Leesimpressies

  • Wieslaw Mysliwski: De laatste hand

  • Nr. 12 - 2017
  • Voornamen, achternamen, adressen, telefoonnummers. Als een mantra duiken deze vier begrippen overal op in de roman van Wieslaw Mysliwski. Zij verwijzen naar het adresboek van de hoofdpersoon. Het notitieboek puilt uit van de opgeslagen gegevens. De tijd heeft haar slijtende werk gedaan. Het adresboek wordt bijeengehouden met elastiek, het bindmiddel om de identiteit van de eigenaar overeind te houden. Gedurende de roman neemt de hoofdpersoon zich voor orde te scheppen. Hij heeft een nieuw notitieboek aangeschaft en staat voor de keuze welke gegevens over te zetten naar het nieuwe naslagwerk. Niet iedereen hoeft opnieuw ingeschreven te worden. Sommigen zijn overleden, anderen uit het zicht verdwenen en van weer anderen is niet meer te achterhalen wie zij ook weer waren. Het lijkt een bezigheid voor een regenachtige namiddag. De hoofdpersoon blijft er de hele roman druk mee. Uitstel is verleidelijk. Hij zet amper de eerste schreden of de herinneringen aan de personen uit het adresboek gaan met hem aan de haal. Het adresboek is een alibi voor melancholie en nostalgie. De roman bestaat vooral uit de herinneringen die de vrije loop krijgen. Orde scheppen is vooral de balans opmaken.

    Mysliwski geldt als een toonaangevend Pools schrijver. In het Nederlands zijn nog twee andere boeken van hem verschenen: Over het doppen van bonen en Steen op steen. Op stapel staat een vierde roman. Mysliwski is meer en man van het platteland dan van de stad. Met herinneringen probeert hij het boerenleven, zoals dat ooit was, levend te houden. De foto op de omslag toont een man met een doorgroefd gelaat, een verweerd hoofd dat past bij iemand die op het land zijn brood verdient. In Over het doppen van bonen vertelt de hoofdpersoon aan een bezoeker de geschiedenis van zijn leven en van het gebied waar de twee zich bevinden. Ondertussen doppen zij bonen. Ook in De laatste hand is de hoofdpersoon geobsedeerd door het verleden. De namen in het adresboek fungeren als aangever. Alle herinneringen ten spijt blijft de hoofdpersoon een ongrijpbare figuur. Hij heeft zijn vader nooit gekend en is alleen opgegroeid met zijn moeder. Hij gaat studeren om schilder te worden maar geeft dat op om als leerling bij een kleermaker aan de slag te gaan. Tot plezier van zijn moeder. ‘Hitler was schilder en je ziet wat er van hem is geworden. En kleermakers worden door oorlogen gespaard.’ Daarna volgen verschillende functies die allemaal met de handel van doen hebben. Hij reist veel en verhuist om de haverklap. Geliefden komen en gaan. Hechten is verboden. Hij is voortdurend op de vlucht voor de leegte. Pokeren met kaarten biedt afleiding bij voorkeur met de schoenmaker uit zijn geboortedorp. Het zijn klassieke ambachten die de omgeving van de hoofdpersoon inkleuren: de kleermaker, de schoenmaker, de smid of de varkensslachter. Het heden en de toekomst zijn ondergeschikt aan het verleden. Er is in het leven van de hoofdpersoon slechts één figuur die hem weet te raken: zijn jeugdliefde Maria. Zij staat niet in het adresboek. Hij kent haar adres uit het hoofd. Maria schrijft hem een leven lang brieven.

    Gelukkig heb ik geen foto van Maria. Vandaar dat ik me haar met elke brief die ik van haar krijg voorstel als in onze jonge jaren, toen ze me voor het eerst bij de hand nam, toen ze op me wachtte of toen ik eindexamen deed, of als klein meisje met een dromende pop in haar armen dat over de gang van de rechtbank liep


    De liefde van en voor Maria leidt niet tot een blijvende verbintenis. ‘Misschien heeft geen enkele liefde voldoende kracht om een heel leven mee te gaan. Het leven overwint bijna elke liefde.’ Maria is in haar brieven zeer openhartig over haar leven en haar gevoelens. Ze trouwt en krijgt kinderen maar blijft in haar gedachten de hoofdpersoon trouw. Hij kan zelfs als het om Maria gaat de lethargie niet doorbreken. Hij schrijft nooit terug. Met brieven laat je sporen achter. Hij wacht soms lang met het openen van de brieven die hij ontvangt maar leest ze uiteindelijk nauwgezet.
    Een roman met een anonieme hoofdpersoon die weigert zich te laten beroeren zal moeite hebben het hart van de lezer sneller te laten kloppen. Te midden van die kilte vormen de passages over Maria een aangrijpend hoogtepunt. De band met Maria stijgt uit boven het alledaagse. Mysliwski is trefzeker in zijn beschouwingen en observaties. De roman vormt het verslag van een gemiste kans omdat de hoofdpersoon zich alleen bij zo’n houding in zijn element voelt. Die conclusie is tragisch maar onontkoombaar. Voornamen, achternamen, adressen, telefoonnummers. Een adresboek in plaats van een daadwerkelijk leven Sommigen kiezen daarvoor.