. Winston Cheung, de correspondent in Cairo, staat aan het begin. Bij hem is het gretigheid volop. Als hij door de Egyptische hoofdstad loopt is zijn wensdroom getuige te mogen zijn van een bomexplosie. Niet te dichtbij uiteraard maar ‘within safe note-taking distance’. Cheung wordt ontgroend door een welbespraakte oudere collega. Door schade en schande wordt een journalist wijs. En cynisch. Typerend voor de verwevenheid van de verhalen is dat we Cheung voordat hij als nieuweling in Cairo aantreedt al eerder hebben getroffen. In het hoofdstuk gewijd aan hoofdredacteur Kathleen Solson maakt een zenuwachtige student zijn opwachting bij de garderobe na afloop van een paneldiscussie. Om van hem af te komen laat zij het mailadres van de redactie achter. Soms werkt dat.

    In korte hoofdstukken weet Rachman op overtuigende wijze zijn personages tot leven te wekken. Ze bevinden zich allemaal in een kritieke fase van hun bestaan. Dat kan het werk betreffen of hun persoonlijke omstandigheden. Soms gaat het om een combinatie bijvoorbeeld in het geval dat een eindredacteur bemerkt dat compromitterende foto’s van zijn vriendin op het interne netwerk van de krant verspreid zijn. De schrijfstijl van Rachman is losjes. Het hoofdstuk over de schrijver van necrologieën begint als volgt. “Arthur’s cubicle used to be near the watercooler, but the bosses tired of having to chat with him each time they got thirsty. So the watercooler stayed and he was moved.“ Een opmerkelijk portret is dat van een lezeres. Zij heeft de gewoonte alles te lezen maar wel in haar eigen tempo. Ze leest de krant letterlijk van voor naar achter. In februari 2007 is zij gevorderd tot april 1994. Zij sluit zich af voor de actualiteit. Ze wil van geen nieuws weten. Ze leest het wel als ze in haar eigen krant aan dat moment toe is. De zoon van deze lezeres heeft vroeger een verhouding gehad met de hoofdredactrice. Kathleen Solson vindt de zoon nog steeds aantrekkelijk maar in haar ambitieuze bestaan is hij op de achtergrond geraakt. Voor haar is hij geen voorpaginanieuws meer. De levendige vertelkunst van Rachman doet je naar meer belevenissen van zijn personages verlangen. Al te snel breekt echter de wereld van een ander aan. In het slothoofdstuk probeert de schrijver de schade te herstellen. Beknopt legt hij uit wat er van zijn creaties is geworden. Dat dit einde wat onbevredigend is, illustreert vooral welke verbondenheid er tussen personages en lezer is ontstaan. Tegen The imperfectionists kan nauwelijks een kwaliteitskrant op.