Leesimpressies

  • Toni Coppers: De zaak Magritte

  • Nr. 35 - 2017
  • De erfgenamen van Magritte waren toe aan een ongebruikelijke herinnering. In 2017 is het vijftig jaar geleden dat de schilder overleed. Dat komt tot uitdrukking in vele manifestaties. In de zomer was het casino van Knokke open gesteld voor publiek om een blik te werpen op de wandschilderingen die de grote ronde zaal helemaal in beslag nemen, opgeluisterd met informatief commentaar. Het laatste is in de kunstwereld geen vanzelfsprekendheid. Daar voert hoogdravende prietpraat meestal de boventoon. Dat maakt het zien van de film Manifesto met weergaloze acteerprestaties van Cate Blanchett tot een groot genoegen. Door kustzinnige beschouwingen in een afwijkende omgeving te presenteren krijgen de pretenties een andere lading, vaak zelfs een geestige. Hoogdravende prietpraat past slecht bij Magritte. Bij hem is speelsheid de voertaal, soms met een grimmige twist. Tegenover het casino was er op het strand een speciale tentoonstelling ingericht. In een groot formaat bolhoed viel er een 3D film te bewonderen waar terugkerende elementen uit het werk van de schilder hun duizelingwekkende opwachting maakten. De erfgenamen vonden dat er ook een boek moest verschijnen: geen biografie, evenmin een nieuwe grensverleggende visie van een kunsthistoricus maar voor de verandering eens een thriller. Toni Coppers kreeg de rol van auteur.

    Toni Coppers is een in Vlaanderen gevierde schrijver van thrillers. Ooit debuteerde hij met De beha van Madonna wat geen thriller was maar naar het schijnt een reisboek. Leuke tocht trouwens. Als speurder introduceert de auteur de 44-jarige Alex Berger. Hij zit depressief thuis sinds zijn vrouw bij de aanslagen van november 2015 in Parijs is omgekomen. Zij hield voor het café een vriendin gezelschap die stond te roken toen de terroristen het vuur openden. Overdag komt hij tot niets en ’s nachts wordt hij bestookt door nachtmerries. Berger zou zich bij zijn vrouw voegen maar het werk gooide roet in het eten. Immens verdriet en schuldgevoel vullen voortaan zijn leven. Berger verhoorde op de avond van de aanslag een crimineel. Diezelfde crimineel is inmiddels uit de gevangenis ontsnapt en lijkt de dader te zijn van twee raadselachtige moorden. Vanwege zijn bekendheid met de vermoedelijke dader vragen de voormalige collega’s hem om het rechercheteam te komen versterken. Hoewel dat moeite kost, gaat hij op het verzoek in. Zijn motief is niet het ophelderen van de misdrijven maar veel persoonlijker van aard. Berger wil wraak. De vraag die bij lezing boven alles uittorent is hoe Coppers het voor elkaar krijgt om de persoon of het werk van Magritte in het boek een plek te geven. Dat lukt hem op verschillende manieren zonder erg gekunsteld te worden. Zo is er bij een vermoord slachtoffer door de dader een zak over het hoofd getrokken alvorens haar te verdrinken. Dat verwijst naar het schilderij Les Amants dat op het omslag van het boek staat afgebeeld.

    Het is opvallend bij hoeveel personages van Magritte het aangezicht bedekt is. Meestal is het een zak of een sjaal, maar het kan ook een appel zijn. Zijn moeder pleegde zelfmoord door zich met een doek voor haar hoofd in de rivier de Samber te storten


    Een andere verwijzing naar Magritte als inspiratiebron vormt het briefje ‘Ceci n’est pas un suicide’ dat bij de slachtoffers wordt achtergelaten. Het zinnetje ‘Ceci n’est pas une pipe’ is een icoon op zichzelf geworden. Magritte beeldde deze tekst af naast een geschilderde pijp waarmee hij illustreerde dat een afbeelding van een voorwerp verschilt van het voorwerp zelf. Dat beroemde schilderij draagt de toepasselijke titel ‘La trahison des images’. Magritte had er overigens een handje van om met de titels van zijn werk het mysterie groter te maken. Hij maakte graag gebruik van invallen uit zijn vriendenkring om een schilderij een raadselachtige titel mee te geven. Dat maakt deel uit van zijn figuratieve ongrijpbaarheid.
    Het zinnetje dat de moordenaar bij het lijk achterlaat is niet zo maar een verwijzing naar Magritte. Het vormt een letterlijke boodschap die informatie geeft over het motief van de dader. Het achterhalen van het motief vormt de kern van deze thriller. Het is geen whodunit. De eerste twee slachtoffers zijn vrouwen. De ene woonde in Parijs, de andere in Brussel, toevallig de twee woonplaatsen van de volwassen Magritte. Het zal niet bij twee blijven. Behalve als aanduiding voor het motief verheldert Coppers ook in het boek hoe een crimineel aan de zelfkant van de maatschappij in aanraking is gekomen met het werk van de schilder.
    In mijn ogen heeft Coppers recht gedaan aan zijn opgedragen taak. Zijn taalgebruik is zakelijk en veel minder meeslepend barok dan bij menig Vlaams collega. De dialogen lopen zelfs vaak moeizaam. Toch stelt hij als Vlaming niet teleur. De lezer mag op enkele Nederlandse woorden rekenen die bij Nederlandse schrijvers zelden te vinden zijn. Schabouwelijk en hoederecht zijn een paar voorbeelden. Als het boek uit is, blijft de wens achter om in dit herdenkingsjaar nog een bezoek te brengen aan het Magritte Museum in Brussel in de buurt van het hooggelegen kolossale Justitiegebouw waarvan Coppers opmerkt dat het al zo lang wordt gerenoveerd dat de steigers zelf aan restauratie toe zijn.