Leesimpressies

  • Witold Szablowski: Aan tafel bij dictators

  • Nr. 7 - 2021
  • Waarin dictators niet van gewone mensen verschillen is dat zij op gepaste momenten eten tot zich nemen. Zij maken dat niet zelf klaar maar doen een beroep op gekwalificeerd personeel. De Poolse journalist Witold Szablowski heeft voor vijf dictators, afkomstig van verschillende continenten, de koks opgespoord en geïnterviewd. Dat vergde soms veel inspanning. De dictators zijn niet meer in leven laat staan in functie. Hun schrikbewind is voorbij en dat impliceert dat hun entourage zich niet langer mag verheugen in blijvend maatschappelijk aanzien. De zoektocht leert dat de koks door middel van toeval hun bijzondere functie hebben verkregen. Ze zijn vooral geselecteerd op grond van veronderstelde culinaire kwaliteiten en minder op ideologische verwantschap met hun broodheer. Ja, traditioneel zijn dictators mannen. Uitzondering op de regel is de kok van Pol Pot. Op jonge leeftijd koos zij uit overtuiging de zijde van de latere genocidepleger. In slechts vier jaar joeg hij ca twee miljoen mensen over de kling op toen een totale bevolking in Cambodja van ca zeven miljoen. Verhoudingsgewijs verdient Pol Pot de onderscheiding voor de grootste moordenaar in de moderne tijd. Niet dat de andere dictators lieverdjes waren. Van Idi Amin is bekend dat hij mensen aan krokodillen voerde. Dat hij kannibalisme bedreef wordt door zijn kok ontkend. Nooit hoefde deze dienaar mensenvlees te bereiden.

    Van de hand van Szablowski is Aan tafel bij dictators het derde non fictie boek dat in het Nederlands is verschenen. Het begon met De moordenaar uit de abrikozenstad waarbij de titel verwijst naar de aanslagpleger op de Poolse paus Wojtyla. Het boek behandelt via diverse reportages de situatie in Turkije. Daar gaat de pendule voortdurend heen en weer tussen identificatie met het oosten en het westen. Het spanningsveld tussen de seculiere visie van Atatürk en de islamitische visie van Erdogan is een terugkerend thema. Daarna kwam Dansende beren op de markt. De auteur beschrijft wat er met de beren gebeurde die niet meer dansend op straat mochten vanaf het moment dat Bulgarije lid werd van de Europese Unie. De beesten kwamen in een reservaat terecht waarbij bleek dat zij nauwelijks in staat waren hun draai te vinden onder een regime van vrijheid. Szablowski ziet een overeenkomst met de bevolking in de landen die voorheen onder het communisme leefden. Vrijheid is niet vanzelfsprekend maar vereist oefening. Met zijn werk treedt Szablowski in de voetsporen van zijn beroemde landgenoot Ryszard Kapuscinski die de hele wereld overtrok op jacht naar boeiende verhalen in de coulissen van de geschiedenis. Tegenwoordig is de reputatie van Kapuscinski aan erosie onderhevig omdat is vastgesteld dat hij de werkelijkheid aanlengde met fantasie. Szablowski maakt de indruk gewetensvol te werk te gaan. De achtergrond van Aan tafel bij dictators is te vinden in een kortstondig loopbaan in de spoelkeuken van een Mexicaans restaurant in Kopenhagen. De definitieve stap volgde na het zien van een film met een glansrol voor de persoonlijke kok van maarschalk Tito. Szablowski heeft bijna vier jaar aan zijn boek gewerkt. Hij maakt gebruik van lokale fixers en neemt uitgebreid de tijd om het vertrouwen van zijn gesprekspartners te winnen. Hij heeft wat af gekaart.

    Ik kwam dus tot de conclusie dat ieder mens het recht heeft zijn eigen biografie te vertellen, zoals hij die zich jaren later herinnert (of wil herinneren). Natuurlijk, als ik discrepanties zag, vroeg ik daarnaar. Maar als de hoofdrolspeler bevestigde dat wat hij zei op dat moment waar was, dan accepteerde ik dat als waar


    Het boek bevat ook in letterlijke zin smakelijke anekdotes. Het beeld wordt bevestigd dat paranoia een vast onderdeel vormt van de gereedschapskist van dictators. Hun macht rust op onderdrukking wat zich elk moment tegen hen kan keren. Voorproevers dienen vergiftiging te voorkomen. De koks nemen een relatief bevoorrechte positie in maar kunnen elk moment in ongenade vallen. Het ene moment ontvangen zij als bonus een nieuwe auto, het volgende moment kan een stemmingswisseling zich tegen hen keren. Het boek biedt weinig onthullends over de politieke geschiedenis in de behandelde dictaturen. Dat is niet zo verwonderlijk. Het is niet zo, in de verklaring van een gesprekspartner, dat een dictator aan zijn kok vraagt of hij een oorlog zou moeten beginnen. De ondervraagde kok is vaak maar een enkele schakel te midden van vele culinaire dienaren. Koks dienen te laveren tussen de soms moeilijk peilbare stemmingen van hun bazen en diens echtgenote of soms echtgenotes wat de zaak alleen maar complexer maakt. Toch komt de lezer wel wat te weten over de eigenaardigheden die een regime er op na hield. In Albanië onder Enver Hoxha waren er dagelijks bijeenkomsten zelfkritiek. De kok loste dit op door toe te geven dat hij het eten iets te veel gekruid had of dat het hem speet dat de president een halve minuut had moeten wachten. Pekelzondes dus.
    Aan tafel bij suggereert misschien iets te veel dat er sprake is geweest van een intieme en gezellige sfeer. Koken voor een dictator klinkt als een salonfähige bezigheid. Dat beeld wordt versterkt door de recepten die onderdeel vormen van het boek. We leren dat Saddam Hoessein graag vissoep boevenstijl at maar Fidel Castro daarentegen vis in mangosaus.
    Wie liefde voor literatuur en liefde voor gastronomie wil combineren, komt wellicht beter aan zijn trekken door het lezen van Kafka’s soep van Mark Crick. Dat werk geeft een overzicht van de wereldliteratuur in 14 recepten.
    middelr@xs4all.nl