Leesimpressies

  • William Boyd: Restless

  • Nr. 5 - 2007
  • Spionageromans prikkelden de fantasie toen de wereld verdeeld was in twee grote machtsblokken. Bruikbaar in tijden van warme en koude oorlog. De val van de muur betekende een periode van hoop op heerschappij van de democratische rechtsstaat en de nekslag voor het genre. Inmiddels heeft de rechtsstaat concurrentie gekregen van het terrorisme en hebben schrijvers er een nieuwe inspiratiebron bij. Boyd heeft zich niks aangetrokken van de tijdgeest en in 2006 een ouderwetse spionageroman geschreven vanuit een bijzonder perspectief te weten de relatie tussen een moeder en een dochter.

    I am a Scot who was born and raised in West Africa. Zo typeert William Boyd zichzelf in zijn essaybundel Bamboo. Die kosmopolitische inslag komt in zijn werk terug. Zo ook in –Restless_. Boyd plaatst zijn verhaal in de hete zomer van 1976. Een dorp in de nabijheid van Oxford vormt de thuisbasis. De dochter is de 28-jarige Ruth. Zij voedt in haar eentje Jochen op, het resultaat van een affaire met een Duitse man. Ze verdient haar geld met het geven van Engelse les aan buitenlanders. Ruth gaat met Jochen bij haar moeder op bezoek. Moeder staat bekend om haar excentrieke gedrag maar deze keer overdrijft ze. Hoewel ze kan lopen, zit ze in een rolstoel en ze speurt met een verrekijker de omgeving van het bos af. Moeder, Sally Gilmartin geheten, overhandigt haar dochter een stapeltje beschreven vellen met als titel “The story of Eva Delectorskaya”. Op de vraag van haar dochter wie dat is, antwoordt moeder “Ik ben Eva Delectorskaya”. Zo komt Ruth erachter dat haar moeder heel iemand anders is dan zij haar hele leven gedacht heeft. In de periode die volgt krijgt Ruth van haar moeder steeds meer hoofdstukken van het manuscript in handen. Moeder blijkt half Russisch te zijn en is in 1939 geworven om als spion voor Engeland te gaan werken. Met pijn en moeite dringt de werkelijkheid tot Ruth door. Uitspraken van vroeger door haar moeder, die Ruth toen genegeerd heeft, vallen nu op hun plek. Als Ruth zich misdroeg zei ze vaak dat iemand haar zou komen vermoorden en dat Ruth dan haar gedrag wel zou betreuren. Op een ander moment sprak ze: op een ochtend word je wakker en dan ben ik verdwenen. Het zijn oprispingen van angst die het leven van moeder na haar spionnentijd hebben bepaald.

    Boyd wisselt hoofdstukken van het manuscript af met hoofdstukken uit de zomer van 1976. Aan het eind wordt het heden ingehaald door de geschiedenis. We volgen hoe Eva Delectorskaya, via de tussenvorm Eva Dalton, uiteindelijk haar verleden probeert te maskeren als Sally Gilmartin. Haar leven in de geheime dienst is begonnen met een opleiding op het Schotse platteland. Met veel gevoel voor detail krijgen we inzicht in de techniek van het werk. Hoe je het geheugen kunt trainen om gegevens te onthouden en hoe je iemand schaduwt of zelf volgers kunt afschudden. Moet je ergens naar toe dan onderbreek je de reis, want dan zijn achtervolgers makkelijker te ontmaskeren. Ben je aangekomen dan geldt de regel: inchecken in twee hotels want dan heb je een uitwijkplek achter de hand. De grondregel van spionage is simpel: vertrouw niemand. Al deze instructies zijn niet voor niks. In de Verenigde Staten laat Eva door verraad bijna het leven. Door zelf iemand op gruwelijke wijze te doden, weet zij zich te redden en duikt in Canada onder in de anonimiteit. Zoals spionnen zand in de machine van de tegenstander proberen te stoppen, heb je ook een eredivisie met dubbelspionnen die zand in de eigen machine proberen te stoppen. Eva vermoedt het slachtoffer te zijn van een dubbelspion en leeft, eenmaal terug in Engeland, in voortdurende onzekerheid. Blijft haar identiteit onbekend of komt er iemand alsnog een rekening vereffenen?

    Boyd slaagt er uitstekend in om het beklemmende gevoel waar het in deze wereld om draait invoelbaar te maken. Altijd ben je in afwachting van een klop op de deur, van een tik op de schouder. Altijd rusteloos. Dit gevoel slaat ook over op Ruth. De broer van Jochen’s vader logeert een poosje bij haar. Als ook een Duitse vriendin zich meldt ziet Ruth bij haar gasten een connectie met de Baader-Meinhof-groep. Verder verdenkt zij haar Iraanse leerling Hamid, voor wie ze in ieder geval vriendschappelijke gevoelens koestert, ervan te werken voor de SAVAK, de geheime politie van de sjah. Hamid ontkent dit en wijst erop dat zijn broer door de SAVAK is vermoord. In een wereld van spionage is wantrouwen een tweede natuur. Het slotbeeld van het boek laat het hardnekkige karakter hiervan zien. Als de dreiging, waaronder Sally/Eva geleden heeft, lijkt weggenomen zien we haar opnieuw met een verrekijker de omgeving in de gaten houden. De rusteloosheid blijft. Het verhaal is indringend en bovendien prachtig geschreven: mooi van formulering, een grote psychologische spanning en geloofwaardig opgebouwd met details. Ook enkel bijfiguren zijn met kleur getekend. Kort gezegd, Boyd heeft een voortreffelijke Graham Greene geschreven.