Leesimpressies

  • Yasar Kemal: Legende van de berg Ararat

  • Nr. 17 - 2012
  • De vaandeldrager van de Turkse literatuur is Orhan Pamuk. Zijn Het Museum van de onschuld behoort voor mij tot de indrukwekkendste boeken van deze eeuw. De Turkse literatuur kent uiteraard meer vertegenwoordigers. Er is Yasar Kemal van wie inmiddels acht boeken in het Nederlands zijn vertaald. Het werk van Pamuk is onder meer boeiend omdat zijn werk een ontmoetingsplaats is voor een oosterse en westerse blik. Pamuks domein is vaak de stad met een speciale liefde voor Istanbul. Bij Kemal komt een andere meer traditionele kant van Turkije aan bod. Zijn domein is het platteland al is die term wat ongelukkig als je daar bergachtige streken toe wilt rekenen. Er zit veel katoenpluk in zijn werk. Personages voeren een dagelijkse strijd om het hoofd boven water te houden. Natuur en tradities zorgen voor omstandigheden die tegenstand leveren. Seizoenen gaan niet ongemerkt voorbij.

    Het verhaal in de Legende van de berg Ararat past volledig in het patroon waar Kemal bekend om staat. De roman heeft veel weg van een sprookje. Op een dag staat er een paard voor de eenvoudige woning van Ahmet. Het is een volbloedarabier en draagt bijzondere merktekens. De beroemde fluitspeler vraagt zich af wie er nu toch wel bij Ahmet op bezoek is. Het paard blijkt uit zichzelf verschenen te zijn. De dorpelingen lopen uit om het paard te bewonderen. De fluitspeler wijst erop dat Ahmet het paard van de berg naar beneden dient te brengen zodat de eigenaar zich over zijn dier kan ontfermen. Het paard keert echter terug naar de woning van Ahmet. In totaal gebeurt dat drie keer. Dat maakt het paard tot een heilig geschenk waarover Ahmet definitief mag beschikken. Dan meldt zich de voormalige eigenaar. Hij is woedend.

    Zo’n bergbewoner, zo’n struikrover, een kind nog, met nog niet eens een behoorlijke snor, heeft mijn paard gestolen en mij in mijn eer aangetast


    De eigenaar blijkt Mahmut Khan te zijn, de pasja van Beyazit, een machtig en wreed heerser. Hij biedt vele geschenken in ruil voor het paard maar de traditie verbiedt Ahmet een heilig geschenk af te staan. Er ontstaat een prestigestrijd die steeds verder escaleert. De nietige Ahmet dreigt het onderspit te delven tegen de overmacht. De fluitspeler en Ahmet worden gevangen genomen in het kasteel van de pasja. Daar komt Ahmet in contact met Gülbahar, de dochter van de pasja. De twee worden verliefd. Met behulp van de dochter weet Ahmet te ontsnappen. Dat is niet het einde van de tweestrijd maar slechts de aanloop naar een hogere versnelling van het conflict. Personages zitten vast in hun keurslijf van oude gewoonten. Bemiddelingspogingen van derden falen. Vermomd als eergevoel gaat veel stijfkoppigheid schuil. Als compromis dient zich een optie aan waarbij de berg Ararat beklommen moet worden. “Al heel wat mensen hebben geprobeerd de top van de Ararat te bereiken maar niemand van hen is ooit teruggekeerd.” Het sprookjeskarakter ontrolt zich verder als de berg over gemoedstoestanden blijkt te beschikken. De berg ontsteekt in woede.
    Het is moeilijk om met een blik van nu het zwaar aangezette verhaal met de wat eendimensionale personages te waarderen. Kemal schreef dit werk in 1970. De gewoonten in het boek bieden nauwelijks herkenning. Ervaring met eerder werk van Kemal leerden mij dat de irrationele gedrevenheid en symboliek mij niet weten te raken. Mag je een roman afrekenen op een groot verschil in smaak tussen auteur en lezer? Recensent John Updike hanteert als uitgangspunt dat in een kritiek de eigen smaak van de beoordelaar ondergeschikt blijft. Het werk dient gewogen te worden met als criterium de ambachtelijke prestatie van de schrijver. In welke mate is de auteur erin geslaagd het boek te schrijven dat hem voor ogen stond? Dat is een mooi criterium maar maakt een oordeel niet eenvoudig. Hoe kan de lezer weten welk boek de auteur wilde schrijven? De roman die je leest is wat het boek uiteindelijk geworden is. Over wat het moest worden kun je slechts speculeren. Je kunt een indruk van de intenties krijgen als een schrijver daar in begeleidende teksten of interviews uitspraken over doet. Brengt een dergelijk criterium een beoordeling niet verder van huis? Die zienswijze komt erop neer dat je een boek niet op eigen merites beoordeelt maar op bronnen buiten het te beoordelen boek. Ik geloof op voorhand dat Kemal met de Legende van de berg Ararat precies het boek heeft geschreven dat hem voor ogen stond. Dat laat onverlet het recht van de lezer om zijn eigen appreciatie tot uitdrukking te brengen. Ongeacht of die hoog of laag is. Wat je van een recensent mag verwachten is dat hij expliciet maakt waarom hij wel of niet geboeid is geraakt door een roman. Dat oordeel is onvermijdelijk subjectief maar in ieder geval wel transparant. Zo kan de lezer van een recensie zelf uitmaken of hij zich iets gelegen wil laten liggen aan het oordeel van de recensent. Het is denkbaar dat een negatief oordeel voor de goede verstaanbaar een stimulans biedt om het besproken boek direct te gaan lezen.