Leesimpressies

  • Vasili Grossman: Een klein leven

  • Nr. 40 - 2014

  • De eerste die als bezoeker over concentratiekamp Treblinka schreef was Vasili Grossman. Hij was oorlogscorrespondent en reisde in het voetspoor van het Rode Leger. Hij schreef zijn indrukken in september 1944 vrijwel direct na aankomst. Het onvoorstelbare was werkelijkheid geworden. Grossman verwoordt zijn opdracht als volgt. “Het is de plicht van de schrijver de verschrikkelijke waarheid te vertellen, en het is de burgerplicht van de lezer er kennis van te nemen. Wie zich afwendt, wie zijn ogen sluit en hieraan voorbijgaat, schendt de nagedachtenis van de overledenen.” Met grote precisie heeft hij het fabrieksmatige van de vernietiging vastgelegd. Aan Duitsers toegeschreven eigenschappen als zuinigheid, nauwkeurigheid, berekening en properheid, hoe nuttig in landbouw en industrie, werden nu toegepast voor misdaden tegen de mensheid. Overigens stond niet alles in het teken van efficiëntie. Grossman maakt eveneens melding van huiveringwekkende voorbeelden van sadisme die uit een oogpunt van doelmatigheid nergens voor nodig waren.

    De Holocaust blijft een verschijnsel dat het verstand te boven gaat. Wat dat betreft is het niet zo vreemd dat de Ahmadinejads van deze wereld die waarheid niet willen erkennen. De nazi’s zijn in stappen tot hun gruweldaden gekomen. Het begon met beschimpen en isoleren onder meer in getto’s. Na de eerste militaire successen sloeg dat om in overmoed. Naast het eigen gelijk moet er altijd een vermoeden zijn gebleven over het onacceptabele karakter van de systematische uitroeiing. Voor vernietigingskampen werden plekken ver van de bewoonde wereld geselecteerd. Treblinka op ongeveer zestig kilometer ten oosten van Warschau voldeed aan dit criterium. Pottenkijkers waren ongewenst. Toen er op het slagveld nederlagen werden geïncasseerd, leidde dat tot strategische aanpassingen. Na de overwinning van het Rode leger aan de Wolga bij Stalingrad bezocht Heinrich Himmler Treblinka en gaf hij bevel om alle slachtoffers uit de massagraven alsnog te cremeren. De sporen moesten uitgewist worden. Toen de nederlaag onafwendbaar bleek en de kampen ontruimd werden, was alle inspanning erop gericht om de verschrikkingen onzichtbaar te maken. De overtuiging van het eigen gelijk was kennelijk niet onaantastbaar. Grossman heeft voor zijn verslag niet alleen geput uit eigen waarneming maar maakte daarnaast gebruik van interviews. Hij sprak met de weinige overlevenden en met bewoners uit de omgeving. De laatsten hoorden het angstige geschreeuw van de gevangenen en roken de lucht van verbrand vlees. Grossman heeft een speciale antenne om details in zijn werk een plek te geven. Dat doet hij ook als hij aan het eind van zijn leven schrijft in het verhaal “Eeuwige rust” over de begraafplaats vlak bij zijn huis in Moskou waar hij later zelf een plek wil verwerven. Met mededogen bespreekt hij de ijver waarmee de nabestaanden de rustplaats van hun dierbaren in goede conditie houden.

    Daar komen ze met hun spades, hun zagen, hun hamers en hun verfkwasten, de menigtes die bouwen aan een nieuw en beter leven. Hun blik is vooruit gericht. In de stad is het leven zwaar en moeilijk, op de begraafplaats wordt alles helder


    Vasili Grossman leefde van 1905 tot 1964. Hij werd geboren als zoon van joodse ouders in het plaatsje Berditsj in Oekraïne wat later het decor zou vormen van één van de eerste optredens door een Einsatzgruppe. Zijn moeder behoorde tot de slachtoffers. In Een klein leven heet het openingsverhaal ‘In de stad Berditsj’. Voordat Grossman over de Tweede Wereldoorlog zou schrijven, had hij al in de Pools-Russische Oorlog een onderwerp gevonden. Dat deelde hij met de door hem bewonderde Isaak Babel. Grossman staat met beide benen in de Russische literaire traditie. Zijn hoofdwerk is de roman Leven en lot waarin hij bijna duizend bladzijden lang de slag om Stalingrad behandelt. Dat is een moderne editie van Tolstojs Oorlog en vrede. Zijn gevoel voor melancholie en de menselijke maat heeft hij gemeen met Tsjechov. Sommige verhalen in deze fraai uitgevoerde bundel roepen die associatie op. Grossman beschrijft de levens van gewone mensen die ondanks de dreiging van de omstandigheden onverstoorbaar door gaan met hun gewone leven. Een mooi voorbeeld is ‘De oude onderwijzer’ waarin een tachtigjarige ondanks de komst van de Duitsers zijn boeken filosofie blijft koesteren. Wel vraagt hij aan de generatiegenoot die arts is om een voorraad vergif zodat hij er zelf een einde aan kan maken zodra de situatie ondragelijk wordt. De arts keurt het verzoek af. Daarna keren de rollen om. Als de arts het vergif komt afleveren, heeft de onderwijzer zich bedacht. Ook de arts is van mening veranderd en voegt de daad bij het woord. Tsjechov zou dat vermoedelijk niet anders hebben aangepakt. Naast de verhalen en essays zijn in Een klein leven enkele brieven opgenomen. Grossman schreef deze aan zijn moeder steeds uitgerekend op haar sterfdag. Een leven lang spookt door zijn hoofd dat hij mogelijk meer had kunnen doen om haar van de ondergang te redden. Het is een schrale troost dat iemand die van zulke gruwelijkheden getuige is geweest daar op zo’n aangrijpende manier verslag van heeft uitgebracht.
    Aan Duitsers toegeschreven eigenschappen als zuinigheid, nauwkeurigheid, berekening en properheid, hoe nuttig in landbouw en industrie, werden nu toegepast voor misdaden tegen de mensheid. Overigens stond niet alles in het teken van efficiëntie. Grossman maakt eveneens melding van huiveringwekkende voorbeelden van sadisme die uit een oogpunt van doelmatigheid nergens voor nodig waren.
    De Holocaust blijft een verschijnsel dat het verstand te boven gaat. Wat dat betreft is het niet zo vreemd dat de Ahmadinejads van deze wereld die waarheid niet willen erkennen. De nazi’s zijn in stappen tot hun gruweldaden gekomen. Het begon met beschimpen en isoleren onder meer in getto’s. Na de eerste militaire successen sloeg dat om in overmoed. Naast het eigen gelijk moet er altijd een vermoeden zijn gebleven over het onacceptabele karakter van de systematische uitroeiing. Voor vernietigingskampen werden plekken ver van de bewoonde wereld geselecteerd. Treblinka op ongeveer zestig kilometer ten oosten van Warschau voldeed aan dit criterium. Pottenkijkers waren ongewenst. Toen er op het slagveld nederlagen werden geïncasseerd, leidde dat tot strategische aanpassingen. Na de overwinning van het Rode leger aan de Wolga bij Stalingrad bezocht Heinrich Himmler Treblinka en gaf hij bevel om alle slachtoffers uit de massagraven alsnog te cremeren. De sporen moesten uitgewist worden. Toen de nederlaag onafwendbaar bleek en de kampen ontruimd werden, was alle inspanning erop gericht om de verschrikkingen onzichtbaar te maken. De overtuiging van het eigen gelijk was kennelijk niet onaantastbaar. Grossman heeft voor zijn verslag niet alleen geput uit eigen waarneming maar maakte daarnaast gebruik van interviews. Hij sprak met de weinige overlevenden en met bewoners uit de omgeving. De laatsten hoorden het angstige geschreeuw van de gevangenen en roken de lucht van verbrand vlees. Grossman heeft een speciale antenne om details in zijn werk een plek te geven. Dat doet hij ook als hij aan het eind van zijn leven schrijft in het verhaal “Eeuwige rust” over de begraafplaats vlak bij zijn huis in Moskou waar hij later zelf een plek wil verwerven. Met mededogen bespreekt hij de ijver waarmee de nabestaanden de rustplaats van hun dierbaren in goede conditie houden.

    Daar komen ze met hun spades, hun zagen, hun hamers en hun verfkwasten, de menigtes die bouwen aan een nieuw en beter leven. Hun blik is vooruit gericht. In de stad is het leven zwaar en moeilijk, op de begraafplaats wordt alles helder


    Vasili Grossman leefde van 1905 tot 1964. Hij werd geboren als zoon van joodse ouders in het plaatsje Berditsj in Oekraïne wat later het decor zou vormen van één van de eerste optredens door een Einsatzgruppe. Zijn moeder behoorde tot de slachtoffers. In Een klein leven heet het openingsverhaal ‘In de stad Berditsj’. Voordat Grossman over de Tweede Wereldoorlog zou schrijven, had hij al in de Pools-Russische Oorlog een onderwerp gevonden. Dat deelde hij met de door hem bewonderde Isaak Babel. Grossman staat met beide benen in de Russische literaire traditie. Zijn hoofdwerk is de roman Leven en lot waarin hij bijna duizend bladzijden lang de slag om Stalingrad behandelt. Dat is een moderne editie van Tolstojs Oorlog en vrede. Zijn gevoel voor melancholie en de menselijke maat heeft hij gemeen met Tsjechov. Sommige verhalen in deze fraai uitgevoerde bundel roepen die associatie op. Grossman beschrijft de levens van gewone mensen die ondanks de dreiging van de omstandigheden onverstoorbaar door gaan met hun gewone leven. Een mooi voorbeeld is ‘De oude onderwijzer’ waarin een tachtigjarige ondanks de komst van de Duitsers zijn boeken filosofie blijft koesteren. Wel vraagt hij aan de generatiegenoot die arts is om een voorraad vergif zodat hij er zelf een einde aan kan maken zodra de situatie ondragelijk wordt. De arts keurt het verzoek af. Daarna keren de rollen om. Als de arts het vergif komt afleveren, heeft de onderwijzer zich bedacht. Ook de arts is van mening veranderd en voegt de daad bij het woord. Tsjechov zou dat vermoedelijk niet anders hebben aangepakt. Naast de verhalen en essays zijn in Een klein leven enkele brieven opgenomen. Grossman schreef deze aan zijn moeder steeds uitgerekend op haar sterfdag. Een leven lang spookt door zijn hoofd dat hij mogelijk meer had kunnen doen om haar van de ondergang te redden. Het is een schrale troost dat iemand die van zulke gruwelijkheden getuige is geweest daar op zo’n aangrijpende manier verslag van heeft uitgebracht.