Leesimpressies

  • Willem Frederik Hermans

  • Nr. 40 - 2019
  • Willem Otterspeer bestudeerde meer dan tien jaar leven en werk van W.F. Hermans. Hij schreef er twee vuistdikke boeken over met een totale omvang van meer dan 1600 bladzijden. Gevraagd naar zijn eindindruk poneerde hij de opvatting dat Hermans een groot schrijver en een onaangenaam mens was. Ik heb de biografie niet gelezen. Waarom zou je aan die klus beginnen als de conclusie van deze inspanning voorafgaand aan het project voor het oprapen ligt. Het is zinvoller leestijd te besteden aan de auteur zelf dan aan de biografie. Omdat Hermans in 1995 overleed is het niet realistisch om uit te zien naar nieuw werk. Toch is er onlangs een bundeling verschenen van bestaand werk. Hermans schreef in de loop der jaren 55 artikelen voor Elsevier Weekblad. Het tijdschrift had en heeft een matige reputatie in cultuurminnend Nederland. Het blad kenmerkt zich door een hoofdredacteur met een grote aanhankelijkheid voor het koninklijk huis, ruim baan in de ingezonden brievenrubriek voor gepensioneerde kolonels uit Aerdenhout en een wekelijkse aai over de bol voor de CEO’s uit het bedrijfsleven. Elsevier en een vooraanstaande Nederlandse cultuurdrager, dat lijkt een mismatch. In politiek opzicht was het echter een gedroomde combinatie met de titel van het boek als gedeelde geloofsbelijdenis.

    Zolang ik een liefhebber van literatuur ben, beschouw ik Hermans als de grootste schrijver die Nederland heeft voortgebracht. Dat heeft zowel met de omvang als met de kwaliteit van het werk te maken. Hermans is de enige schrijver van wie ik meer dan 40 boeken in de kast heb staan. Hij schreef een stuk of tien romans, een genre dat als het kroonjuweel van de literatuur mag gelden. Misschien met uitzondering van de laatste paar zijn dat meesterlijke boeken waarin de schrijver tijdens het vertellen van zijn verhaal uitdrukking geeft aan zijn mens- en maatschappijvisie. Misantropie was het leidende beginsel. Hermans beoefende vele genres. Er zijn verhalenbundels, novellen en toneelstukken. Hij schreef columns al sprak hij zelf liever over brieven, omdat hij columnisten beschouwde als dominees in zakformaat. Daar heeft de lezer Boze brieven van Bijkaart aan te danken dat in afleveringen verscheen in het Parool. Een echt brievenboek vormt Je vriendschap is werkelijk onbetaalbaar waarin zijn correspondentie met uitgever Geert van Oorschot is terug te vinden. De bundeling van de bijdragen aan Elsevier past binnen een reeks van boeken met eerdere verzamelingen van werk dat in krant of tijdschrift voor het eerst het licht zag: Ik draag geen helm met vederbos, Houten leeuwen en leeuwen van goud, Klaas kwam niet. Mijlpalen in het werk zijn de twee delen met essays in Het sadistische universum. De polemiek was een genre dat Hermans als gegoten paste. Generaties schrijvers, die wilden aantonen dat een collega tot het gilde der minkukels behoorde, putten inspiratie uit Mandarijnen op zwavelzuur.
    Naast ruzie maken kon Hermans ook bewonderen. Hij schreef een biografie over Multatuli, in zijn ogen de grootste Nederlandse schrijver. Bij autobiografisch werk bleef hij liefst uit de buurt al zijn er de nodige verhalen geschreven waarin hij zijn persoonlijke levensvisie tot uiting bracht. Scheppend nihilisme, een verzameling met interviews is op dat vlak eveneens informatief. Aan een autobiografie of aan de publicatie van dagboeken heeft hij zich nooit bezondigd. “Al jaren verkondig ik dat dagboeken tot de laagste, want zwak-realistische, geheel door het stomme toeval beheerste soorten van literatuur behoren.” Een reisboek “De laatste resten tropisch Nederland kon net door de beugel.
    In Weg met de revolutie komt de afkeer van de schrijver voor linkse betweters en drammers in volle glorie voor het voetlicht. Hermans was op het toppunt van zijn kunnen toen iedereen links was. Hij gaf graag tegengas en nagelde modieuze opvattingen met satanisch genoegen aan de schandpaal.

    Diep in mijn hart ben ik ervan overtuigd, dat er eigenlijk nooit veel verandert in de wereld. De buitenkant wordt anders, natuurlijk, en soms razendsnel. Ook de betekenis van de woorden blijft niet eender. Maar de kern blijft gelijk


    Hermans houdt stevige pleidooien voor het behoud van de Nederlandse taal in de strijd tegen buitenlandse beïnvloeding. Hij is faliekant tegen spellingshervorming omdat daardoor de continuïteit van een goed begrip voor oude teksten in gevaar komt. Het titelverhaal uit de bundel behandelt zijn kritiek op de Franse revolutie. Hij doet dat door van de begrippen vrijheid, gelijkheid en broederschap een karikatuur te schetsen. Revoluties leiden slechts tot ellende. De mens is tot mislukken gedoemd.
    Naast de boze Hermans komt ook de bewonderende Hermans in de bundeling aan het woord. Hij bespreekt diverse kunstenaars en heeft daarbij veel aandacht voor hun vrouwelijke entourage. Dan gaat het over de moeder van Arthur Rimbaud, de vriendin van Charles Baudelaire, de zus van Arthur Schopenhauer, de echtgenote van Multatuli of de nicht van Edgar Allan Poe.
    Het taalgebruik bij Hermans is altijd verzorgd. Hij prefereert een klassieke woordenschat en is derhalve liever misnoegd dan boos. Bij de lange zinnen klopt een bijzin met schimpscheuten nooit tevergeefs aan. Veel van de stukken uit Elsevier hebben hun urgentie verloren. Zij bevatten verslagen van bezoeken aan tentoonstellingen van 30 jaar geleden of behandelen boeken die lang niet meer leverbaar zijn. Veel stukken zijn geproduceerd omdat de schoorsteen moest roken. Na zijn min of meer gedwongen vertrek van de Groningse Universiteit verhuisde Hermans in 1973 naar Parijs en leefde van de pen. Voor een appartement in de buurt van de Arc de Triomphe mocht hij niet rekenen op een linkse huursubsidie. Conflicten over geld met uitgevers en hoofdredacteuren waren aan de orde van de dag. De inleiding van Weg met de revolutie geeft hiervan saillante voorbeelden. Vriendschappen duurden nooit lang. In Parijs kwam niemand aan de deur behalve een verwarde man met een bijl. Via een verhuizing naar Brussel kwam Hermans weer dichter bij het vaderland om uiteindelijk in 1995 in Utrecht te sterven. Hij kreeg weer eens gelijk. Alles in het leven loopt slecht af. In contrast daarmee getuigen enkele stukken in Elsevier van zijn enthousiasme. Wetenschap en dan vooral de exacte versie stond bij hem in aanzien. Hermans was een groot liefhebber en beoefenaar van de fotografie. Met passie verzamelde hij schrijfmachines. Dat was echter onvoldoende reden om iets meer warmte en licht toe te laten in zijn denkbeelden.