Leesimpressies

  • Victor Hugo: De klokkenluider van de Notre Dame

  • Nr. 16 - 2020
  • Precies een jaar geleden keek een grote schare mensen vol ontzetting naar de brand in de Notre-Dame. Een monument met eeuwigheidswaarde bleek kwetsbaar. Het was een schokkend gezicht. Dat gold ook voor iemand als ik, die geen francofiel en nog minder rooms katholiek is. De inbreuk was zo hevig dat al tijdens het incident de wens tot herstel tot uitdrukking kwam. Daar begon direct de onenigheid. In de loop der eeuwen waren in de kathedraal vele aanpassingen doorgevoerd. Welke versie zou als ijkpunt dienen te fungeren? Het leek pragmatisch om het gebouw in de staat van vlak voor de brand als startpunt te nemen. Macron overwoog een nieuw element toe te voegen. Wie zou de financiering verzorgen? Grote bedrijven en individuele miljonairs toonden hun bereidheid. Dat werd niet in dank aanvaard. Waarom zouden zij met hun portemonnee een gebouw annexeren dat tot het erfgoed van een ieder behoort. Was het bovendien niet hypocriet dat de rijken, die zich nooit iets aantrokken van de ongelijkheid in de wereld, in geval van een verzameling stenen zich ineens van hun gulle kant lieten zien. Te midden van het gekrakeel was een positief bijeffect dat de beroemde roman van Victor Hugo, met de kathedraal als prominent decorstuk, weer midden in de belangstelling kwam.

    Victor Hugo leefde van 1802 tot 1885. De roman Notre-Dame de Paris verscheen aan het begin van zijn loopbaan. Hij liet het verhaal niet spelen in zijn eigen tijd. Hij draaide de klok enkele eeuwen terug. De gebeurtenissen spelen zich af in 1482. Hugo beschrijft de liefde van de misvormde klokkenluider Quasimodo voor het jeugdige, beeldschone zigeunermeisje Esmeralda. Zij weet met zang en dans de harten van het publiek te veroveren samen met een geit die zij heeft leren toveren. Het is een klassieke versie van the beauty and the beast. Als Esmeralda ter dood veroordeeld is voor een moord, die zij niet gepleegd heeft, bevrijdt Quasimodo haar juist voordat het vonnis voltrokken wordt. Hij neemt haar mee naar de Notre-Dame al waar zij vanwege het asielrecht veilig zou moeten zijn. De kathedraal is voor Quasimodo niet alleen een werkplek maar tegelijk ook zijn onderkomen. De aartsdiaken Claude Frollo heeft hem als vondeling geadopteerd en in de kerk een thuis geboden. Quasimodo is uiterst loyaal aan de man die hem onder zijn hoede heeft genomen. Gedreven doet hij zijn werk. Hij luidt met overgave de vijftien klokken in de toren en vooral de dikke Marie, zijn favoriet. Als een meute oprukt naar de kathedraal om Esmeralda op te eisen, verdedigt Quasimodo haar met alles wat hij in zich heeft. Hij raakt in een gewetensconflict als de verliefde aartsdiaken eveneens zijn aanspraken op Esmeralda doet gelden.

    Het arme duiveltje had een wrat op het linkeroog, een tussen de schouders getrokken hoofd, een vergroeide ruggengraat, een uitstekend borstbeen en kromme benen; maar het maakte een levendige indruk; al was het onduidelijk welke taal het brabbelde


    Hugo heeft meer dan een liefdesroman geschreven. Hij schetst een tijdsbeeld dat informatie bevat over de geschiedenis van Parijs, over de kerken in het algemeen en die van de Notre-Dame in het bijzonder. Hij behandelt hoe de stad zich uiteen laat denken in een drietal domeinen. Op de rechteroever heb je de Ville met de burgemeester als verantwoordelijke autoriteit. Op de linkeroever zetelt de universiteit waar de rector de lakens uitdeelt. In het midden, op het eiland in de Seine bekend als de Cité, heerst de godsdienst met de bisschop aan het hoofd. Vele personages maken hun opwachting in de roman. Hugo portretteert de rangen en standen van die tijd met de rechteloosheid van de gewone man. In de rechtspraak heerst willekeur en marteling is een geoorloofde methode om de waarheid aan het licht te brengen. De roman bezwijkt hier en daar aan wijdlopigheid. De wereld die de lezer leert kennen staat ver af van de huidige tijd. Niet iedereen danst als een Herman Pleij van enthousiasme op de tafel als middeleeuwen of renaissance aan bod komen. Het wat mag een gedateerde indruk maken, wat het hoe betreft vertoont Hugo trekken van een moderne schrijver. De wereld die hij beschrijft voert een ongelijke strijd tegen het noodlot maar de auteur bedient zich vaak van een relativerende knipoog. Daarnaast accentueert hij de rol van de schrijver door zich rechtstreeks tot de lezer te wenden. Hugo merkt op dat hij het trekken van conclusies aan het lezerspubliek laat. Hij is slechts de geschiedschrijver.
    Victor Hugo geldt in Frankrijk nog altijd als een grote meneer. Hij schreef poëzie, essays, toneel en romans. Hij nam stelling in politieke kwesties en kwam daarmee soms in de problemen. Wat zijn romans betreft stoelt zijn reputatie tegenwoordig op Notre-Dame de Paris en Les Misérables. Vooral het laatste werk is vele malen verfilmd. Mij is vooral de film L’histoire d’Adele H. van Truffaut bijgebleven. Opeens bleek Isabelle Adjani de jongste dochter van Victor Hugo te zijn. Het liep slecht met haar af.
    In het huidige Parijs kan men het huis bezoeken waar Hugo een lange periode woonde. Het is te vinden in een hoekpand van Place des Vosges, een fraaie oase in alle seizoenen. Hugo is niet de enige beroemdheid die zijn keuze op dit plein liet vallen. Dat gold ook voor kardinaal de Richelieu en voor de schuinsmarcheerder die nooit president werd: Dominique Strauss-Kahn. Met zulke buren blijft Hugo een groot man.