Leesimpressies

  • Willem Elsschot: Nagelaten werk

  • Nr. 8 - 2006
  • Elsschot overleed in 1960. Nu 46 jaar nadien verscheen het elfde deel van zijn volledige werk onder de titel Nagelaten werk. Hierin bevestigt Elsschot zijn reputatie geen veelschrijver te zijn. Het hoofd stond bij hem niet altijd naar schrijven. Andere plichten riepen. Het boek bevat 70 teksten die geschreven zijn in een periode van ruim 60 jaar. Een hernieuwde kennismaking met Elsschot kan de herinnering aan oude leeservaringen weer tot leven wekken. Tenminste voor zover in het Nagelaten werk dezelfde toon herkenbaar is zoals die in het geheugen is opgeslagen.

    Het Nagelaten werk bestaat ongeveer in gelijke mate uit poëzie en proza. Mijn antenne voor poëzie is matig ontwikkeld al mogen we dat Elsschot natuurlijk niet aanrekenen. Toch geloof ik niet dat de hier bijeengebrachte gedichten een klassieke regel verbergen zoals “Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren…” uit het gedicht Huwelijk.

    Het gedeelte met proza kent vooral korte stukken die Elsschot op verzoek heeft vervaardigd bij speciale gelegenheden als spreekbeurten, huldigingen en boekpublicaties van collega schrijvers. Het is goed om te merken dat Elsschot direct de kracht van Mijn kleine oorlog door Louis Paul Boon heeft onderkend. Boon heeft in zijn beginjaren veel tegenwerking te verduren gekregen, omdat hij zich slecht aan de toen geldende literaire conventies hield.

    In de prozastukken klinkt vaak de Elsschot door die we kennen. Op zijn verjaardagsfeest begon hij zijn bijdrage aldus: “Zeventig jaar worden is niet moeilijk. Alles wat men doen moet, is wachten.” Bij dit soort gebeurtenissen grijpt hij elk excuus aan om het kort te houden. Het is misschien wel juist die eigenschap die hem gemotiveerd heeft om elk woord op de goede plaats te zetten. In Tsjip, De leeuwentemmer bespreekt Elsschot een brief die grootvader na de scheiding van zijn dochter wil versturen naar zijn Poolse schoonzoon om hem te bewegen Tsjip naar Vlaanderen te laten vertrekken. Aanhef en openingszin van de oorspronkelijke versie luiden: “Bennek. Het heeft ons verdriet gedaan dat je de jongen wederrechtelijk, en in strijd met onze formele afspraak, hebt achtergehouden.” Na het besef dat stroop vaak de beste munitie is, verandert grootvader dit in: “Liefste Bennek. Het heeft ons veel genoegen gedaan dat je het kind nog enkele dagen wenst te houden.” Hier zal de reclameman de schrijver van inspiratie hebben voorzien. IJdelheid is in het werk van Elsschot nooit ver uit de buurt. In Lijmen en Het been vormt het een hoofdmotief. Boorman en Laarmans zoeken hun slachtoffers erop uit. Je zou dat ook cynisch kunnen noemen maar het cynisme bij Elsschot is altijd dragelijk want gedrenkt in mededogen. Ook met de weduwe Lauwereyssen, het belangrijkste slachtoffer in Lijmen/ Het been die zich laat overhalen tot een onverantwoorde hoge oplage van het Algemeen Wereldtijdschrift , ontstaat compassie.

    In Kaas staat Laarmans niet aan de kant van de daders maar wordt hij zelf slachtoffer. Hij geeft zijn verschrikkelijke klerkenbestaan op om de kaashandel in te gaan. Zijn vriend Van Schoonbeke en zijn vrouw hebben hem gerust gesteld dat kaas altijd marcheert. Hij is echter volkomen ongeschikt voor de handel wat pijnlijk duidelijk wordt als hij een winkel binnenstapt en de deur uitgaat na kaas gekocht in plaats van verkocht te hebben. Na het fiasco keert Laarmans terug naar zijn klerkenbestaan en realiseert zich dan voor het eerst hoe gezellig het op kantoor is. Berusting hoort bij het mislukken van een avontuur. Elsschot laat de lezer sadder and wiser achter. Ambities en vooral sneuvelende ambities zijn zo universeel dat Elsschot van alle tijden is. Zijn laconieke en trefzekere formulering versterkt dat effect. In Een ontgoocheling volgen wij Kareltje de Keizer op zijn levenspad. Hij heeft een groot hoofd, zo krijgen we regelmatig te horen, maar kan op school slecht mee. Zijn leraar latijn voorziet hem van een inmiddels beroemd stigma: grote lantaarn maar klein licht.

    Wanneer zich in drukke tijden nog een extra taak aankondigde, lag mij menigmaal het volgende citaat op de lippen: “Mijnheer Boorman is met zijn hele staf naar Rijssel voor de internationale conferentie.” Vooral dat de voor internationale conferentie is ijzersterk.

    We herkennen in de personages van Elsschot de strijd om te kiezen tussen tegenstrijdige voornemens zoals hij dat waarschijnlijk zo goed bij zichzelf onderkende. Een even geamuseerde als vileine blik was de manier om dat hanteerbaar te maken. Zo zien we in sommige boeken dat Elsschot of een alter ego van hem zich koestert in de vertrouwelijkheid van het familieleven. Er is ook een andere kant zoals de laatste bladzij van zijn laatste novelle (Het dwaallicht) laat zien. De hoofdpersoon overweegt nog wat langer in het gezelschap te blijven van de drie Aziaten, die hij onder zijn hoede heeft genomen, als hij zichzelf op de volgende manier corrigeert: “…maar gauw naar huis met mijn krant om weer plaats te nemen in de kring van die waar ik aan gebonden ben en die mij vervelen, onuitsprekelijk.”

    Elsschot is een schrijver van de menselijke maat. Zijn Nagelaten werk is fraai uitgevoerd en informatief vanwege de uitgebreide verantwoording en annotaties. Interessant voor de echte vorsers. Inhoudelijk verschaft het boek een mooi alibi om zijn werk opnieuw te beleven. Ik weet weer waarom ik in de tijd dat ik regelmatig Antwerpen bezocht, als het zo uitkwam, graag een route door de Lemméstraat koos om beleefd te knikken naar het woonhuis met plaquette van Elsschot. Daar woonde jarenlang een kroonjuweel uit de Nederlandstalige literatuur, was dan de begeleidende gedachte.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: