Leesimpressies

  • Yukio Mishima: Het gouden paviljoen

  • Nr. 4 - 2013
  • Het oeuvre van Mishima dreigt overschaduwd te worden door zijn spectaculaire levenseinde. De camera’s snorden, een helikopter cirkelde in de lucht. Het was november 1970 en Mishima schreeuwde, gehuld in het uniform van de paramilitaire organisatie die hijzelf had opgericht, vanaf het balkon een toespraak. Daarna stortte hij zich in zijn zwaard. Vervolgens kliefde een kameraad zijn hoofd van de romp. Bij een leerling en trouwe volgeling van Mishima gebeurde aansluitend hetzelfde. De twee hoofden kregen een plek op het tapijt. Er bleef een briefje achter met als boodschap ‘Een mensenleven is zo kort, en ik zou wel eeuwig willen leven’. Het optreden van Mishima zondigt in alle opzichten tegen het standaardadvies van de ervaren theatermaker Joop van den Ende: hou het klein.
    De zelfmoord kwam niet uit de lucht vallen maar volgde na een lange voorbereidingsperiode. Ook in zijn werk zijn voorbeelden van rituele zelfmoorden, vanouds een eervolle aangelegenheid in Japan, te vinden. Een getrouwe afspiegeling is te vinden in de novelle Rouw om het vaderland die ooit hier verscheen. Er dringt zich een parallel op met de roman Het gouden paviljoen. Opnieuw zien we een climax met een langdurige aanloop en aankondiging als een mantra.

    De roman Het gouden paviljoen heeft als bron een historische gebeurtenis. In de versie van Mishima vervult de boeddhistische leerling priester Mizoguchi de hoofdrol. Hij is een bijzondere jongen die niet in staat is een verbinding te leggen met de buitenwereld. Hij stottert, is lichamelijk zwak en beschouwt zichzelf als lelijk. Hij wordt niet begrepen door anderen en wil dat in feite ook niet. Met vrouwen kan hij geen geslaagde contacten leggen. Sterker nog, zijn onvermogen tot normaal contact, zorgt voor een gruwelijke scene in het boek. In opdracht van een Amerikaanse militair schopt Mizoguchi een zwangere vrouw in de buik. Twee pakjes sigaretten vormen de beloning.

    Maar het voelen van de buik van die meid tegen de zool van mijn rubberlaars; die bijna strelende, elastische weerstand; haar gekreun; het gevoel een ontluikende bloem van vlees stuk te trappen; een zekere dronkenheid van zinnen; de sensatie dat er op dat moment iets als een mysterieuze bliksemstraal uit haar lichaam in het mijne drong…


    Zelfs met zijn eigen ouders ervaart Mizoguchi geen speciale band. Voor zijn moeder voelt hij schaamte vanwege haar armoede. Hij verliest op jong leeftijd zijn vader aan tuberculose zonder iets van verdriet te voelen. Zijn vader heeft hem in contact gebracht met de prior van het gouden paviljoen waar Mizoguchi onderdak krijgt en een opleiding tot priester kan volgen. Tegenover kost en inwoning staat een bijdrage via huishoudelijke werkzaamheden. Mogelijk kan Mizoguchi op termijn de prior opvolgen. Ook met de pror is de relatie problematisch zeker nadat hij die vermomd in de stad op hoerenbezoek heeft betrapt. Er is slechts een lichtpunt in zijn leven: de schoonheid van het gouden paviljoen. In vele toonaarden bezingt Mishima de fascinatie van de leerling priester voor het markante gebouw. De overweldigende schoonheid stimuleert de lust tot destructie. De tempel met op het piramidevormige dak een gouden vogel zet aan tot vernietiging. Het gouden paviljoen vormt een sta-in-de-weg tussen Mizoguchi en het leven. Het stellen van een daad wordt onvermijdelijk. Brandstichting zorgt voor de bevrijding.
    Het is voor een buitenstaander in de boeddhistische cultuur moeilijk om de besluitvorming van de hoofdfiguur van de roman na te volgen. Net zoals dat met de zelfmoord van de auteur het geval is. Velen, onder meer biografen, hebben geprobeerd licht op deze zaak te werpen. Marguerite Yourcenar schreef Mishima of het visioen van de leegte. Zij legt de verklaring bij de leegte en de walging die Mishima gevoeld moet hebben. Zeker is dat bij Mishima vele tegenstrijdigheden samen kwamen. Zijn vader leefde een ambtenarenbestaan en hoopte dat zijn zoon dat ook zou doen. Mishima streefde echter een extroverter bestaan na. Hij hoopte op erkenning voor zijn werk in het westen maar was tegelijk een fanatiek aanhanger van de traditionele Japanse waarden en een groot vereerder van de keizer. Mishima was getrouwd en had kinderen maar was homoseksueel. De vele innerlijke spanningen zullen ongetwijfeld een belasting zijn geweest. In het autobiografische Bekentenissen van een gemaskerde is veel terug te vinden van de uitzonderlijke persoonlijkheid van Mishima. Het lezen van Het gouden paviljoen is een activiteit die onbehagen oproet. Je zit op de eerste rij maar kunt niet doorgronden wat zich afspeelt. Een hoofdpersoon die nauwelijks bedeeld is met menselijke compassie belemmert identificatie al is verdedigbaar dat hij consistent is binnen zijn eigen logica.
    Na twee Aziatische uitstapjes ben ik weer toe aan Angelsaksische schrijvers. Exotische ervaringen zijn welkom zolang er maar terugkeer naar een meer vertrouwde wereld mogelijk blijft.